Review bollywood film ‘Fire’ (1996)

Een vooruitstrevende film over twee schoonzussen

Toen ik erachter kwam dat de film Fire geregisseerd is door een Indo-Canadese vrouw, gaf het mij de doorslag om de film te bekijken. Iets in me zei, dat ik niet ieder half uur naar een zang- en dansspektakel zou hoeven kijken. Iets wat in Bollywoodfilms vaak het geval is. Fire is een erotische dramafilm uit 1996, die voor het eerst in de geschiedenis van de Indiase filmindustrie zo nadrukkelijk een lesbische relatie toont. Het verhaal is overigens niet iets nieuws, de vertelling is lichtelijk gebaseerd op het verhaal ‘Lihaaf’ dat in 1942 werd uitgebracht door de schrijfster Ismat Chugtai.

Het plot gaat over de twee schoonzussen Radha en Sita. Radha is de oudste van de twee en kan geen kinderen krijgen. Haar echtgenoot, die in de ban van een swami (hindoe leermeester) is, besluit dat zij daarom ook geen seks meer hoeven te hebben. Geslachtsgemeenschap heeft immers maar één doel en dat is voortbrengen van het nageslacht. Sita is de jongste van de twee schoonzussen en is waarschijnlijk daarom ruimdenkender. Ook zij heeft een ongelukkig huwelijk, omdat haar man eigenlijk verliefd is op een Aziatische vrouw en zijn lusten op haar botviert. Gevoed door frustraties, beginnen de schoonzussen een seksuele relatie met elkaar. 

Na het bekijken van het spektakel, kon ik maar één ding concluderen en dat is dat het een verrassend goede film is. Twee dingen die de film al anders maakt is dat het voor de maatstaven van Bollywood expliciete beelden toont. Ik kan me niet heugen dat ik eerder twee seksende Indiase vrouwen heb gezien. Maar wat deze film ook onderscheidt van andere films is dat de vrouwen uitgediepte personages hebben, waarbij ze praten over hun emoties en dromen. Hierdoor is het gemakkelijker voor anderen om zichzelf in de personages te herkennen. Ook worden zij niet neergezet als hulpeloze wezens. Zij nemen daarentegen juist het heft in eigen handen.

Queerzijn was ten tijde van de release van deze film nog een taboe in India. Dat is best gek, als je je bedenkt dat de Indiase cultuur voor de kolonisatie door de Britten, een derde gender kende. Bewijzen hiervan zijn terug te vinden in de geschriften en deze relaties zijn geïllustreerd in de Kamasutra. Als je ooit India hebt bezocht, dan heb je vast de versieringen op de tempels gezien, waarbij mensen seks met elkaar hebben. Ook mensen van hetzelfde geslacht zijn er te zien. 

Niet enkel werden destijds personen van het derde gender geaccepteerd, maar zij genoten soms zelfs van aanzien. Men dacht destijds dat zij speciale krachten bezaten en werden daarom vaak uitgenodigd bij geboortes en gebedsdiensten. Het is jammer om te zien dat een cultuur die ooit zo vooruitstrevend en ruimdenkend was, na 300 jaar kolonisatie terug in de tijd is geworpen.

Langzamerhand keert de mainstream acceptatie van het derde gender in India weer terug en wordt het stukje bij beetje meer getolereerd. Zo kun je bijvoorbeeld in sommige deelstaten kiezen uit drie geslachten om in je paspoort te registreren: man, vrouw of x. Maar dat wilt niet zeggen dat relaties met hetzelfde geslacht geaccepteerd worden. Er zit namelijk een verschil tussen het erkennen van een derde gender en het openlijk toestaan van relaties met hetzelfde geslacht. Dat is ook wat deze film toont: ook al is de cultuur bekend met een derde gender, dat betekent niet automatisch dat de lesbische relatie tussen Radha en Sita zal worden goedgekeurd.

Santoecha Rangai

Mahabharata Monday – het verhaal van Brihanalla

Waar wij in Nederland vooral bekend zijn met de hokjes “man” en “vrouw” als het gaat om gender, zien we steeds meer dat er verder wordt gedacht dan deze hokjes. Sterker nog, gender wordt steeds minder gezien als iets met twee opties waartussen een keus gemaakt moet worden (genderbinariteit), maar steeds meer als spectrum, waarbij “man” en “vrouw” slechts twee opties zijn tussen vele andere vormen. Hoewel wij binnen onze maatschappij voortdurend nieuwe taal ontwikkelen om deze andere vormen een naam te geven, is het bestaan van genderdiversiteit en queerness niet nieuw. Het is ook zeker niet alleen een westers fenomeen: het Indiase subcontinent heeft een rijke geschiedenis aan queerness. Ter ere van Indian History Month 2022 zal elke maandag een artikel worden gewijd aan queer sporen in de Mahabharata, een van de belangrijkste geschriften binnen het Hindoeïsme. Op deze eerste maandag wordt het verhaal van Brihanalla belicht…of eigenlijk, een van de belangrijkste figuren in de Mahabharata: Arjuna.

Arjuna werd geboren als zoon van de god Indra en was met zijn vier broers één van de helden van de Mahabharata. De broers, ook wel de Pandavas genoemd, vormden de ene zijde van de strijd die wordt gestreden in de Mahabharata, de Kauravas vormden de andere zijde. Hoewel zij familie zijn, zijn deze zijden met elkaar in een grote strijd verwikkeld.  

Arjuna stond met name bekend om zijn boogschutterij en strijdkundigheid. Zijn vriendschap met Krishna, een reïncarnatie van de god Vishnu, is welbekend en hun gesprekken vormen de basis voor de Bhagavad Gita. De liefde die zij delen is veelal gekenmerkt als enkel diepe vriendschap, maar wordt door enkele denkers ook geïnterpreteerd als een queer liefde tussen de twee mannen. Dit artikel richt zich echter op een ander deel van Arjuna’s leven waar wij sporen van queerness kunnen vinden: Arjuna’s leven als Brihanalla.

Als reactie op de belofte van Arjuna om Karna te vermoorden werden de vijf broers voor 13 jaar verbannen, waarbij het laatste jaar incognito geleefd moest worden. Tijdens zijn verbanning werd Arjuna uitgenodigd door zijn vader Indra, in wiens paleis hij Urvashi leerde kennen. Urvashi, een apsara (nimf), raakte al snel onder de indruk van Arjuna. Zij uitte haar liefde voor hem, maar hij weigerde uiteindelijk haar avances. Sterker nog, hij noemde haar “moeder”, omdat zij in een ander leven de vrouw was van de stichter van de Kuru dynastie, waar ook de Kauravas een product waren. Als reactie hierop sprak de beledigde Urvashi een vloek uit over Arjuna, zodat hij voor de rest van zijn leven een eunuch (een gecastreerde man) zou zijn. Op aandringen van de god Indra werd dit uiteindelijk veranderd in één jaar.

Dankzij deze vloek gaf Arjuna een nieuwe draai aan zijn leven onder de naam Brihanalla aan. Brihanalla vestigde zich in het koninkrijk van koning Virata en nam de rol aan van zang- en dansdocente van prinses Uttara. Dit deed Brihanalla een jaar lang, maar aan het eind van het jaar was Brihanalla toch genoodzaakt om diens ware identiteit te tonen. Dit gebeurde toen een indringer koning Virata’s koninkrijk binnendrong en Arjuna nodig was om de indringer te verslaan. Na dit laatste jaar in verbanning bood Uttara’s vader Arjuna zijn dochter aan om mee te trouwen, maar Arjuna weigerde, omdat hij haar zag als studente en dochter in plaats van mogelijke partner en zichzelf als te oud. Uiteindelijk trouwde zij wel met Arjuna’s zoon Abhimanyu. Eenmaal terug in zijn lichaam gaat Arjuna verder met zijn strijd.

Ook dit verhaal laat zien dat gender werd gezien als erg fluïde in de Mahabharata. Arjuna’s fysieke sekse wordt zonder zijn toestemming veranderd door de vloek. Het is erg interessant om te zien dat Urvashi als straf voor Arjuna’s beslissing om geen seks met haar te hebben ervoor kiest om hem te vervloeken aangaande zijn geslachtsdelen. Arjuna wordt in de Mahabharata vaak afgebeeld als een man die voldoet aan alle eisen waar een man aan zou moeten voldoen. Dus het verlies van hetgeen wat hem biologisch gezien “man maakt” laat zien dat er duidelijke ideeën waren over gender, die soms essentialistisch waren, maar soms juist ook wat meer op te rekken zijn. Dit deel van Arjuna’s verhaal heeft interessant genoeg delen die genderstereotypen bevestigen, maar tegelijkertijd ook allerlei elementen die tegen verwachtingen ingaan. Als Brihanalla gaat Arjuna niet aan de slag als boogschutter of één van de talenten waar Arjuna om bekendstaat, maar begint hij juist als zang- en dansdocent, wat past bij de maatschappelijke verwachtingen en rolpatronen over wie wat zou moeten doen. Als Brihanalla is Arjuna tegelijkertijd niet in crisis, noch in walging, maar blijft hij met het vertrouwen in weten wie hij is, zichzelf, waarbij zijn genderidentiteit niet als restrictie werkt, maar juist wordt gebruikt als strategie om te overleven. Dit deel van Arjuna’s verhaal bevat allerlei tegenstrijdigheden, maar is tegelijkertijd heel speciaal omdat zo een centraal figuur uit de Mahabharata genderfluïditeit laat zien. Volgende week zien we dit nog duidelijker met een nieuw verhaal over een ander personage.

Geschreven door Louise Autar

Recensie Tussen Liefdevolle Omarming en Resolute Verstoting

Homoseksualiteit in de Hindostaanse gemeenschap; niet bepaald een onderwerp waarover je veel in de media ziet. Het boek ‘Tussen Liefdevolle Omarming en Resolute Verstoting’ geeft het vaak verborgen perspectief weer van homoseksuele Hindostanen. Tot op welke hoogte voelen homoseksuele Hindostanen zich sociaal geaccepteerd door hun omgeving? En wat voor invloed heeft dit op hun zelfacceptatie?

Door middel van een literatuuronderzoek en interviews met homoseksuele Hindostanen komen de auteurs Nanhoe en Omlo hier achter, en wordt het vrij onbesproken onderwerp van homoseksualiteit in de Hindostaanse gemeenschap algeheel verkend. De auteurs staan beiden bekend als onderzoeker met meerdere studies op het gebied van onder andere seksuele diversiteit en geweld in afhankelijkheidsrelaties.

Sociale druk

Ruim 3000 jaar geleden deed het kastensysteem intrede als stratificatiesysteem in India. Tussen de verschillende lagen waarin de Indiase samenleving werd ingedeeld bestonden ongelijkheidsverhoudingen. Door alleen te trouwen met iemand die zich in dezelfde sociale laag bevond hielden mensen hun status gelijk. Onder Surinaamse Hindostanen is tot op het heden nog steeds de zogenoemde ‘sociale plicht’ om te trouwen zichtbaar.

Nanhoe en Omlo schrijven dat een belangrijk referentiepunt van acceptatie voor Hindostanen berust op de vraag: ‘Manai ka bolie?’ oftewel:‘Wat zullen de mensen ervan zeggen?’ Volgens de auteurs zijn ‘de mensen’ de bredere familiekring en eigen gemeenschap.

Uit onderzoek van Nanhoe zelf wordt geconcludeerd dat de Surinaamse Hindostanen in Nederland een cultuur hebben die gekarakteriseerd wordt door een mobiliteitsstreven: kinderen willen de mobiliteitswensen van de ouders bij migratie beter waarmaken dan de ouders zelf konden. In de Surinaams-Hindostaanse gemeenschap heeft het mobiliteitsstreven zich ontwikkeld tot een ratrace op status naar een treffelijke positie binnen de gemeenschap. Onder status vallen verschillende succesdefinities, zoals het heteroseksuele huwelijk. Homoseksualiteit kan daarom slechte gevolgen hebben voor het imago van sommigen Hindostanen.

Taboe

De kracht van het boek is dat al de beschreven informatie taboe doorbreekt wat voor queer Hindostanen een gevoel van begrip en herkenning kan geven. Het doorbreekt taboe, omdat zoals in het boek besproken wordt: er rust traditiegetrouween groot taboe op het spreken over seks in de Hindostaanse gemeenschap.

Seksualiteit wordt in de Hindostaanse cultuur aaneengeknoopt met schaamte en eerverlies. Om deze reden is depositieve kijk die de hindoegeschriftenhebben op seksuele diversiteit vrij onbekend onder hindoeïstische Hindostanen, wordt in het boek beschreven. Pandits (hindoe geestelijken) zijn voornamelijk vertrouwd met de hindoegeschriften, en wegens de taboe op seksualiteit wordt er niet veel aandacht besteed aan deze passages.

Doorbreking van taboe dus, omdat seksualiteit en homoseksualiteit in dit boek natuurlijk geen taboe zijn en bespreekbaar worden gemaakt. Meerdere sleutelinformanten geven aan dat Hindostanen vaak geneigd zijn een sociaal wenselijk antwoord te geven om geaccepteerd te worden, waardoor wat ze zeggen niet altijd in overeenstemming staat met hun daadwerkelijke standpunten. Om sociaal geaccepteerd te worden zijn bijvoorbeeld twee vrouwelijke sleutelinformanten getrouwd met een man, ondanks dat zij zich seksueel aangetrokken voelen tot vrouwen en niet tot mannen.

Representatie

Het doel van de auteurs is erachter komen hoe homoseksuele Hindostanen acceptatie binnen de Hindostaanse gemeenschap ervaren. Daarnaast creëren zij, mijns inziens, ook bewustzijn over de vaak lastige – voor sommigen zelfs verstikkende – situatie waar in dit geval homoseksuele Hindostanen zich in bevinden.

Sleutelinformanten geven namelijk aan dat wanneer homoseksualiteit binnen de Hindostaanse gemeenschap bespreekbaarder wordt, het steeds normaler gaat worden voor de gemeenschap om homoseksualiteit te zien, wat er weer voor gaat zorgen dat meer Hindostanen open durven te zijn over hun seksualiteit. De vraag is hoe deze sfeer en omgeving gecreëerd kan worden; een omgeving waar het voor mensen veilig is om uit de kast te komen.

Het onderwerp ‘homoseksualiteit’ niet langer wegstoppen onder voorzichtig gevormde sociaal gewenste uitspraken en vertoningen, maar het juist bespreekbaar maken zoals dit boek doet, is een stap. Ik vraag mij af hoeveel mensen buiten de Hindostaanse queer gemeenschap dit boek zullen oppakken. Het boek wordt overigens gecategoriseerd als ‘studieboek’ en heeft dus een groter doeleinde voor informatieoverdracht dan representatie. Toch biedt de inhoud van dit boek representatie die vrij bescheiden is in de media. Want zoals in de flaptekst van het boek staat: ‘Over homoseksualiteit onder Surinaamse-Hindostanen in Nederland is maar weinig bekend.’ Deze combinatie van informatieoverdracht en representatie met betrekking tot het onderwerp homoseksualiteit in de Hindostaanse gemeenschap is erg waardevol.

Heteroseksuele Hindostanen – met wellicht een LHBTQIA+ familielid –  zouden bijvoorbeeld bereikt kunnen worden als het perspectief van de ouders van de respondenten en sleutelinformanten ook geïncludeerd werd in het onderzoek. Er is bijvoorbeeld een respondent die vanwege haar homoseksualiteit de wens had van Suriname naar Nederland te verhuizen. Haar vader zei: ‘Geen kind van mij gaat naar Nederland, niet alleen. Het hele gezin gaat.’ Hierdoor word je nieuwsgierig naar hoe de vader sociale druk in de familie ervaarde.

Een perspectief zoals dat van deze vader zou een aanvulling kunnen geven, waardoor bijvoorbeeld Hindostaanse ouders met homoseksuele kinderen ook erkenning en herkenning krijgen in hun ervaring, en redenen hebben dit boek op te pakken. Want zoals in het boek genoemd wordt, hecht de Hindostaanse gemeenschap meer waarde aan het collectieve dan het individuele. Sleutelinformanten geven aan: spreek het collectief – de gemeenschap – aan, en zo wordt omgaan met homoseksualiteit makkelijker voor homoseksuele Hindostanen en hun families.

Dr. Anita C. Nanhoe en Dr. Jurriaan J. Omlo: Tussen liefdevolle omarming en resolute verstoting. Uitgeverij Stili Novi, 230 blz. (EURO) 24,50

Maithili Bansie

Fazle Shairmahomed

Foto: Kevitajunior.com

Kan je jezelf voorstellen?
Ik ben Fazle en ben 35 jaar oud, opgegroeid in de Transvaal, Den Haag. Lange tijd heb ik geweigerd om mijzelf te framen binnen in een kader van iets dat ik ben. Daarom vind ik het beter om te formuleren wat ik doe. Ik vind het heel interessant in onze taal dat we aan elkaar vragen: wat doe je eigenlijk in het leven? En dat het antwoord dan automatisch begint met ‘ik ben’. Ik ben in wording, dat is wat ik ben. Ik ben in een constant proces van coming-out en ik verbind graag mensen. Ik versterk graag communities. Healing, kunst, en dans komen voor mij allemaal samen in mijn dagelijkse leven, en ik maak voornamelijk dekoloniserende rituelen waarin ik alle zintuigen activeer.  

Wie zijn de belangrijkste mensen in jouw leven?
Mijn voorouders, omdat ze zowel mijn connectie zijn met het heden, verleden en de toekomst. Ik besef mij ook dat ik een voorouder zal zijn, dat mijn daden ook gevolgen hebben voor de generaties na mij, en hetgeen ik met mij meedraag ook toebehoort aan anderen. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met elkaar. Ik heb geen specifieke namen van mensen die belangrijk voor mij zijn. Ik vind het ook belangrijk om de connectie te maken met datgene wat niet altijd tastbaar is en hetgeen dat we niet altijd hoeven te weten of niet kunnen weten.


Hoe oud was je toen je uit de kast kwam?
Ik was 21 toen ik uit de kast kwam. Vanaf mijn twaalfde was ik al bewust bezig met mijn seksualiteit. Dus vanaf mijn twaalfde tot mijn eenentwintigste is het een heel proces geweest om uit de kast te komen. Een ander belangrijk gegeven is dat er vanaf mijn twaalfde thuis veel geweld was, met name vanuit mijn vader naar mijn moeder toe. Als twaalfjarige was mijn manier van omgaan met die situatie, om niet meer te spreken met mijn ouders. Deze stilte heb ik aangeleerd, en op vele manieren kwam dit terug in mijn opvoeding, en bij anderen in de familie. Ik deed dat vanwege het geweld om mijzelf te beschermen. Mijn coming out was dus heel lastig, want hoe ga je uit de kast komen bij mensen waar je niet mee praat en waar je al jaren niks mee hebt gedeeld? Ik besloot daarom om mijn familie een brief te schrijven van vijf pagina’s. Die brief ging vooral over dat ik geen moslim meer ben, gelukkig realiseerde ik mij later dat de islam mij nooit heeft verlaten. Het was toen noodzakelijk voor mij om te breken met alle verwachtingen die de familie van mij had, bijvoorbeeld dat ik een imam zou worden. In de laatste alinea van de brief sloot ik af door te vertellen dat ik vanaf mijn twaalfde bezig was met de gedachte dat ik homo ben. De brief heb ik eerst naar mijn moeder en zusje gestuurd.


Hoe reageerde jouw familie op je coming-out?
Ik ben binnen de Hindostaanse Ahmadiyya moslim gemeenschap opgegroeid, en mijn familie heeft meerdere moskeeën opgericht. Ik was ervan overtuigd dat mijn familie mij zou afwijzen en verstoten en ik was er helemaal klaar voor. Sterker nog: ik wilde zelfs verstoten worden, want dat was mijn excuus om  te breken met mijn familie en cultuur. Ik was heel erg klaar met alles wat Hindostaans was. Ik voelde mij nooit gehoord in het geweld dat ik bespreekbaar wilde maken bij mijn Hindostaanse vrienden, terwijl ik ervan overtuigd was dat ook zij thuis geweld mee maakten, net als velen anderen in de wijk waar ik opgroeide.

De reactie van mijn moeder op mijn brief was in eerste instantie heel accepterend. Ze zei: ‘je bent mijn zoon en ik zal altijd van je houden’. Wel vroeg ze zich af waarom ik het met de rest van de familie moest delen. Ik had begrepen dat mijn zusje moest huilen toen ze de brief las. Mijn moeder en zusje zeiden dat ze na het lezen van mijn brief dingen beter konden begrijpen. Indirect verwezen ze volgens mij naar mijn stilte. Op dat moment voelde ik mij heel erg onbegrepen. Ik sprak namelijk niet met ze, omdat ik niet accepteerde wie zij waren als mensen en hoe zij functioneerden.

Vervolgens heeft mijn vader de brief gelezen, waarop mijn moeder hem een ultimatum heeft gegeven dat als hij mij niet zou accepteren ze van hem zou gaan scheiden. In die tijd deed dat mij pijn, omdat ik als kind vond dat zij allang al van elkaar moesten scheiden. Tenslotte werd de brief met de rest van de familie gedeeld. Er waren enkele neven en tantes die zeiden dat ze mij accepteerden zoals ik ben. Een oom, die ook voorzitter van de moskee was, reageerde per mail. Hij schreef dat homoseksualiteit alleen tot stand komt door verkrachting, mishandeling, in een gevangenis of in het leger. Er was geen sprake van deze vreselijke vormen van geweld, maar er was wel geweld in ons huis naar mijn moeder, waar werkelijk niemand zich ooit over had uitgesproken of ons vragen over had gesteld. Dus dat deed pijn, en voelde erg hypocriet. In de mail nodigde mijn oom mij ook uit om in de moskee een gesprek te voeren over mijn brief. De mail van mijn oom was echt een klap, maar omdat hij toentertijd een van de mensen was waar ik het meest tegen op keek, ben ik op die uitnodiging in gegaan. Tijdens dat gesprek begon mijn oom mij de vijf zuilen van de Islam uit te leggen, dat is dus de basis van de Islam. Dat voelde beledigend, want op dat moment studeerde ik Arabisch op de universiteit en Islam was mijn minor. In de moskee was ik ook een van de gerespecteerde jongeren, die veel kennis had van de Islam. Na dit gesprek was het respect dat ik voor deze oom had niet veel meer over. Verder was er een tante, de vrouw van mijn moeders broertje, die op een familiefeest naar mij toe is gekomen. Ze zei: ‘Fazle we zullen je altijd accepteren omdat je ons neefje bent, maar je toekomstige partner is niet welkom over de vloer’. Na dit gesprek is de band tussen mij en mijn familie in een versneld proces verslechterd. Als ik familieleden nu toevallig ergens tegen kom, is de relatie in principe wel vriendelijk, maar afstandelijk.

Sinds enkele jaren heb ik meer contact met mijn Nani, maar ik heb nog nooit aan haar verteld dat ik queer ben. Misschien komt dat nog. Via haar verandert de band met enkele familieleden wel. Ze komen ook kijken naar de dekoloniserende rituelen die ik maak, en dat voelt als een vorm van healing. Ik heb denk ik met mijn dans en kunst een diepere manier gevonden om de stilte te breken,  een verhaal te vertellen over wie ik ben en wie wij zijn, en wie wij kunnen zijn. Er zijn ook enkele tantes en nichtjes komen kijken naar UNRAVEL, een theaterstuk gemaakt door Anysha Bharos en Nazrina Rodjan, in samenwerking met Sarnamihuis, en welke we hebben uitgevoerd op 145 jaar migratie van Surinaams-Hindostanen naar Nederland. In dat stuk speelde ik de vader van een dochter die uit de kast kwam, en het was heel bijzonder om de acceptatie van LHBTQIAP+ binnen de Surinaams-Hindostaanse gemeenschap op die manier bespreekbaar te maken.

Ik merk dat ik nog steeds moeite heb om familie meer toe te laten in mijn leven, maar ik ben mij wel bewust van de afstand die ik zelf creëer vanuit zelfbescherming, en vermoeidheid om het verdriet en pijn van anderen te dragen.

Hoe heeft jouw queer identiteit jouw leven gevormd?
Toen ik mij voor het eerst bewust werd van mijn proces van coming out, kwam ik uit de kast als homo. Inmiddels gebruik ik die term niet meer, maar identificeer ik mij als queer. Queerness gaat over veel meer dan alleen mijn seksuele geaardheid. Het gaat over mijn genderidentiteit, seksualiteit, en de manieren waarop verbind met mensen middels liefde. Ik gebruik de term ook in context van: ik heb een queer familie, ik heb een queerdom (kingdom), ik heb een queer community, en ik verbind mij specifiek met queer moslims. Het is veel breder.  

Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindoestaanse queer mensen tov queer mensen met een andere etnische achtergrond?
Ik denk dat het diep geworteld is in een vraagstuk over onze koloniale geschiedenis, waar we vandaan komen en hoe geweld en stilte een hele belangrijke rol hebben gespeeld in de manier waarop wij onszelf vandaag de dag manifesteren. Dat uit zich bijvoorbeeld in de hoge cijfers van zelfmoord en verslavingen binnen onze gemeenschap in het algemeen. Stilzwijgen is ook weer verbonden met de Hindostaanse queer identiteit. Ik denk dat het een behoorlijke uitdaging is voor Hindostaanse queers om dat te doorbreken, maar we worden steeds meer zichtbaar en zoeken steeds meer verbinding met elkaar.

Welke overeenkomsten zie jij tussen queer Hindostanen en queer mensen van andere etnische achtergronden?
Coming out is vooral geworteld in een strijd voor liefde, maar als ik praat over mijn coming out, dan kan ik dat verhaal nooit vertellen zonder te praten over de strijd rondom de stilte en het geweld in mijn familie. Dat is denk ik ook herkenbaar voor anderen queers van kleur, en queer mensen in algemeen. Het feit dat queer zijn een issue is en dat we een concept hebben als coming out toont voor mij hoeveel geweld er is aan gedaan op onze vrijheid. Ik ben ervan overtuigt dat coming out veel meer te maken heeft met je wordingsproces als mens. Coming out als queer is één ding, maar queer mensen weten dat er zoveel andere lagen openen op het moment dat je besluit om uit de kast te komen. Ik wens dat we in deze eeuw het proces van coming out als concept gaan verbreden, zodat we kunnen omarmen dat ook mensen die zich niet identificeren als queer, een proces van coming out hebben. Queer mensen en misschien ook veel specifieker queer mensen van kleur, hebben een bepaalde kracht in zich waarmee deuren kunnen worden geopend voor alles en iedereen. Maar het is echt tijd dat iedereen verantwoordelijkheid neemt voor een individuel en gezamenlijk proces van coming out.


Waar heb je als Hindoestaanse queer behoefte aan?
Meer verbinding en community building met Surinaamse-Hindostanen, Desi’s, Indo-Carribeans, South- Asians en Queer indentures. Door herkenning en erkenning kunnen we tot healing komen.

Welk advies zou je de jongere versie van Fazle geven (de Fazle van ongeveer 10 jaar oud)?
Je hoeft niet de hele wereld op je schouders te dragen en je hoeft je niet verantwoordelijk te voelen voor al hetgeen wat er gebeurd.


Sommige mensen kiezen ervoor om nooit uit de kast te komen. Wat zou je tegen deze mensen willen zeggen?
Wat betekent het proces van coming out voor jou persoonlijk? Ik geef de voorkeur aan de Engelse benaming, omdat daar het woord ‘coming’ in zit wat voor mij zoveel betekent als ‘in wording zijn’. In het Nederlands hebben we het over een kast. Ik heb mij nooit heel erg kunnen verhouden tot die kast. Dat hoeft niet altijd vorm te krijgen door overal en nergens aan te kondigen wie je bent, maar ik denk wel dat het nog belangrijker is om een proces aan te gaan van coming into community. Verbinden met mensen die net als jou behoefte hebben aan een veiligere ruimte, waar je kwetsbaar mag zijn, waar je jezelf kunt zijn, en alle facetten van jezelf mag omarmen, in plaats van altijd in een realiteit te moeten leven waarin je jezelf moet beperken omwille van de ander. Deze twee processen van coming into community en coming out gaan ook heel goed samen.

Workshop Therapeutisch Schrijven



In het kader van heling en traumaverwerking, bieden wij deze workshop aan voor alle leden van onze achterban.


Wat houdt de workshop in?

De ongeveer drie-uur durende workshop bestaat uit een bespreking van de vier meest effectieve schrijfstijlen, met individuele schrijfopdrachten om vertrouwd te raken met elk stijl, gevolgd door begeleide zelfreflectie.


Doelstellingen/Wat kan een deelnemer uit de workshop halen?
❖ Meer zelfvertrouwen in jezelf als een dappere en krachtige schrijver die durft in zijn/haar/hun waarheid te staan;
❖ Door middel van diepgaande reflectie na elke oefening, krijg je meer inzicht in jezelf, je behoeften, je normen en waarden, de connectie tussen het lichaam en hoofd, en je patronen;
❖ Het consistent beoefenen van de schrijfstijlen creëert meer afstand tussen jezelf en ongewenste gedachten, gevoelens of gewaarwordingen. Het helpt met acceptatie en loslaten in plaats van te vechten tegen of het vermijden van deze ongewenste gedachten, gevoelens of gewaarwordingen;
❖ Het vermogen om zo eerlijk mogelijk naar binnen én naar buiten te keren, door te leren schrijven over een situatie vanuit verschillende perspectieven. Dit zorgt voor meer compassie voor anderen en óók jezelf;
❖ Een kwetsbaar en intiem moment gedeeld met een gemarginaliseerde gemeenschap, die emotionele binding en veiligheid prioriteert in een tijd wanneer eenzaamheid en onderrepresentatie heerst
❖ Theoretische kennis en praktische oefeningen van de vier meest effectieve schrijfstijlen;
 

Voor wie is de workshop?
Alle leden van onze achterban


Wanneer vindt de workshop plaats?
Je kunt je voor een van onderstaande dagen en data inschrijven:
❖ woensdag 11 mei 2022 van 13:00-16:00 uur
❖ dinsdag 24 mei 2022 van 18:30-21:30 uur
❖ donderdag 23 juni 2022 van 18:30-21:30 uur
❖ zaterdag 16 juli 2022 van 13:00-16:00 uur
❖ zondag 7 augustus 2022 van 10:00-13:00 uur
❖ zaterdag 17 september 2022 van 10:00-13:00 uur
❖ donderdag 22 september 2022 van 10:00-13:00
❖ zondag 9 oktober 2022 van 13:00-16:00 uur
❖ vrijdag 16 december 2022 van 18:30-21:30 uur


Kosten
Deze workshop is tot stand gekomen dankzij Fonds1818, Het blauwe fonds en HAELLA en kan daarom worden aangeboden voor slechts € 10 per persoon voor een drie uur durende workshop die normaalgesproken € 75 kost!


Hoe meld je je aan?

Aanmelden kan door een mail te sturen naar hello@natasjawrites.com
Per workshop kunnen er maximaal vier mensen deelnemen. Er zijn daarom beperkte plaatsen beschikbaar. VOL=VOL. Meld je daarom snel aan!
 

Queer in het licht

Queer in het Licht is het debuut van Naomi Grant met tekeningen van Nazrina Rodjan, uitgeven door Rose Stories. Queer in het licht is een boek met maar liefst 31 verhalen en prachtige kleurrijke tekeningen, waardoor de verhalen tot leven komen. Vol inspiratie over en voor mensen, die op hun eigen manier een liefdevolle bijdrage leveren aan de wereld. Het belicht verhalen over uiteenlopende queer rolmodellen. De queer identiteiten die worden belicht  zijn openhartig en eerlijk. Jongeren die zichzelf niet als hetero of cisgender identificeren, kunnen zich in iemand herkennen. Het is een bijzonder krachtig boek, dat verschillende queer mensen hun verhaal in poëzie vorm naar voren brengt.
Zo lees je hoe bijvoorbeeld over Alok Menon, Bi van Guine, Dounia Jari, Fazle Shairmahomed & Devika Chotoe en Glenn Helberg die met hun queer identiteit de wereld hebben veranderd. Je leert een psychiater kennen, die zich als homoseksueel identificeert. Verder komen er ook twee donkere lesbische politieagenten in voor en lees je over een lesbische moslima, die samen met andere queer moslims een stichting heeft opgericht. Met hun verschillende achtergronden, kleuren en leeftijden, laten ze zien dat queer mensen overal zijn. En dat je als jonge queer persoon je dromen waar kunt maken en in feite alles kunt worden wat je wilt. Een mozaïek aan vertellingen, die je laat zien dat ook in eigen land genoeg queer rolmodellen zijn.    
Het boek is met grote zorgvuldigheid geschreven. Vanaf het begin zit je meteen in het verhaal en het leest lekker weg. Het is zeker een aanrader, vooral voor jongeren en mensen die queer zijn. Wat je seksuele- of genderidentiteit ook is, je kan alles worden wat je wil en dat is ook wat je terug vindt in Queer in het Licht. Een goed leesbaar boek, waarvan je iedere avond zo een paar hoofdstukken weg leest. Leer je dromen achterna te jagen’.  

Geschreven door Viney Akbarsing