Hijra’s

Voor Hindostaanse queer en trans mensen is juni een krachtige maand. Indian History Month en de internationale Pride-maand kruisen elkaar in deze maand, net als in de identiteiten van Hindostaanse queer en trans personen. Dit jaar heeft Indian History Month het thema #PRIDE en staat het queer perspectief centraal. Enerzijds omdat de Hindostaanse gemeenschap vandaag de dag queer en trans zijn nog steeds beschouwt als taboe, en anderzijds om te laten zien dat queerness altijd al aanwezig was in de Hindostaanse geschiedenis. Een relatief bekend voorbeeld hiervan is het bestaan van de Hijra, een groep mensen in India die onder het derde gender vallen. Dit stuk eert het bestaan van de Hijra’s en blikt terug op hun verleden.

Hijra’s

De Hijra gemeenschap was en is een gemeenschap die de binaire gendercategorieën van man en vrouw overstijgt. Hijra’s belichamen vrouwelijke genderkenmerken en hun zelfexpressie bestaat uit vrouwelijke kleding en juwelen dragen, het weghalen van gezichtshaar en specifieke fysieke gebaren. Vanuit een Westers perspectief zouden Hijra’s omschreven kunnen worden als trans vrouwen of trans feminiene personen. Maar tegelijkertijd wist dit de subtiliteiten van hun identiteit uit, omdat Hijra’s niet los gezien kunnen worden van de pre-koloniale culturele en religieuze context waar ze zich in bevonden en vandaag de dag nog steeds in bevinden.

Eén ding is duidelijk: Hijra’s vertegenwoordigden alles wat seksueel afwijkend was in de ogen van Britse en christelijke kolonisten. Een van de manieren waarop kolonisten het bestaan van Hijra’s probeerden te ontkennen, was via taal: door Hijra’s te omschrijven als ‘eunuchen’ (gecastreerde of ‘ontmannelijkte’ mannen) konden ze Hijra’s zien als een (mindere) vorm van mannen en ze alsnog in een binaire gendercategorie dwingen. Een andere vorm van die taalkundige uitwissing wordt duidelijk via het woord ‘sodomie’. In het negentiende-eeuwse Groot-Brittannië gebruikte men het woord ‘sodomie’ om seks tussen mannen te omschrijven, wat dus betekent dat Hijra’s beschouwd werden als mannen.

Hijra’s, en het derde gender in het algemeen, bestaan echter veel langer dan de haat en afkeer die kolonisten hadden (en hebben) naar alles wat seksueel afwijkt van de norm: in de Kama Sutra wordt verwezen naar feminiene mensen van het derde geslacht (in die teksten zijn ze omschreven als tritiya prakriti).

Bhoorah

De behandeling van Hijra’s in het koloniale Brits-Indië komt duidelijk naar voren in het verhaal van een Hijra genaamd Bhoorah. Op 17 augustus 1852 werd Bhoorah onthoofd gevonden in het Noord-Indiase district van Mainpuri. Bhoorah had een guru status en twee volgelingen genaamd Dullah en Mathee, met wie ze in hetzelfde huis woonde. Ze heeft ook twee jaar samengewoond met haar mannelijke lover genaamd Ali Buksh. Vlak voordat Bhoorah werd vermoord, ging ze weg bij Ali Buksh voor een andere man. Op die dag in augustus dwong Buksh Bhoorah om weer terug te komen.

Bhoorah’s buren zagen Bhoorah en Buksh ruziën op straat voordat ze naar binnen gingen. Later op de dag rende Dullah naar buiten, schreeuwend dat Bhoorah was vermoord door Bukhs. In de rechtszaak die volgde, waren er twee verdachten: Ali Buksh en Dullah. De Britse rechters waren ervan overtuigd dat Buksh de dader was en Bhoorah had vermoord omdat hun ‘beruchte samenzijn’ was verbroken. In dat tijdperk criminaliseerden rechters Hijra’s als travestieten, bedelaars en onnatuurlijke prostitués, ook al was een Hijra het slachtoffer van een misdaad. Een van de rechters noemde Hijra’s een schande onder de koloniale heerschappij. In de nasleep van Bhoorah’s gewelddadige dood concludeerden de Britse heersers van India dat de Hijra gemeenschap uitgeroeid moest worden.

De Britse kolonisten wilden met wetgeving Hijra’s elimineren door middel van de Criminal Tribes Act (CTA) van 1871. Onder de CTA werden Hijra’s en hun genderbelichaming, hun huiselijke situatie en hun levensstijl sterk onder de loep genomen en gereguleerd op nieuwe manieren. Deze anti-Hijra campagne vroeg ook van de politie om registers te maken met de persoonlijke gegevens van Hijra’s. Het ging dan vooral om het bijhouden en in de gaten houden van Hijra’s die verdacht werden van sodomie, kidnappen en castratie. Via deze weg werden Hijra’s, in de beschrijvingen van de registers bestempeld als ‘eunuchen’, en dus op een wettelijke manier gedefinieerd als seksueel afwijkend. Via deze weg zouden ze dan castraties, de manier waarop zij dachten dat Hijra’s ‘ontstonden’, kunnen ‘voorspellen’ en voorkomen om zo de Hijra gemeenschap uit te roeien.

Het kolonialisme

De criminalisering en poging tot uitwissing van Hijra’s kwamen voort uit koloniale angst. Voor vele kolonisten waren Hijra’s niet alleen een gevaar voor publieke normen en waarden, maar waren ze ook een dreiging voor de koloniale politieke autoriteit. Deze angst en afkeer is ook gaandeweg gegroeid. In de vroege periode van het koloniale India, tussen 1760 en 1780, hadden Britse kolonisten voorgenomen om India te regeren vanuit India’s eigen wetten en instituties. Tegen de jaren ’20 van de eeuw erna hebben voornamelijk evangelische overtuigingen geleid tot wettelijke en sociale hervormingen van het India van toen.

De ambiguïteit in, of eigenlijk tussen de categorieën van ‘man’ en ‘vrouw’ was ook een bron van koloniale angst. Gender was een van de voornaamste categorieën waarlangs geregeerd werd vanuit de koloniale visie. Het koloniale reguleren van de Hijra gemeenschap laat ook zien hoe het koloniale strafrecht, en het kolonialisme in het algemeen, naast een geracialiseerd karakter ook een gegenderd karakter heeft.

Tussen 1850 en 1870 ontstond collectieve paniek over Hijra’s in de elite van de Britse ambtenaren. Deze ambtenaren bleven de Hijra gemeenschap keer op keer (her)ontdekken, wat steeds leidde tot een herhaling van publiekelijke verdoeming van de Hijra’s. De perfecte koloniale onderdaan was gevestigd volk dat deed aan productieve economische activiteiten, hun levens hadden ingericht op basis van reproductieve seksualiteiten en zich gedroegen volgens de publieke normen en waarden.

Langs die waarden van de zogenaamde perfecte koloniale onderdaan, waren Hijra’s een dreiging voor de publieke orde. Veel Hijra’s werden verboden om performances te doen, konden hun genderidentiteit niet in de publieke ruimte laten zien door een verbod op vrouwelijke kledij bij ‘mannen’ en hun huiselijke situatie werd scherp in de gaten gehouden door toezicht en regulering van de koloniale overheid. Kolniale interventie was zogenaamd nodig om de Indiase samenleving een morele transformatie te laten ondergaan en om onschuldige kinderen te redden van Hijra’s. Er werd expliciet een verband gemaakt tussen de Hijra’s en christelijke moraliteit. Hijra’s zouden in elk Christelijk geleid land een schande zijn. Indiase huishoudens die bestonden uit de echtelijke staat, heteroseksuele en reproductieve seksualiteit en waarin de vaderlijke lijn centraal stond, werden beschouwd als leidend in de koloniale en sociale politieke orde. Vanuit diezelfde lijn zijn niet-normatieve genderidentiteiten en seksualiteiten een gevaar voor de orde en geheel onbestuurbaar.

De Britten gebruikten vaak woorden zoals ‘vervuilend’ en ‘besmettend’ om Hijra’s te omschrijven, omdat Hijra’s gezien werden als een bron van wanorde en een gevaar voor de samenleving. Het opmerkelijke aan deze woorden is dat ze Hijra’s vergelijken met ziekteverwekkers, als ‘iets’ wat de samenleving kan infecteren en bevuilen. Dat impliceert dat de Indiase samenleving onder het Britse heerschappij per definitie schoon en gezond zou zijn.

Wat opmerkelijk is, is dat vrouwelijkheid onder mannen niet per se een verlangen naar seks met andere mannen indiceerde in het achttiende-eeuwse Groot-Brittannië. Een vergrote emotionaliteit en romantische hechting aan vrouwen werden juist meer geassocieerd met vrouwelijkheid onder mannen. Daarnaast keurde men travestie ook niet geheel af. Op straat en in het dagelijks leven kon het wel leiden tot opmerkelijke blikken, maar het werd vooral geassocieerd met theatraliteit en niet met seksuele deviantie.

In de huidige eeuw

Als we vooruit spoelen naar de eenentwintigste eeuw, dan zien we dat het beter gaat met de Hijra’s in vergelijking met de koloniale periode. In 2014 heeft het Hooggerechtshof besloten dat transgender personen, en dus ook Hijra’s, officieel erkend worden als derde gender. Het gerechtshof stelde dat de discriminatie van Hijra’s niet rechtvaardig was zonder expliciete wet die dit legitimeerde.

Antropoloog Gayatri Reddy schrijft in het boek With Respect to Sex: Negotiating Hijra Identity in South India dat vandaag de dag Hijra’s ook steeds meer te zien zijn in mainstreamfilms, maar dat dat ook een dubbelzijdig zwaard is: door de complete onzichtbaarheid van een aantal eeuwen is het nu vreemd voor Hijra’s (en ook non-Hijra’s) om zo opeens in het zicht te zijn. Hoe dan ook is er met de wettelijke erkenning in 2014 meer ruimte voor ze in de samenleving, en geeft dat hoop voor hun rechtvaardige plek in de samenleving.

Queerness in het hindoeïsme. Een artikel van mijnhindoeisme.nl over de derde natuur en queerness in relatie tot de geschriften en trouwen

Queer in het hindoeïsme (1/3)

In onze categorie Moderne Hindoeïsme bespreken we onderwerpen die actueel zijn. Queer is het onderwerp dat op de hele wereld met name ook in de maanden juni en juli extra aandacht krijgt en om die reden belichten wij dit onderwerp vanuit het hindoeïsme. Wat wordt er bedoeld met Tritiya Prakriti, welke verhalen kennen we uit de geschriften over queer en zijn er mogelijkheden om te trouwen?

Queer en het hindoeïsme
Als we in “het hindoeïsme” ons verdiepen in een bepaald onderwerp, krijg je te maken met verschillende stromingen en meerdere interpretaties. Vaak haalt men de opvattingen uit de religie (het hindoeïsme) en de standpunten vanuit culturele gedachten door elkaar. Wat vertelt het hindoeïsme over een onderwerp, wat vindt de Hindoestaan daarvan en wat is “ons” aangeleerd omdat men het altijd al zo heeft gedaan? Deze drie vormen van inzichten kunnen drie verschillende interpretaties over een bepaald onderwerp hebben. Zo ook het onderwerp wat we behandelen in dit artikel: Queer. Voor queer bestaat niet echt een geen goede Nederlandse vertaling. Het staat voor een open, brede genderidentiteit en/of seksuele identiteit. Vaak noemen mensen zichzelf queer als ze zich niet een vaststaand gender en/of seksuele identiteit toekennen, of die afwijzen. Queer is daarom een overkoepelend begrip voor onder andere lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender, intersekse, questioning, aseksuele, panseksuele mensen, oftewel LHBTIQAP+. In deze artikelreeks bespreken we dit onderwerp vanuit het hindoeïsme.

Energieën in het hindoeïsme
Vanuit de hindoefilosofie bestaat alles wat gecreëerd is, uit twee delen: Purusha en Prakriti. Vanuit de yogafilosofie wordt deze ook aangeduid met Shiva en Shakti. Een veel gemaakte misvatting is dat deze delen gelijk staan aan de mannelijke en vrouwelijke energie. Maar in werkelijkheid staat Purusha (niet te verwarren met man) voor de ziel (het bewustzijn) en Prakriti voor de creatie (de natuur). Binnen deze Prakriti (creatie) is de gehele kosmos ontstaan en binnen deze creatie heeft ook het leven vorm gekregen. Die levensenergie heet Prana en is niet mannelijk of vrouwelijk, maar wordt wel mannelijke (masculine) of vrouwelijke (feminine) componenten aan toegekend. Dit komt in beeld door de fysieke gedaante, man en vrouw. Ook op het geestelijke vlak is er een bepaalde balans die vanuit deze tweedeling wordt toegekend. De “mannelijke” component wordt vaak toegekend aan de energie waarmee je kan analyseren, praktisch denken, strategisch denken en logica toepassen. De vrouwelijke component stelt je in staat om creatief te zijn, gepassioneerd te zijn, in beweging te zijn, te voelen en te ervaren. Beide vormen van energie zijn in de mens aanwezig en vanuit de yogafilosofie streef je ernaar om zo goed mogelijk beide energieën in balans te houden en te beheersen.

Eenheid in verscheidenheid
Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke componenten heeft te maken met dualiteit. Vanuit deze gedachtegang is ons gehele kosmos opgebouwd uit dualiteit en ligt daarom ten grondslag aan onze interactie met elkaar en de manier waarop wij het leven om ons heen ervaren. Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen dag en nacht, goed en kwaad, licht en duister, hemel en aarde, vreugde en pijn maar zo ook man en vrouw. Het doel is om spiritueel te groeien en een bewustzijnsniveau te realiseren waarbij we in staat zijn om ons los te maken van dualiteit. Op dit niveau bereiken wij de connectie met ons innerlijke zelf, de ziel oftewel onze Jivatma. Voor de ziel is er geen verschil, want elk individu, zijnde elk ziel, is noch man noch vrouw, nog heteroseksueel noch homoseksueel.

Wat wij zien als ‘gender’ is op het fysieke niveau vaak het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke lichamen. Ook op het geestelijke- en bewustzijnsniveau is dit verschil aanwezig, al is dat met het blote oog niet te zien. Dat betekent dus dat de ervaring man/vrouw op een geestelijk niveau anders kan zijn dan op een fysiek niveau. Een persoon kan er als man uitzien, maar van binnen voelen als vrouw. Op het spirituele niveau, het niveau van de ziel, is dat verschil er niet. De splitsing tussen de eigenschappen die we toekennen aan de man en de vrouw is ook afhankelijk van onze cultuur en opvoeding. Om die reden is het een biologische invulling waarop wij iemand tot man of vrouw verklaren en een sociologische invulling waarop wij baseren of iemand zich mannelijk of vrouwelijk gedraagt. Wanneer deze mannelijke en vrouwelijke beleving anders is dan het biologisch geslacht, spreekt het hindoeïsme over de derde natuur (Tritiya Prakriti).

Tritiya Prakriti
Naast de geslachten Pumsa-Prakriti (man) en Stri-prakriti (vrouw), kent het hindoeïsme een derde natuur genaamd Tritiya Prakriti. Vaak ook vrij vertaald als derde gender. De Tritiya Prakriti wordt als een mix van mannelijk en vrouwelijke natuur gezien, die anders is dan bij de heteroseksuele persoon. Ook binnen het dierenrijk komen typen van deze derde natuur voor: dieren die homoseksueel gedrag vertonen, dieren die zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen bezitten of dieren die van een mannelijk geslacht kunnen veranderen in een vrouwelijk geslacht. De natuur bevat deze diversiteit. Het is onterecht om dit als een fout of als gevolg van een karmische handeling te bestempelen, zowel niet van de persoon zelf als van diens ouders. Diverse oude (medische) geschriften zoals de Caraka Samhita en de Sushruta Samhita behandelen bijvoorbeeld de ontwikkeling van het embryo, de gevolgen van type zaad- en eicellen voor de wording van het kind en de benamingen van het type derde natuur met seksuele voorkeuren. Het woord Kliba is omschreven als iemand van het derde geslacht waarbij een uitsplitsing gemaakt wordt in vijf typen. Een voorbeeld van zo’n type is Shandha, waarmee een man met de kwaliteiten en gedragingen van een vrouw wordt bedoeld. Daarnaast is een benaming voor een lesbienne, Svairini. De letterlijke betekenis van Svairini in het Sanskriet is ‘onafhankelijke vrouw’. Een ander voorbeeld is Napumsa, waarvan de vertaling divers geïnterpreteerd wordt: queer in de brede zin, inclusief transgenders en interseksen of juist alleen a-seksueel. Zo zijn er diverse benamingen voor verschillende type mensen met hun oorsprong, hun gender voorkeuren en hun seksuele wensen. Ook in de Kama Sutra worden de verschillen geanalyseerd, gecategoriseerd en beschreven. Hieronder vallen onder andere homo’s, lesbiennes, transgenders en intersekse.

Het lastige van specifieke teksten in het hindoeïsme is de diverse vertalingen en interpretaties over de oorzaak van een geslacht, de maatschappelijke rol, demogelijkheden van queerness en de mogelijkheden op seksueel gebied. Waar het ons in de basis om gaat is dat in deze teksten de derde natuur (oftewel queer) erkend en gerespecteerd wordt. Verschillende hindoegeschriften bevatten passages waarin mensen die buiten de stereotypen man-vrouw-categorieën vallen beschreven, erkend en gerespecteerd worden. Het hindoeïsme ziet dit als onderdeel van het leven, waar we iedereen in dienen te waarderen.

Deze derde natuur krijgt hedendaags veel meer aandacht. Oude teksten uit het hindoeïsme bevestigen dat hier al eerder aandacht voor was. De aandacht hiervoor is noodzakelijk, want onbekend maakt onbemind. Er is zelfs nu nog veel discriminatie en onterechte afkeur aanwezig. Gelukkig wordt dankzij media-aandacht, social media en diverse activiteiten bewustwording gecreëerd, dat er niet op basis van gender en seksuele voorkeur gediscrimineerd moet worden. In ons volgend artikel gaan we in op de verhalen uit de geschriften om aan te geven dat queerness altijd aanwezig was en ook gerespecteerd werd.

Queer: Verhalen uit de geschriften (2/3)

Naast de theoretische uitleg in ons vorige artikel waarin we beschreven hoe gender wordt beschreven in diverse hindoegeschriften, zijn er ook diverse verhalen waarin het geslacht op verschillende manieren terugkomt. In dit artikel behandelen we een aantal verhalen waarin het gender onderwerp terugkomt met de bijbehorende achtergrond en hindoe-filosofie.

De eenheid in de mannelijke en vrouwelijke energie

Het meest bekende voorbeeld over gender in algemene zin is de verschijning van Shiva en Parvati in de Ardhanarishvara-vorm. Deze verschijning bestaat voor de ene helft van het lichaam uit Shiva en de andere helft uit Parvati. Men vindt deze verschijning het symbool voor de volledigheid van het Goddelijke, dat bestaat uit beide energieën die in balans zijn. De gedachtegang hierachter is dat beide (zowel de mannelijke- als de vrouwelijke) principes of energieën niet verschillend zijn, maar juist onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en samen een universele eenheid vormen.

De vorming van geslacht

In de Garuda Purana wordt in meerdere stappen beschreven hoe een mens geboren wordt. In het volgende vers wordt duidelijk dat ongeacht de seksuele geaardheid (man, vrouw, geen van beide), een kind in de negende of tiende maand geboren wordt:

cikitsā jāyate tasya garbhavāsa parikṣaye |

nāri vātha naro vātha napūsatvā vabhijāyate || 2.32.29 ||

Ongeacht de seksuele geaardheid van het kind, of het nu mannelijk, vrouwelijk of non-binair is, het wordt geboren in de negende of de tiende maand. (Garuda Purana. 2.32.29)

In deze vers zien we dat de Garuda Puran naast man en vrouw, een derde categorie napumsak noemt, hier vrij vertaald als non-binair. De juiste vertaling van het woord is discutabel, maar men grijpt deze vers aan om aan te duiden dat er vanaf de geboorte meer mogelijk is dan alleen man en vrouw. Dit betekent niet dat vanaf de geboorte altijd al duidelijk is welk geslacht of geaardheid het betreft. Maar het feit dat de Garuda Purana de drie mogelijkheden benoemd, geeft aan dat er een breder standpunt binnen het hindoeïsme aanwezig is en dit voortraject van geboorte voor iedereen hetzelfde is.

Ramayan & Bhagavad Gita

De Ramayan en de Bhagavad Gita zijn populaire geschriften, vooral omdat deze geschriften visies en wijsheden bevatten die van meerwaarde zijn op de hedendaagse maatschappelijke discussies.

In het laatste hoofdstuk van de Ramayan (de Ramcharitmanas, geschreven door Tulsidas) geeft Shri Rama aan wie hem dierbaar is.

Ramcharitmanas. Uttar Kaand (doha 87):

पुरुष नपुंसक नारि वा जीव चराचर कोइ।

सर्ब भाव भज कपट तजि मोहि परम प्रिय सोइ ॥87 क॥

‘Purush napunsak nari va jiv charachar koi, sarva bhaav bhaja kapat taji mohi param priya soi’

Man, vrouw of iemand die de kenmerken van beiden mist (queer), zelfs planten en dieren, vrij van gemeenheid, vol toewijding, zijn me allemaal even dierbaar.

Zoals ook in het eerste artikel beschreven, krijgt het woord napunsak vaak de betekenis queer: alles anders dan de man of de vrouw in plaats van aseksueel alleen. We kunnen hieruit concluderen dat Shri Rama iedereen erkent, ongeacht geslacht of seksuele voorkeur en dat hij geen onderscheid maakt en iedereen hem even dierbaar is.

Net zo belangrijk is de zienswijze vanuit de Bhagavad Gita. De Bhagavad Gita is een van de meest gerespecteerde heilige geschriften binnen het hindoeïsme. Shri Krishna (de Goddelijke manifestatie) geeft aan Arjuna de wijze lessen van het leven mee en indirect aan ons. Met onderstaande vers geeft hij te kennen dat God gelijkelijk gezind is aan alle levende wezens. 

Bhagavad Gita: Chapter 9, Verse 29

समोऽहं सर्वभूतेषु न मे द्वेष्योऽस्ति न प्रिय: |
ये भजन्ति तु मां भक्त्या मयि ते तेषु चाप्यहम् || 29||

samo ’ham sarva-bhuteshu na me dveshyo ’sti na priyah
ye bhajanti tu mam bhaktya mayi te teshu chapyaham

Ik ben gelijkelijk gezind aan alle levende wezens; Ik ben niet vijandig of partijdig tegenover wie dan ook. Maar de toegewijden die Mij met liefde aanbidden, verblijven in Mij en Ik verblijf in hen.

Deze vers is kenmerkend voor de visie vanuit diverse geschriften om alle levende wezens gelijk te behandelen, ook al wordt daar geen specifieke bewoording voor gebruikt

In onderstaande video geeft Devdutt Pattanaik meer voorbeelden van queer binnen het hindoeïsme. Hieruit kunnen we concluderen dat de aanwezigheid van deze derde natuur (Trithiya Prakriti) in de tijd van de oude geschriften aanwezig was en op een respectvolle wijze onderdeel van de samenleving was.

Indien we kijken naar de verschillende verhalen uit de heilige geschriften dan zien we wederom een milde, neutrale of acceptabele houding ten opzichte van queer. Deze voorbeelden tonen aan dat het hindoeïsme sinds jaar en dag de aanwezigheid van diverse seksuele geaardheden erkent en ook met liefde behandelt. Er bestaan nog diverse andere geschriften en wellicht komt men ook teksten tegen die op een wijze geïnterpreteerd worden of vertaald worden dat haaks hierop staat.

Diverse teksten worden geïnterpreteerd als afwijzend en andere teksten als progressief wat betreft derde geslacht typen. Maar bovenal staat dat wij iedereen dienen lief te hebben, met respect te behandelen en dat in de basis discriminatie op basis van geslacht niet mag plaatsvinden: God houdt van iedereen. Op basis van maatschappelijke normen en waarden zijn er diverse Dharma sastras geschreven die een bepaalde kijk geven op bijvoorbeeld homoseksualiteit. Helaas zijn deze teksten vele malen herschreven in de tijd wanneer de Mugals en de Engelsen gingen regeren in India en dus soms ook foutief werden vertaald, zodat het herleiden van de juiste interpretatie onmogelijk is. Door een bredere kennis te ontwikkelen over het hindoeïsme, is het mogelijk om diverse teksten in perspectief te brengen en deze vanuit verschillende kanten te begrijpen. Is het hindoeïsme het argument of voor of tegen queer te zijn of staat het hindoeïsme hier neutraal in? Zijn het de maatschappelijke en culturele oordelen die er moeite mee hebben?

Het hindoeïsme heeft een vrij universeel karakter. Een voorwaarde om universeel genoemd te mogen worden is dat niemand uitgesloten kan worden. Het is vooral de eigen keuze van de individu op fysiek en mentaal niveau wat men prefereert. Het één hoeft niet per se beter te zijn dan het ander. Wel geldt het uiteindelijke doel om verlossing te bereiken voor iedereen. Hoe een ziel dat probeert te bewerkstelligen in hun huidige leven hier op aarde, is aan hen. De geschriften en andere waardevolle kennis dienen als handvaten die wij kunnen aanreiken om van te leren en bewuster te worden van onze dagelijkse handelen, zowel voor onszelf als voor onze medemens.

Queer: Trouwen en seks (3/3)

Het hindoeïsme erkent queerness en ook de aanwezigheid in de heilige hindoegeschriften laat zien dat het hindoeïsme op een respectvolle manier met elke gendervorm omgaat. Nu is de vervolgvraag hoe het hindoeïsme kijkt naar een homohuwelijk en, in bredere zin, een trouw ritueel? Daarnaast kan iemand zich ook afvragen wat er vanuit het hindoeïsme wordt beschreven over seksuele handelingen tussen man-man en vrouw-vrouw. In dit artikel zullen we verder op in gaan.

Vivah Sanskar

Een van de maatschappelijke onderwerpen is trouwen. Trouwen wordt in het hindoeïsme gelijkgesteld aan een Sanskaar: de Vivah Sanskaar. Maar is trouwen en de Vivah Sanskaar hetzelfde? In Nederland trouwt men om in de basis gezamenlijk het levenspad bewandelen. De basis van de Vivah Sanskaar is uitgebreider: een ritueel waarbij man en vrouw een belofte afleggen met het doel om samen het levenspad te vervolgen en het gezinsleven ingaan, de overstap naar een volgende levensfase (Sanskaar). Het maatschappelijke aspect daarbij is dat men op deze manier een partner heeft waarmee men verschillende maatschappelijke functies vervult, zoals elkaar ondersteunen en (spiritueel) laat groeien, zorg draagt in familiair verband (Dharma), genieten van het aardse leven (Kama) en nageslacht creëert. De Vivah Sanskaar is geen verplichting in het leven, maar een keuze. Zo kan iemand ook ervoor te kiezen om celibaat te leven of niet het gezinsleven in te stappen. Misschien is er geen behoefte om een gezin te stichten maar als liefdevolle partners samen het leven te beleven. Ditzelfde kan natuurlijk ook gelden voor een man-man relatie. Dan is er geen sprake van een Vivah Sanskar in de originele betekenis van deze Sanskaar. Hedendaags is het stichten van een gezin ook minder relevant bij het trouwen en is dus ook de vraag of die kijk op het huwelijk nog hetzelfde moet zijn?

De mantra’s tijdens de Vivah Sanskar, zoals wij die kennen, zijn specifiek gericht op een man-vrouw relatie. Er zijn bepaalde handelingen die de vrouw dient uit te voeren bij de Sanskar en bepaalde handelingen die de man dient uit te voeren. Daarnaast worden er zegeningen gevraagd voor de vruchtbaarheid en het verkrijgen van kinderen. Om die reden is deze vorm van Vivah Sanskaar duidelijk een breder begrip dan een huwelijk waarin je elkaar het ja-woord geeft. Het hindoeïsme kent eigenlijk meerdere vormen van Vivah, waarvan de andere vormen nauwelijks in deze tijd toegepast worden. Een uitzondering daarop is de Gandharva Vivah. Dit is een simpele vorm zonder rituelen of puja-handelingen waarbij de belofte tussen man en vrouw wordt gedaan om te trouwen zonder dat familie daarbij betrokken is of mogelijkerwijs zelfs oneens zouden kunnen zijn met het huwelijk. De hedendaagse love-marriage is een uiting van die vorm. 

Maar is onze Vivah Sanskaar de enige manier en is er wel één manier? Door heel India en over de hele wereld zijn er vele verschillende manieren waarop de Vivah Sanskaar wordt uitgevoerd. Hetzij door de interpretatie en uitvoering van de handelingen in de geschriften, hetzij door andere traditionele en culturele handelingen erbij te betrekken. De rituelen en de handelingen voor de Vivah Sanskaar vanuit de geschriften komt uit de Grihya Sutras. De Sutras in algemene zin kennen een meer maatschappelijke functie voor de mens dan de Veda’s en de Upanishads, die in de kern de filosofie en zienswijze vanuit “het hindoeïsme”, de Sanatan Dharma behelsen. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het dan ook de vraag of deze Sutras strakke verplichtingen zijn of juist met de tijd en behoeften van de samenleving dienen mee te bewegen?

Queer en trouwen

Is het dan onmogelijk om als man-man of vrouw-vrouw samen door het leven te gaan zonder de zegeningen van God? Dat wordt niet zo benoemd, echter de Vivah Sanskar zoals die is uitgeschreven is daar niet voor geschikt. Is het dan mogelijk om een aangepaste Vivah Sanskar te verrichten? Dit is een vrij liberale denkwijze waar zowel voor- als tegenstanders van zijn. Het antwoord daarop is ook afhankelijk van de beleving van het hindoeïsme: kijkt men naar de geschriften als strikte regels waarvan niet afgeweken mag worden of kijkt men naar de geschriften als richtlijnen die met de tijd, plaats en situatie mee veranderen. Daarnaast is het ook de vraag of er in een queer-relatie de behoefte is om de Vivah Sanskar uit te voeren. Het kan bijvoorbeeld ook wenselijk zijn om middels een standaard puja (offerritueel begeleid door een priester) zegeningen te vragen van God. Tegenwoordig is de visie van de priester hierbij leidend voor wat wel of niet gebruikelijk is. Helaas is er nog onvoldoende beweging naar een invulling die eenduidig is op basis van de hindoefilosofie.

Queer en seks

Aansluitend hierop kan men zich afvragen in hoeverre seks binnen een man-man en vrouw-vrouw relatie toegestaan of verboden is. De Kama Sutra beschrijft uitgebreid welke seksuele handelingen van toepassing zijn in diverse relaties waaronder man-vrouw, man-man en vrouw-vrouw. Is het dan toegestaan? Een bredere vraag nog: zijn alle seksuele handelingen die in de Kama Sutra staan prima?

De Kama Sutra zijn teksten die geschreven zijn in een hele andere tijd, waarbij voor die tijd een uitgebreide en doordachte invulling gegeven wordt aan lust en verlangen, seksuele handelingen, de emoties en gevoelens van man en vrouw, de werking van het lichaam zowel fysiek als geestelijk en de wijze waarop men op een respectvolle manier een vrouw verleidt. Omdat het uit een andere tijd komt, zijn bepaalde (maatschappelijke) opvattingen vreemd en hedendaags niet van toepassing. Daarnaast, zoals ook bij de Ghriya Sutras eerder aangegeven was, geldt ook voor de Kama Sutras dat het in rangorde van hindoe geschriften een lagere status heeft. Het is daarom ook een ander type boek dat op een andere wijze geïnterpreteerd dient te worden dan de heilige geschriften.

Aan de andere kant hanteert de Manusmriti een andere kijk op seks tussen beide geslachten. Zowel bij seks tussen mannen als tussen vrouwen beschrijft dit geschrift straffen en gevolgen voor de personen. In een veel aangehaald vers zal degene die “zondigt” met kleren aan in het openbaar een bad moeten nemen (vers 11.174). De Manusmriti behandelt meer vreemde en minder vreemde straffen voor bepaalde zaken. Al eerder is gezegd dat context, de interpretatie en de vertaling van deze geschriften, waarbij de Manusmriti een zeer discutabel geschrift is, erg onduidelijk is.

Het hindoeïsme vanuit een breder perspectief in acht nemend, zijn seksuele verlangens onderdeel van het leven op aarde. Net als in de man-vrouw relatie seksueel genot bestaat, kan dat ook bestaan in een man-man relatie. Seks kan gezien worden als een uiting van liefde, als een uiting van plezier en verlangens en in uitzonderlijke gevallen (tantrisch) naar een wijze om een hogere energie te bereiken. Kijkend naar het onderdeel genot, zouden we vanuit het hindoeïsme een mooi vers uit de Bhagavad Gita kunnen bestuderen. Volgens de Bhagavad Gita zou onze focus niet (te veel) op deze Kama moeten liggen. Het is een onderdeel van het leven, maar onze focus zou eerder Karma (juiste handelingen) en devotie (liefde voor God) moeten hebben. Shri Krishna vertelt dit tegen Arjuna:

Bhagavad Gita 3.7

यस्त्विन्द्रियाणि मनसा नियम्यारभतेऽर्जुन ।
कर्मेन्द्रियैः कर्मयोगमसक्तः स विशिष्यते ॥

yas tv indriyani manasa niyamyarabhate ‘rjuna
karmendriyaih karma-yogam asaktah sa visisyate

Aan de andere kant is hij die de zintuigen door de geest beheerst en zijn actieve organen betrekt in werken van toewijding, zonder gehechtheid, veruit superieur.

Een mooie vergelijking is bijvoorbeeld met voeding. In onze maatschappij zijn er diverse restaurants en eettentjes waar smakelijk gegeten kan worden. Maar het doel van eten vanuit het hindoeïsme is om je lichaam en geest gezond te houden. Dat betekent niet dat het hindoeïsme lekker eten verbiedt, maar wel dat het niet het doel van het leven is. Zo kunnen (te veel van) deze aardse verleidingen een groot impact hebben op ons geluk. Ook al voelt het alsof het aardse plezier en materialisme ons het geluk geven, de boodschap uit de Bhagavad Gita is om onze zintuigen en geest te beheersen.

De Kamasutra heeft een kijk gegeven op de seksuele mogelijkheden tussen man-vrouw, vrouw-vrouw en man-man. Daartegenover heeft de Manusmriti een negatievere kijk hierop. Als laatste benoemt de Bhagavad Gita uitdrukkelijk dat in het kader van spirituele groei, het sowieso wenselijk is om de (seksuele) verlangens (Kama) in toom te houden.

Resumerend naar deze artikelenreeks met betrekking tot hindoeïsme en queer, merken we dat we hier nog lang niet over uitgepraat zijn. Het is een sociaal-maatschappelijk onderwerp waar de meningen over zullen verschillen. Er zullen voor- en tegenargumenten worden gegeven waarom queer samengaat met het hindoeïsme of juist niet, ook afhankelijk van de stromingen binnen het hindoeïsme. Het blijft belangrijk om bij deze voor- en tegen argumenten, de geschriften en andere bronnen (kritisch) te bestuderen en proberen het doel achter de geschreven tekst in de context van toen te achterhalen. Vervolgens loont het om deze informatie in te vertalen naar de hedendaagse context en de huidige situatie. Alleen dan komen we tot een zo objectief en betrouwbaar mogelijk antwoord. Dat is wat we in deze artikelreeks hebben geprobeerd te delen.

Mahabharata Monday – Het verhaal van Shikhandi

Waar wij in Nederland vooral bekend zijn met de hokjes “man” en “vrouw” als het gaat om gender, zien we steeds meer dat er verder wordt gedacht dan deze hokjes. Sterker nog, gender wordt steeds minder gezien als iets met twee opties waartussen een keus gemaakt moet worden (genderbinariteit), maar steeds meer als spectrum, waarbij zij slechts twee opties zijn tussen vele andere vormen. Hoewel wij binnen onze maatschappij voortdurend nieuwe taal ontwikkelen om deze andere vormen een naam te geven, is het bestaan van genderdiversiteit en queerness niet nieuw. Het is ook zeker niet alleen een westers fenomeen: het Indiase subcontinent heeft een rijke geschiedenis aan queerness. Ter ere van van Indian History Month 2022 zal elke maandag een artikel worden gewijd aan queer sporen in de Mahabharata, een van de belangrijkste geschriften binnen het Hindoeïsme[1]. Op deze tweede maandag wordt het veelbewogen verhaal van Shikhandi(ni) uitgelicht.

Shikhandi(ni) was een belangrijk persoon om Bhishma te verslaan, maar om met dit verhaal te beginnen gaan we terug naar het leven dat Shikhandi had voor hij als Shikhandi(ni) werd geboren. In haar leven als Amba wordt zij geboren als dochter van de koning van Kashi en als zus van Ambika en Ambalika. Zij is heimelijk verliefd op de koning van Salwa en hij op haar. Tijdens haar swayamvara (ceremonie waarbij potentiële huwelijkspartners bij elkaar komen en de bruid mag kiezen) wordt zij echter met haar zussen tegen haar wil ontvoerd door Bhishma, een strijder aan de kant van de Kaurava’s, die op zoek is naar deugdzame bruiden voor zijn broer Vichitravirya. Bhishma heeft zelf een belofte afgelegd om celibatair te blijven en is daarom gezegend met een leven zo lang als hij dat wil. De moeder van de beoogde bruidegom maakt voorbereidingen om de huwelijken te laten voltrekken, maar Amba maakt zich er hard voor dat zij enkel met de koning van Salwa wilt trouwen. Bhishma geeft uiteindelijk toe dat zij haar eigen keus zou moeten maken en stuurt haar naar de koning van Salwa, terwijl haar zussen wel het huwelijk aangaan met Vichitravirya. Helaas voor Amba verstoot de koning van Salwa haar nu. Na deze afwijzing wijst ook Vichitravirya haar af, en wordt de optie opgegooid dat Bhishma met haar trouwt, aangezien hij degene is die haar in deze situatie heeft gebracht door haar te ontvoeren. Vanwege zijn celibaat weigert ook Bhishma haar echter, wat een honger om wraak bij Amba aanwakkert. Zij onderneemt diverse stappen om rechtvaardigheid te vinden, maar vindt uiteindelijk pas haar oplossing als de god Shiva haar inspanningen beloont en belooft dat zij in haar volgende leven een man zou worden en zo Bhishma zal vernietigen. Zich vasthoudend aan deze belofte, maakt zij zelf een einde aan haar leven als Amba.

Amba’s nieuwe leven begint bij diens geboorte als Shikhandini, maar leven als Shikhandi: waar Shikhandini biologisch gezien wordt geboren met vrouwelijke geslachtsdelen, wordt hij al vroeg als de zoon Shikhandi opgevoed door zijn vader. Shikhandi leert alles waar een zoon in die tijd in getraind dient te worden. Shikhandi wordt ook uitgehuwelijkt aan een vrouw, al is de bruid in kwestie niet blij met deze situatie, wat leidt tot spanningen bij het echtpaar, maar ook tussen hun ouders en diens koninkrijken. Shikhandi vlucht hierdoor het bos in, waar hij een mannelijke yaksha (natuurgeest) ontmoet die aanbiedt om van geslacht te wisselen. Na deze wisseling gaat Shikhandi mee naar het strijdsveld, waar beide zijden van de oorlog, de Kaurava’s en de Pandava’s, aanwezig zijn. Shikhandi vecht aan de zijde van de Pandava’s en vindt Bhishma aan de kant van de Kaurava’s. Bhishma heeft ooit ook beloofd om nooit iemand te doden die een vrouw is, als vrouw geboren is of in een vorig leven een vrouw was, en doet om deze reden niets in zijn verdediging als Arjuna en Shikhandi pijlen op hem afvuren. Hoewel Bhishma niet sterft tijdens de strijd, overlijdt hij uiteindelijk als gevolg van de strijd, waarmee Shikhandi Amba’s wraak voltooit. 

Lezend met de LBGTQIAA+ woordenschat die wij nu hebben kunnen we allerlei sporen van queerness ontdekken, al zitten deze soms wederom vol tegenstrijdigheden. Het is duidelijk dat Amba’s leven getekend wordt door ideeën omtrent deugdzaamheid en eer van met name vrouwen. Het feit dat Amba is afgewezen door drie mannen tekent haar leven waar zij geen andere opties heeft behalve trouwen. Ook de consent (toestemming) van Ambika en Ambalika wordt niet meegenomen in de huwelijksvoorbereidingen. De positie van de vrouw is duidelijk ondergeschikt en het is alleen door diens geboorte als Shikhandi(ni) dat Amba wel haar wraak kan voltrekken.

Tegelijkertijd illustreert dit eeuwenoude verhaal het verschil tussen sekse en gender: Shikhandi heeft vrouwelijke genitaliën, maar wordt vooralsnog opgevoed en gezien als man. Hoewel het hebben van bepaalde genitaliën vaak wordt verbonden aan de maatschappelijke rollen die iemand dient aan te nemen, zien wij in de praktijk dat gender veel complexer werkt. Shikhandi wordt geboren als Shikhandini, maar opgevoed als Shikhandi, waardoor ook de samenleving hem ziet als man. Hierdoor trouwt Shikhandi ook met een vrouw in een sterk heteronormatieve samenleving. Hier is het wel weer een typisch mythische wending dat Bhishma Amba weet te herkennen in Shikhandi.

Als we kijken naar de yaksha zien we hier ook een vorm van genderfluïditeit: Shikhandi en de yaksha wisselen van geslacht, maar passen ook de manier waarop zij hun gender uitdragen hiermee aan. De context van het verhaal laat zien dat er wel degelijk ideeën zijn over bepaalde verwachtingen van mensen met een bepaald gender, en eigenlijk zou je zo ver kunnen gaan het juist deze verwachtingen zijn die maken dat Amba zo wanhopig is om te trouwen na haar ontvoering: Amba instrumentaliseert genderfluïditeit om haar doel als Shikhandi te bereiken.

Kortom: het verhaal van Shikhandi laat allerlei sporen van queerness zien! Het is dan ook geen wonder dat Shikhandi vaak wordt aangehaald in cultuur en politiek als het gaat om de rechten van trans mensen in India. Shikhandi is zo niet alleen een figuur uit een al dan niet mythisch verleden, maar ook een drager van betekenis in de strijd om meer rechten te krijgen in het heden.


[1] Hier wil de auteur graag benadrukken dat het spreken over HindoeISME een westers koloniaal product is: er is niet één soort HindoeISME.

Geschreven door Louise Autar

Henna als queer practice

Als je een beetje met Bollywood bent opgegroeid, zoals ik, heb je door alle liedjes geleerd dat henna een voorbode is op het huwelijk. De henna ziet er prachtig uit, maar draagt ook nog extra functies hiernaast. Henna is afkomstig van de hennaplant en wordt gemengd met andere ingrediënten, wat leidt tot een pasta die verkoelend werkt. Deze verkoeling werkt bovendien rustgevend, zo stelt Fariha Ahmed, en verlicht ook stress-, koorts- en hoofdpijnklachten.

Naast de aanwezigheid op huwelijken bij zowel Hindoes als Moslims in de Hindostaanse gemeenschap, worden we ook omringd met Bollywood verwijzingen naar henna. Soms zingt Shah Rukh Khan mehndi laga ke rakh na en kun je wegzwijmelen bij het stiekeme geflirt tussen de verloofde hoofdrolspeelster en de man die haar probeert te veroveren na hun ervaringen in Europa. Soms wordt het anders vrolijke nummer mehndi hai rachne wali afgespeeld terwijl de soon-to-be bruid met handen vol henna huilend op een plekje zit en met de natte henna geen kant op kan, in afwachting van een huwelijk waar ze compleet geen zin in heeft. In channa mereya wordt gespeeld met de verwachting dat enkel vrouwen henna dragen ter voorbereiding op een huwelijk, als Ranbir Kapoor ook zijn handen laat versieren met henna op de bruiloft op de vriendin van wie hij stiekem houdt. Welke mate van consent en vreugde er ook voorkomt in zo’n nummer, het mainstream beeld en gebruik is dat de vrouw die gaat trouwen haar handen laat versieren met henna.

Natuurlijk is dit beeld gestoeld op verhalen tussen een man en een vrouw, die door de liefde, het lot of de familie zijn samengebracht om de rest van hun leven door te brengen. Maar wat als dat niet het verhaal is wat dat bij jou past? Als jij met een partner wilt trouwen van hetzelfde geslacht? Of ook henna wilt dragen tijdens het huwelijk, terwijl jij dat op basis van maatschappelijke verwachtingen niet “hoort” te doen? Of als je geen zin hebt om te wachten op een huwelijk, of op een partner, om henna te gebruiken? Mijn weg naar henna gebruiken is gestoeld op deze vragen, waarbij ik voor mijn eigen rust, vreugde en creativiteit een doel voor ogen had: henna herclaimen als queer practice.

Henna als reinvented ritual

Een keerpunt in mijn mening over henna ontstond tijdens het schrijven van een eindpaper, toen ik literatuuronderzoek deed naar culturele toe-eigening en de grenzen van cultureel eigendom. Wetenschapper Sunaina Maira nam onder andere henna als case study en bestudeerde hoe henna als reinvented ritual in het artikel Henna and Hip-Hop (Maira 2000) op nieuwe manieren in nieuwe contexten door nieuwe groepen mensen werd gebruikt in Amerika. Hoewel het gebruik van henna wortels heeft in onder andere Zuid-Aziatische, maar ook Noord-Afrikaanse culturen, bemerkt zij dat henna steeds meer populariteit verwerft in Amerika als body art, of bijvoorbeeld als onderdeel van New Age praktijken. Maira laat door tal van voorbeelden zien dat een ritueel ergens kan ontstaan en binnen die context speciale betekenis kan hebben, maar dat rituelen in andere plekken, door andere tijden, kunnen ontwikkelen en zo nieuwe betekenissen en functies kunnen dragen. Binnen de diaspora begint henna echter al nieuwe betekenis te krijgen: een kans om je te verbinden met één van de vele culturen die je bij je draagt. Maar op welke manieren kunnen wij henna, en andere delen van de cultuur die wij meekrijgen, opnieuw uitvinden om meer te passen bij het leven wat we nu leven?

Henna als verstilling

Mijn eerste ervaring met henna begon vanuit sisterhood. Een vriendin en ik hadden een middag uitgeruimd om te chillen, haar moeder had een plastic cover over de tafel geplaatst en ik had ready-made cones meegenomen uit mijn lokale toko. Onze wens om met henna te experimenteren was het resultaat van creatieve kriebelingen en ongeduld: waarom wachten tot we gaan trouwen (als iemand ons zo gek zou krijgen!) om ons bezig te houden met deze kunstvorm? Hoewel we moeite hadden met het beheersen van de henna cone en de dikte van de lijnen, gaf het oefenen met henna ons een kans om te verstillen: rustig zitten, onze handen niet bewegen, onze telefoons weg en praten over onderwerpen waar we normaliter niet eens de tijd voor hadden. Het zijn dan ook deze kenmerken die mij terugbrachten naar henna in 2020, tijdens één van de eerste lockdowns waar wij mee te maken kregen. Ik was destijds actief als docent op een universiteit en met de verandering naar online lesgeven werden mijn dagen gevuld met schermen. Henna bood een lang pauzemoment: mijn ogen waren niet gekluisterd aan een scherm, mijn handen konden niet “snel even” terug naar het toetsenbord en de verkoeling en de geur zorgden ervoor dat ik kon relaxen.

Henna als verbinder

De laatste jaren zien we dat henna ook steeds vaker wordt gebruikt om verhalen te vertellen. In de context van CTRL + ALT + IDENTITY, het project in samenwerking waarmee de workshop wordt georganiseerd, wordt henna gebruikt om met elkaar te verbinden, reflecteren en healen. Begeleid door Anima Jhagroe-Ruissen worden deelnemers meegenomen in de wereld van henna door aandacht te besteden aan technieken, waarna zij begeleid worden om hun eigen verhaal te transformeren in een hennadesign. Deze ontwerpen hebben uiteindelijk een rol gespeeld in de conceptualisatie van de dansproductie CTRL + ALT + IDENTITY, die op 2 en 3 juli nogmaals wordt opgevoerd in Den Haag. Henna werd binnen deze context ingezet als verbinder door Jhagroe-Ruissen, waarbij de verbinding wordt gemaakt door ruimte te creëren en bieden aan elkaars verhaal en creativiteit. Als het hele hennaritueel opnieuw vorm wordt gegeven, kunnen wij dat dan ook zo doen dat queer mensen zich ook thuis kunnen voelen, en misschien zelfs gecentreerd worden?

Queering henna

Henna is een connectie tot de cultuur die we hebben meegekregen, maar wat we met die cultuur doen, wat wij met die henna doen, is aan ons. Waar henna vaak wordt gebruikt in heteronormatieve omgevingen als huwelijken tussen man en vrouw, zijn er verschillende lagen van de hennakunst die wij tot ons kunnen nemen om een nieuwe relatie tot henna te creëren. Waar we hennakunst kennen vanuit een specifiek kader, is het verbreden van de mogelijkheden een vorm van queering, zeker als het leidt tot nieuwe rituelen. Queering is hier enerzijds het onderzoeken van en ruimte creëren voor queer mensen in een traditie waar zij traditioneel zijn uitgesloten of uitgewist. Anderzijds zien we, zeker als we kijken naar de taalkundige wortels van het woord “queering”, dat het ook een bepaalde vervreemding kan betekenen, en ook daar zit veel macht in. Juist door iets te vervreemden en dingen die wij “normaal” vinden in een nieuw licht te zetten kunnen we opnieuw nadenken over wat wij willen met elementen van de cultuur waar we ons niet in kunnen vinden. Hoe kunnen wij binnen de Hindostaanse cultuur een thuis creëren waar we onze queerness niet achter hoeven te laten? Welke rust kunnen wij hierin bouwen, opdat we ons kunnen verzetten tegen burn-out cultuur? We kunnen met henna verhalen vertellen, maar ook het verhaal van henna in onze cultuur kunnen wij op nieuwe manieren vertellen. Cultuur is iets wat wij erven, maar evengoed iets wat wij creëren, wat wij transformeren en wat wij zelf doorgeven. Cultuur verandert constant, het vaart mee met degenen die die cultuur meenemen en het verandert door de mensen die die cultuur blijven beoefenen. Henna is al tijden een deel van onze cultuur, en zelfs als deze voornamelijk in heteroseksuele contexten tot uiting is gekomen, dan nog kunnen wij dit stukje van onze cultuur ook in onze handen houden, en een nieuwe draai geven op een manier die bij ons past. Als henna verhalen kan helpen verhalen te vertellen, dan kan henna allicht ook queer mensen helpen naar een manier om onze verhalen te vertellen.

Wil je meer weten over hoe henna en queerness bij elkaar worden gebracht? Hier zijn een aantal tips!

  • Adiba Jaigirdar’s boek The Henna Wars is gepubliceerd in 2020 en gaat over Nishat, een queer Bangladesi moslima die verliefd wordt op het andere meisje dat zich bezighoudt met hennakunst op haar school.
  • Sabira Haque en Alia Romagnoli hebben samengewerkt aan een fotoserie en artikel waarin zij hun rijkheid aan identiteiten (Bengali, moslim, queer) samenbrengen en zo een nieuw verhaal vertellen, met onder andere hennakunst.  https://www.vice.com/en/article/vbawja/photos-that-celebrate-being-south-asian-and-queer

Geschreven door: Louise Autar

Review bollywood film ‘Fire’ (1996)

Een vooruitstrevende film over twee schoonzussen

Toen ik erachter kwam dat de film Fire geregisseerd is door een Indo-Canadese vrouw, gaf het mij de doorslag om de film te bekijken. Iets in me zei, dat ik niet ieder half uur naar een zang- en dansspektakel zou hoeven kijken. Iets wat in Bollywoodfilms vaak het geval is. Fire is een erotische dramafilm uit 1996, die voor het eerst in de geschiedenis van de Indiase filmindustrie zo nadrukkelijk een lesbische relatie toont. Het verhaal is overigens niet iets nieuws, de vertelling is lichtelijk gebaseerd op het verhaal ‘Lihaaf’ dat in 1942 werd uitgebracht door de schrijfster Ismat Chugtai.

Het plot gaat over de twee schoonzussen Radha en Sita. Radha is de oudste van de twee en kan geen kinderen krijgen. Haar echtgenoot, die in de ban van een swami (hindoe leermeester) is, besluit dat zij daarom ook geen seks meer hoeven te hebben. Geslachtsgemeenschap heeft immers maar één doel en dat is voortbrengen van het nageslacht. Sita is de jongste van de twee schoonzussen en is waarschijnlijk daarom ruimdenkender. Ook zij heeft een ongelukkig huwelijk, omdat haar man eigenlijk verliefd is op een Aziatische vrouw en zijn lusten op haar botviert. Gevoed door frustraties, beginnen de schoonzussen een seksuele relatie met elkaar. 

Na het bekijken van het spektakel, kon ik maar één ding concluderen en dat is dat het een verrassend goede film is. Twee dingen die de film al anders maakt is dat het voor de maatstaven van Bollywood expliciete beelden toont. Ik kan me niet heugen dat ik eerder twee seksende Indiase vrouwen heb gezien. Maar wat deze film ook onderscheidt van andere films is dat de vrouwen uitgediepte personages hebben, waarbij ze praten over hun emoties en dromen. Hierdoor is het gemakkelijker voor anderen om zichzelf in de personages te herkennen. Ook worden zij niet neergezet als hulpeloze wezens. Zij nemen daarentegen juist het heft in eigen handen.

Queerzijn was ten tijde van de release van deze film nog een taboe in India. Dat is best gek, als je je bedenkt dat de Indiase cultuur voor de kolonisatie door de Britten, een derde gender kende. Bewijzen hiervan zijn terug te vinden in de geschriften en deze relaties zijn geïllustreerd in de Kamasutra. Als je ooit India hebt bezocht, dan heb je vast de versieringen op de tempels gezien, waarbij mensen seks met elkaar hebben. Ook mensen van hetzelfde geslacht zijn er te zien. 

Niet enkel werden destijds personen van het derde gender geaccepteerd, maar zij genoten soms zelfs van aanzien. Men dacht destijds dat zij speciale krachten bezaten en werden daarom vaak uitgenodigd bij geboortes en gebedsdiensten. Het is jammer om te zien dat een cultuur die ooit zo vooruitstrevend en ruimdenkend was, na 300 jaar kolonisatie terug in de tijd is geworpen.

Langzamerhand keert de mainstream acceptatie van het derde gender in India weer terug en wordt het stukje bij beetje meer getolereerd. Zo kun je bijvoorbeeld in sommige deelstaten kiezen uit drie geslachten om in je paspoort te registreren: man, vrouw of x. Maar dat wilt niet zeggen dat relaties met hetzelfde geslacht geaccepteerd worden. Er zit namelijk een verschil tussen het erkennen van een derde gender en het openlijk toestaan van relaties met hetzelfde geslacht. Dat is ook wat deze film toont: ook al is de cultuur bekend met een derde gender, dat betekent niet automatisch dat de lesbische relatie tussen Radha en Sita zal worden goedgekeurd.

Santoecha Rangai

Mahabharata Monday – het verhaal van Brihanalla

Waar wij in Nederland vooral bekend zijn met de hokjes “man” en “vrouw” als het gaat om gender, zien we steeds meer dat er verder wordt gedacht dan deze hokjes. Sterker nog, gender wordt steeds minder gezien als iets met twee opties waartussen een keus gemaakt moet worden (genderbinariteit), maar steeds meer als spectrum, waarbij “man” en “vrouw” slechts twee opties zijn tussen vele andere vormen. Hoewel wij binnen onze maatschappij voortdurend nieuwe taal ontwikkelen om deze andere vormen een naam te geven, is het bestaan van genderdiversiteit en queerness niet nieuw. Het is ook zeker niet alleen een westers fenomeen: het Indiase subcontinent heeft een rijke geschiedenis aan queerness. Ter ere van Indian History Month 2022 zal elke maandag een artikel worden gewijd aan queer sporen in de Mahabharata, een van de belangrijkste geschriften binnen het Hindoeïsme. Op deze eerste maandag wordt het verhaal van Brihanalla belicht…of eigenlijk, een van de belangrijkste figuren in de Mahabharata: Arjuna.

Arjuna werd geboren als zoon van de god Indra en was met zijn vier broers één van de helden van de Mahabharata. De broers, ook wel de Pandavas genoemd, vormden de ene zijde van de strijd die wordt gestreden in de Mahabharata, de Kauravas vormden de andere zijde. Hoewel zij familie zijn, zijn deze zijden met elkaar in een grote strijd verwikkeld.  

Arjuna stond met name bekend om zijn boogschutterij en strijdkundigheid. Zijn vriendschap met Krishna, een reïncarnatie van de god Vishnu, is welbekend en hun gesprekken vormen de basis voor de Bhagavad Gita. De liefde die zij delen is veelal gekenmerkt als enkel diepe vriendschap, maar wordt door enkele denkers ook geïnterpreteerd als een queer liefde tussen de twee mannen. Dit artikel richt zich echter op een ander deel van Arjuna’s leven waar wij sporen van queerness kunnen vinden: Arjuna’s leven als Brihanalla.

Als reactie op de belofte van Arjuna om Karna te vermoorden werden de vijf broers voor 13 jaar verbannen, waarbij het laatste jaar incognito geleefd moest worden. Tijdens zijn verbanning werd Arjuna uitgenodigd door zijn vader Indra, in wiens paleis hij Urvashi leerde kennen. Urvashi, een apsara (nimf), raakte al snel onder de indruk van Arjuna. Zij uitte haar liefde voor hem, maar hij weigerde uiteindelijk haar avances. Sterker nog, hij noemde haar “moeder”, omdat zij in een ander leven de vrouw was van de stichter van de Kuru dynastie, waar ook de Kauravas een product waren. Als reactie hierop sprak de beledigde Urvashi een vloek uit over Arjuna, zodat hij voor de rest van zijn leven een eunuch (een gecastreerde man) zou zijn. Op aandringen van de god Indra werd dit uiteindelijk veranderd in één jaar.

Dankzij deze vloek gaf Arjuna een nieuwe draai aan zijn leven onder de naam Brihanalla aan. Brihanalla vestigde zich in het koninkrijk van koning Virata en nam de rol aan van zang- en dansdocente van prinses Uttara. Dit deed Brihanalla een jaar lang, maar aan het eind van het jaar was Brihanalla toch genoodzaakt om diens ware identiteit te tonen. Dit gebeurde toen een indringer koning Virata’s koninkrijk binnendrong en Arjuna nodig was om de indringer te verslaan. Na dit laatste jaar in verbanning bood Uttara’s vader Arjuna zijn dochter aan om mee te trouwen, maar Arjuna weigerde, omdat hij haar zag als studente en dochter in plaats van mogelijke partner en zichzelf als te oud. Uiteindelijk trouwde zij wel met Arjuna’s zoon Abhimanyu. Eenmaal terug in zijn lichaam gaat Arjuna verder met zijn strijd.

Ook dit verhaal laat zien dat gender werd gezien als erg fluïde in de Mahabharata. Arjuna’s fysieke sekse wordt zonder zijn toestemming veranderd door de vloek. Het is erg interessant om te zien dat Urvashi als straf voor Arjuna’s beslissing om geen seks met haar te hebben ervoor kiest om hem te vervloeken aangaande zijn geslachtsdelen. Arjuna wordt in de Mahabharata vaak afgebeeld als een man die voldoet aan alle eisen waar een man aan zou moeten voldoen. Dus het verlies van hetgeen wat hem biologisch gezien “man maakt” laat zien dat er duidelijke ideeën waren over gender, die soms essentialistisch waren, maar soms juist ook wat meer op te rekken zijn. Dit deel van Arjuna’s verhaal heeft interessant genoeg delen die genderstereotypen bevestigen, maar tegelijkertijd ook allerlei elementen die tegen verwachtingen ingaan. Als Brihanalla gaat Arjuna niet aan de slag als boogschutter of één van de talenten waar Arjuna om bekendstaat, maar begint hij juist als zang- en dansdocent, wat past bij de maatschappelijke verwachtingen en rolpatronen over wie wat zou moeten doen. Als Brihanalla is Arjuna tegelijkertijd niet in crisis, noch in walging, maar blijft hij met het vertrouwen in weten wie hij is, zichzelf, waarbij zijn genderidentiteit niet als restrictie werkt, maar juist wordt gebruikt als strategie om te overleven. Dit deel van Arjuna’s verhaal bevat allerlei tegenstrijdigheden, maar is tegelijkertijd heel speciaal omdat zo een centraal figuur uit de Mahabharata genderfluïditeit laat zien. Volgende week zien we dit nog duidelijker met een nieuw verhaal over een ander personage.

Geschreven door Louise Autar