Mahabharata Monday – Het verhaal van Shikhandi

Waar wij in Nederland vooral bekend zijn met de hokjes “man” en “vrouw” als het gaat om gender, zien we steeds meer dat er verder wordt gedacht dan deze hokjes. Sterker nog, gender wordt steeds minder gezien als iets met twee opties waartussen een keus gemaakt moet worden (genderbinariteit), maar steeds meer als spectrum, waarbij zij slechts twee opties zijn tussen vele andere vormen. Hoewel wij binnen onze maatschappij voortdurend nieuwe taal ontwikkelen om deze andere vormen een naam te geven, is het bestaan van genderdiversiteit en queerness niet nieuw. Het is ook zeker niet alleen een westers fenomeen: het Indiase subcontinent heeft een rijke geschiedenis aan queerness. Ter ere van van Indian History Month 2022 zal elke maandag een artikel worden gewijd aan queer sporen in de Mahabharata, een van de belangrijkste geschriften binnen het Hindoeïsme[1]. Op deze tweede maandag wordt het veelbewogen verhaal van Shikhandi(ni) uitgelicht.

Shikhandi(ni) was een belangrijk persoon om Bhishma te verslaan, maar om met dit verhaal te beginnen gaan we terug naar het leven dat Shikhandi had voor hij als Shikhandi(ni) werd geboren. In haar leven als Amba wordt zij geboren als dochter van de koning van Kashi en als zus van Ambika en Ambalika. Zij is heimelijk verliefd op de koning van Salwa en hij op haar. Tijdens haar swayamvara (ceremonie waarbij potentiële huwelijkspartners bij elkaar komen en de bruid mag kiezen) wordt zij echter met haar zussen tegen haar wil ontvoerd door Bhishma, een strijder aan de kant van de Kaurava’s, die op zoek is naar deugdzame bruiden voor zijn broer Vichitravirya. Bhishma heeft zelf een belofte afgelegd om celibatair te blijven en is daarom gezegend met een leven zo lang als hij dat wil. De moeder van de beoogde bruidegom maakt voorbereidingen om de huwelijken te laten voltrekken, maar Amba maakt zich er hard voor dat zij enkel met de koning van Salwa wilt trouwen. Bhishma geeft uiteindelijk toe dat zij haar eigen keus zou moeten maken en stuurt haar naar de koning van Salwa, terwijl haar zussen wel het huwelijk aangaan met Vichitravirya. Helaas voor Amba verstoot de koning van Salwa haar nu. Na deze afwijzing wijst ook Vichitravirya haar af, en wordt de optie opgegooid dat Bhishma met haar trouwt, aangezien hij degene is die haar in deze situatie heeft gebracht door haar te ontvoeren. Vanwege zijn celibaat weigert ook Bhishma haar echter, wat een honger om wraak bij Amba aanwakkert. Zij onderneemt diverse stappen om rechtvaardigheid te vinden, maar vindt uiteindelijk pas haar oplossing als de god Shiva haar inspanningen beloont en belooft dat zij in haar volgende leven een man zou worden en zo Bhishma zal vernietigen. Zich vasthoudend aan deze belofte, maakt zij zelf een einde aan haar leven als Amba.

Amba’s nieuwe leven begint bij diens geboorte als Shikhandini, maar leven als Shikhandi: waar Shikhandini biologisch gezien wordt geboren met vrouwelijke geslachtsdelen, wordt hij al vroeg als de zoon Shikhandi opgevoed door zijn vader. Shikhandi leert alles waar een zoon in die tijd in getraind dient te worden. Shikhandi wordt ook uitgehuwelijkt aan een vrouw, al is de bruid in kwestie niet blij met deze situatie, wat leidt tot spanningen bij het echtpaar, maar ook tussen hun ouders en diens koninkrijken. Shikhandi vlucht hierdoor het bos in, waar hij een mannelijke yaksha (natuurgeest) ontmoet die aanbiedt om van geslacht te wisselen. Na deze wisseling gaat Shikhandi mee naar het strijdsveld, waar beide zijden van de oorlog, de Kaurava’s en de Pandava’s, aanwezig zijn. Shikhandi vecht aan de zijde van de Pandava’s en vindt Bhishma aan de kant van de Kaurava’s. Bhishma heeft ooit ook beloofd om nooit iemand te doden die een vrouw is, als vrouw geboren is of in een vorig leven een vrouw was, en doet om deze reden niets in zijn verdediging als Arjuna en Shikhandi pijlen op hem afvuren. Hoewel Bhishma niet sterft tijdens de strijd, overlijdt hij uiteindelijk als gevolg van de strijd, waarmee Shikhandi Amba’s wraak voltooit. 

Lezend met de LBGTQIAA+ woordenschat die wij nu hebben kunnen we allerlei sporen van queerness ontdekken, al zitten deze soms wederom vol tegenstrijdigheden. Het is duidelijk dat Amba’s leven getekend wordt door ideeën omtrent deugdzaamheid en eer van met name vrouwen. Het feit dat Amba is afgewezen door drie mannen tekent haar leven waar zij geen andere opties heeft behalve trouwen. Ook de consent (toestemming) van Ambika en Ambalika wordt niet meegenomen in de huwelijksvoorbereidingen. De positie van de vrouw is duidelijk ondergeschikt en het is alleen door diens geboorte als Shikhandi(ni) dat Amba wel haar wraak kan voltrekken.

Tegelijkertijd illustreert dit eeuwenoude verhaal het verschil tussen sekse en gender: Shikhandi heeft vrouwelijke genitaliën, maar wordt vooralsnog opgevoed en gezien als man. Hoewel het hebben van bepaalde genitaliën vaak wordt verbonden aan de maatschappelijke rollen die iemand dient aan te nemen, zien wij in de praktijk dat gender veel complexer werkt. Shikhandi wordt geboren als Shikhandini, maar opgevoed als Shikhandi, waardoor ook de samenleving hem ziet als man. Hierdoor trouwt Shikhandi ook met een vrouw in een sterk heteronormatieve samenleving. Hier is het wel weer een typisch mythische wending dat Bhishma Amba weet te herkennen in Shikhandi.

Als we kijken naar de yaksha zien we hier ook een vorm van genderfluïditeit: Shikhandi en de yaksha wisselen van geslacht, maar passen ook de manier waarop zij hun gender uitdragen hiermee aan. De context van het verhaal laat zien dat er wel degelijk ideeën zijn over bepaalde verwachtingen van mensen met een bepaald gender, en eigenlijk zou je zo ver kunnen gaan het juist deze verwachtingen zijn die maken dat Amba zo wanhopig is om te trouwen na haar ontvoering: Amba instrumentaliseert genderfluïditeit om haar doel als Shikhandi te bereiken.

Kortom: het verhaal van Shikhandi laat allerlei sporen van queerness zien! Het is dan ook geen wonder dat Shikhandi vaak wordt aangehaald in cultuur en politiek als het gaat om de rechten van trans mensen in India. Shikhandi is zo niet alleen een figuur uit een al dan niet mythisch verleden, maar ook een drager van betekenis in de strijd om meer rechten te krijgen in het heden.


[1] Hier wil de auteur graag benadrukken dat het spreken over HindoeISME een westers koloniaal product is: er is niet één soort HindoeISME.

Geschreven door Louise Autar

Henna als queer practice

Als je een beetje met Bollywood bent opgegroeid, zoals ik, heb je door alle liedjes geleerd dat henna een voorbode is op het huwelijk. De henna ziet er prachtig uit, maar draagt ook nog extra functies hiernaast. Henna is afkomstig van de hennaplant en wordt gemengd met andere ingrediënten, wat leidt tot een pasta die verkoelend werkt. Deze verkoeling werkt bovendien rustgevend, zo stelt Fariha Ahmed, en verlicht ook stress-, koorts- en hoofdpijnklachten.

Naast de aanwezigheid op huwelijken bij zowel Hindoes als Moslims in de Hindostaanse gemeenschap, worden we ook omringd met Bollywood verwijzingen naar henna. Soms zingt Shah Rukh Khan mehndi laga ke rakh na en kun je wegzwijmelen bij het stiekeme geflirt tussen de verloofde hoofdrolspeelster en de man die haar probeert te veroveren na hun ervaringen in Europa. Soms wordt het anders vrolijke nummer mehndi hai rachne wali afgespeeld terwijl de soon-to-be bruid met handen vol henna huilend op een plekje zit en met de natte henna geen kant op kan, in afwachting van een huwelijk waar ze compleet geen zin in heeft. In channa mereya wordt gespeeld met de verwachting dat enkel vrouwen henna dragen ter voorbereiding op een huwelijk, als Ranbir Kapoor ook zijn handen laat versieren met henna op de bruiloft op de vriendin van wie hij stiekem houdt. Welke mate van consent en vreugde er ook voorkomt in zo’n nummer, het mainstream beeld en gebruik is dat de vrouw die gaat trouwen haar handen laat versieren met henna.

Natuurlijk is dit beeld gestoeld op verhalen tussen een man en een vrouw, die door de liefde, het lot of de familie zijn samengebracht om de rest van hun leven door te brengen. Maar wat als dat niet het verhaal is wat dat bij jou past? Als jij met een partner wilt trouwen van hetzelfde geslacht? Of ook henna wilt dragen tijdens het huwelijk, terwijl jij dat op basis van maatschappelijke verwachtingen niet “hoort” te doen? Of als je geen zin hebt om te wachten op een huwelijk, of op een partner, om henna te gebruiken? Mijn weg naar henna gebruiken is gestoeld op deze vragen, waarbij ik voor mijn eigen rust, vreugde en creativiteit een doel voor ogen had: henna herclaimen als queer practice.

Henna als reinvented ritual

Een keerpunt in mijn mening over henna ontstond tijdens het schrijven van een eindpaper, toen ik literatuuronderzoek deed naar culturele toe-eigening en de grenzen van cultureel eigendom. Wetenschapper Sunaina Maira nam onder andere henna als case study en bestudeerde hoe henna als reinvented ritual in het artikel Henna and Hip-Hop (Maira 2000) op nieuwe manieren in nieuwe contexten door nieuwe groepen mensen werd gebruikt in Amerika. Hoewel het gebruik van henna wortels heeft in onder andere Zuid-Aziatische, maar ook Noord-Afrikaanse culturen, bemerkt zij dat henna steeds meer populariteit verwerft in Amerika als body art, of bijvoorbeeld als onderdeel van New Age praktijken. Maira laat door tal van voorbeelden zien dat een ritueel ergens kan ontstaan en binnen die context speciale betekenis kan hebben, maar dat rituelen in andere plekken, door andere tijden, kunnen ontwikkelen en zo nieuwe betekenissen en functies kunnen dragen. Binnen de diaspora begint henna echter al nieuwe betekenis te krijgen: een kans om je te verbinden met één van de vele culturen die je bij je draagt. Maar op welke manieren kunnen wij henna, en andere delen van de cultuur die wij meekrijgen, opnieuw uitvinden om meer te passen bij het leven wat we nu leven?

Henna als verstilling

Mijn eerste ervaring met henna begon vanuit sisterhood. Een vriendin en ik hadden een middag uitgeruimd om te chillen, haar moeder had een plastic cover over de tafel geplaatst en ik had ready-made cones meegenomen uit mijn lokale toko. Onze wens om met henna te experimenteren was het resultaat van creatieve kriebelingen en ongeduld: waarom wachten tot we gaan trouwen (als iemand ons zo gek zou krijgen!) om ons bezig te houden met deze kunstvorm? Hoewel we moeite hadden met het beheersen van de henna cone en de dikte van de lijnen, gaf het oefenen met henna ons een kans om te verstillen: rustig zitten, onze handen niet bewegen, onze telefoons weg en praten over onderwerpen waar we normaliter niet eens de tijd voor hadden. Het zijn dan ook deze kenmerken die mij terugbrachten naar henna in 2020, tijdens één van de eerste lockdowns waar wij mee te maken kregen. Ik was destijds actief als docent op een universiteit en met de verandering naar online lesgeven werden mijn dagen gevuld met schermen. Henna bood een lang pauzemoment: mijn ogen waren niet gekluisterd aan een scherm, mijn handen konden niet “snel even” terug naar het toetsenbord en de verkoeling en de geur zorgden ervoor dat ik kon relaxen.

Henna als verbinder

De laatste jaren zien we dat henna ook steeds vaker wordt gebruikt om verhalen te vertellen. In de context van CTRL + ALT + IDENTITY, het project in samenwerking waarmee de workshop wordt georganiseerd, wordt henna gebruikt om met elkaar te verbinden, reflecteren en healen. Begeleid door Anima Jhagroe-Ruissen worden deelnemers meegenomen in de wereld van henna door aandacht te besteden aan technieken, waarna zij begeleid worden om hun eigen verhaal te transformeren in een hennadesign. Deze ontwerpen hebben uiteindelijk een rol gespeeld in de conceptualisatie van de dansproductie CTRL + ALT + IDENTITY, die op 2 en 3 juli nogmaals wordt opgevoerd in Den Haag. Henna werd binnen deze context ingezet als verbinder door Jhagroe-Ruissen, waarbij de verbinding wordt gemaakt door ruimte te creëren en bieden aan elkaars verhaal en creativiteit. Als het hele hennaritueel opnieuw vorm wordt gegeven, kunnen wij dat dan ook zo doen dat queer mensen zich ook thuis kunnen voelen, en misschien zelfs gecentreerd worden?

Queering henna

Henna is een connectie tot de cultuur die we hebben meegekregen, maar wat we met die cultuur doen, wat wij met die henna doen, is aan ons. Waar henna vaak wordt gebruikt in heteronormatieve omgevingen als huwelijken tussen man en vrouw, zijn er verschillende lagen van de hennakunst die wij tot ons kunnen nemen om een nieuwe relatie tot henna te creëren. Waar we hennakunst kennen vanuit een specifiek kader, is het verbreden van de mogelijkheden een vorm van queering, zeker als het leidt tot nieuwe rituelen. Queering is hier enerzijds het onderzoeken van en ruimte creëren voor queer mensen in een traditie waar zij traditioneel zijn uitgesloten of uitgewist. Anderzijds zien we, zeker als we kijken naar de taalkundige wortels van het woord “queering”, dat het ook een bepaalde vervreemding kan betekenen, en ook daar zit veel macht in. Juist door iets te vervreemden en dingen die wij “normaal” vinden in een nieuw licht te zetten kunnen we opnieuw nadenken over wat wij willen met elementen van de cultuur waar we ons niet in kunnen vinden. Hoe kunnen wij binnen de Hindostaanse cultuur een thuis creëren waar we onze queerness niet achter hoeven te laten? Welke rust kunnen wij hierin bouwen, opdat we ons kunnen verzetten tegen burn-out cultuur? We kunnen met henna verhalen vertellen, maar ook het verhaal van henna in onze cultuur kunnen wij op nieuwe manieren vertellen. Cultuur is iets wat wij erven, maar evengoed iets wat wij creëren, wat wij transformeren en wat wij zelf doorgeven. Cultuur verandert constant, het vaart mee met degenen die die cultuur meenemen en het verandert door de mensen die die cultuur blijven beoefenen. Henna is al tijden een deel van onze cultuur, en zelfs als deze voornamelijk in heteroseksuele contexten tot uiting is gekomen, dan nog kunnen wij dit stukje van onze cultuur ook in onze handen houden, en een nieuwe draai geven op een manier die bij ons past. Als henna verhalen kan helpen verhalen te vertellen, dan kan henna allicht ook queer mensen helpen naar een manier om onze verhalen te vertellen.

Wil je meer weten over hoe henna en queerness bij elkaar worden gebracht? Hier zijn een aantal tips!

  • Adiba Jaigirdar’s boek The Henna Wars is gepubliceerd in 2020 en gaat over Nishat, een queer Bangladesi moslima die verliefd wordt op het andere meisje dat zich bezighoudt met hennakunst op haar school.
  • Sabira Haque en Alia Romagnoli hebben samengewerkt aan een fotoserie en artikel waarin zij hun rijkheid aan identiteiten (Bengali, moslim, queer) samenbrengen en zo een nieuw verhaal vertellen, met onder andere hennakunst.  https://www.vice.com/en/article/vbawja/photos-that-celebrate-being-south-asian-and-queer

Geschreven door: Louise Autar

Review bollywood film ‘Fire’ (1996)

Een vooruitstrevende film over twee schoonzussen

Toen ik erachter kwam dat de film Fire geregisseerd is door een Indo-Canadese vrouw, gaf het mij de doorslag om de film te bekijken. Iets in me zei, dat ik niet ieder half uur naar een zang- en dansspektakel zou hoeven kijken. Iets wat in Bollywoodfilms vaak het geval is. Fire is een erotische dramafilm uit 1996, die voor het eerst in de geschiedenis van de Indiase filmindustrie zo nadrukkelijk een lesbische relatie toont. Het verhaal is overigens niet iets nieuws, de vertelling is lichtelijk gebaseerd op het verhaal ‘Lihaaf’ dat in 1942 werd uitgebracht door de schrijfster Ismat Chugtai.

Het plot gaat over de twee schoonzussen Radha en Sita. Radha is de oudste van de twee en kan geen kinderen krijgen. Haar echtgenoot, die in de ban van een swami (hindoe leermeester) is, besluit dat zij daarom ook geen seks meer hoeven te hebben. Geslachtsgemeenschap heeft immers maar één doel en dat is voortbrengen van het nageslacht. Sita is de jongste van de twee schoonzussen en is waarschijnlijk daarom ruimdenkender. Ook zij heeft een ongelukkig huwelijk, omdat haar man eigenlijk verliefd is op een Aziatische vrouw en zijn lusten op haar botviert. Gevoed door frustraties, beginnen de schoonzussen een seksuele relatie met elkaar. 

Na het bekijken van het spektakel, kon ik maar één ding concluderen en dat is dat het een verrassend goede film is. Twee dingen die de film al anders maakt is dat het voor de maatstaven van Bollywood expliciete beelden toont. Ik kan me niet heugen dat ik eerder twee seksende Indiase vrouwen heb gezien. Maar wat deze film ook onderscheidt van andere films is dat de vrouwen uitgediepte personages hebben, waarbij ze praten over hun emoties en dromen. Hierdoor is het gemakkelijker voor anderen om zichzelf in de personages te herkennen. Ook worden zij niet neergezet als hulpeloze wezens. Zij nemen daarentegen juist het heft in eigen handen.

Queerzijn was ten tijde van de release van deze film nog een taboe in India. Dat is best gek, als je je bedenkt dat de Indiase cultuur voor de kolonisatie door de Britten, een derde gender kende. Bewijzen hiervan zijn terug te vinden in de geschriften en deze relaties zijn geïllustreerd in de Kamasutra. Als je ooit India hebt bezocht, dan heb je vast de versieringen op de tempels gezien, waarbij mensen seks met elkaar hebben. Ook mensen van hetzelfde geslacht zijn er te zien. 

Niet enkel werden destijds personen van het derde gender geaccepteerd, maar zij genoten soms zelfs van aanzien. Men dacht destijds dat zij speciale krachten bezaten en werden daarom vaak uitgenodigd bij geboortes en gebedsdiensten. Het is jammer om te zien dat een cultuur die ooit zo vooruitstrevend en ruimdenkend was, na 300 jaar kolonisatie terug in de tijd is geworpen.

Langzamerhand keert de mainstream acceptatie van het derde gender in India weer terug en wordt het stukje bij beetje meer getolereerd. Zo kun je bijvoorbeeld in sommige deelstaten kiezen uit drie geslachten om in je paspoort te registreren: man, vrouw of x. Maar dat wilt niet zeggen dat relaties met hetzelfde geslacht geaccepteerd worden. Er zit namelijk een verschil tussen het erkennen van een derde gender en het openlijk toestaan van relaties met hetzelfde geslacht. Dat is ook wat deze film toont: ook al is de cultuur bekend met een derde gender, dat betekent niet automatisch dat de lesbische relatie tussen Radha en Sita zal worden goedgekeurd.

Santoecha Rangai

Mahabharata Monday – het verhaal van Brihanalla

Waar wij in Nederland vooral bekend zijn met de hokjes “man” en “vrouw” als het gaat om gender, zien we steeds meer dat er verder wordt gedacht dan deze hokjes. Sterker nog, gender wordt steeds minder gezien als iets met twee opties waartussen een keus gemaakt moet worden (genderbinariteit), maar steeds meer als spectrum, waarbij “man” en “vrouw” slechts twee opties zijn tussen vele andere vormen. Hoewel wij binnen onze maatschappij voortdurend nieuwe taal ontwikkelen om deze andere vormen een naam te geven, is het bestaan van genderdiversiteit en queerness niet nieuw. Het is ook zeker niet alleen een westers fenomeen: het Indiase subcontinent heeft een rijke geschiedenis aan queerness. Ter ere van Indian History Month 2022 zal elke maandag een artikel worden gewijd aan queer sporen in de Mahabharata, een van de belangrijkste geschriften binnen het Hindoeïsme. Op deze eerste maandag wordt het verhaal van Brihanalla belicht…of eigenlijk, een van de belangrijkste figuren in de Mahabharata: Arjuna.

Arjuna werd geboren als zoon van de god Indra en was met zijn vier broers één van de helden van de Mahabharata. De broers, ook wel de Pandavas genoemd, vormden de ene zijde van de strijd die wordt gestreden in de Mahabharata, de Kauravas vormden de andere zijde. Hoewel zij familie zijn, zijn deze zijden met elkaar in een grote strijd verwikkeld.  

Arjuna stond met name bekend om zijn boogschutterij en strijdkundigheid. Zijn vriendschap met Krishna, een reïncarnatie van de god Vishnu, is welbekend en hun gesprekken vormen de basis voor de Bhagavad Gita. De liefde die zij delen is veelal gekenmerkt als enkel diepe vriendschap, maar wordt door enkele denkers ook geïnterpreteerd als een queer liefde tussen de twee mannen. Dit artikel richt zich echter op een ander deel van Arjuna’s leven waar wij sporen van queerness kunnen vinden: Arjuna’s leven als Brihanalla.

Als reactie op de belofte van Arjuna om Karna te vermoorden werden de vijf broers voor 13 jaar verbannen, waarbij het laatste jaar incognito geleefd moest worden. Tijdens zijn verbanning werd Arjuna uitgenodigd door zijn vader Indra, in wiens paleis hij Urvashi leerde kennen. Urvashi, een apsara (nimf), raakte al snel onder de indruk van Arjuna. Zij uitte haar liefde voor hem, maar hij weigerde uiteindelijk haar avances. Sterker nog, hij noemde haar “moeder”, omdat zij in een ander leven de vrouw was van de stichter van de Kuru dynastie, waar ook de Kauravas een product waren. Als reactie hierop sprak de beledigde Urvashi een vloek uit over Arjuna, zodat hij voor de rest van zijn leven een eunuch (een gecastreerde man) zou zijn. Op aandringen van de god Indra werd dit uiteindelijk veranderd in één jaar.

Dankzij deze vloek gaf Arjuna een nieuwe draai aan zijn leven onder de naam Brihanalla aan. Brihanalla vestigde zich in het koninkrijk van koning Virata en nam de rol aan van zang- en dansdocente van prinses Uttara. Dit deed Brihanalla een jaar lang, maar aan het eind van het jaar was Brihanalla toch genoodzaakt om diens ware identiteit te tonen. Dit gebeurde toen een indringer koning Virata’s koninkrijk binnendrong en Arjuna nodig was om de indringer te verslaan. Na dit laatste jaar in verbanning bood Uttara’s vader Arjuna zijn dochter aan om mee te trouwen, maar Arjuna weigerde, omdat hij haar zag als studente en dochter in plaats van mogelijke partner en zichzelf als te oud. Uiteindelijk trouwde zij wel met Arjuna’s zoon Abhimanyu. Eenmaal terug in zijn lichaam gaat Arjuna verder met zijn strijd.

Ook dit verhaal laat zien dat gender werd gezien als erg fluïde in de Mahabharata. Arjuna’s fysieke sekse wordt zonder zijn toestemming veranderd door de vloek. Het is erg interessant om te zien dat Urvashi als straf voor Arjuna’s beslissing om geen seks met haar te hebben ervoor kiest om hem te vervloeken aangaande zijn geslachtsdelen. Arjuna wordt in de Mahabharata vaak afgebeeld als een man die voldoet aan alle eisen waar een man aan zou moeten voldoen. Dus het verlies van hetgeen wat hem biologisch gezien “man maakt” laat zien dat er duidelijke ideeën waren over gender, die soms essentialistisch waren, maar soms juist ook wat meer op te rekken zijn. Dit deel van Arjuna’s verhaal heeft interessant genoeg delen die genderstereotypen bevestigen, maar tegelijkertijd ook allerlei elementen die tegen verwachtingen ingaan. Als Brihanalla gaat Arjuna niet aan de slag als boogschutter of één van de talenten waar Arjuna om bekendstaat, maar begint hij juist als zang- en dansdocent, wat past bij de maatschappelijke verwachtingen en rolpatronen over wie wat zou moeten doen. Als Brihanalla is Arjuna tegelijkertijd niet in crisis, noch in walging, maar blijft hij met het vertrouwen in weten wie hij is, zichzelf, waarbij zijn genderidentiteit niet als restrictie werkt, maar juist wordt gebruikt als strategie om te overleven. Dit deel van Arjuna’s verhaal bevat allerlei tegenstrijdigheden, maar is tegelijkertijd heel speciaal omdat zo een centraal figuur uit de Mahabharata genderfluïditeit laat zien. Volgende week zien we dit nog duidelijker met een nieuw verhaal over een ander personage.

Geschreven door Louise Autar

Recensie Tussen Liefdevolle Omarming en Resolute Verstoting

Homoseksualiteit in de Hindostaanse gemeenschap; niet bepaald een onderwerp waarover je veel in de media ziet. Het boek ‘Tussen Liefdevolle Omarming en Resolute Verstoting’ geeft het vaak verborgen perspectief weer van homoseksuele Hindostanen. Tot op welke hoogte voelen homoseksuele Hindostanen zich sociaal geaccepteerd door hun omgeving? En wat voor invloed heeft dit op hun zelfacceptatie?

Door middel van een literatuuronderzoek en interviews met homoseksuele Hindostanen komen de auteurs Nanhoe en Omlo hier achter, en wordt het vrij onbesproken onderwerp van homoseksualiteit in de Hindostaanse gemeenschap algeheel verkend. De auteurs staan beiden bekend als onderzoeker met meerdere studies op het gebied van onder andere seksuele diversiteit en geweld in afhankelijkheidsrelaties.

Sociale druk

Ruim 3000 jaar geleden deed het kastensysteem intrede als stratificatiesysteem in India. Tussen de verschillende lagen waarin de Indiase samenleving werd ingedeeld bestonden ongelijkheidsverhoudingen. Door alleen te trouwen met iemand die zich in dezelfde sociale laag bevond hielden mensen hun status gelijk. Onder Surinaamse Hindostanen is tot op het heden nog steeds de zogenoemde ‘sociale plicht’ om te trouwen zichtbaar.

Nanhoe en Omlo schrijven dat een belangrijk referentiepunt van acceptatie voor Hindostanen berust op de vraag: ‘Manai ka bolie?’ oftewel:‘Wat zullen de mensen ervan zeggen?’ Volgens de auteurs zijn ‘de mensen’ de bredere familiekring en eigen gemeenschap.

Uit onderzoek van Nanhoe zelf wordt geconcludeerd dat de Surinaamse Hindostanen in Nederland een cultuur hebben die gekarakteriseerd wordt door een mobiliteitsstreven: kinderen willen de mobiliteitswensen van de ouders bij migratie beter waarmaken dan de ouders zelf konden. In de Surinaams-Hindostaanse gemeenschap heeft het mobiliteitsstreven zich ontwikkeld tot een ratrace op status naar een treffelijke positie binnen de gemeenschap. Onder status vallen verschillende succesdefinities, zoals het heteroseksuele huwelijk. Homoseksualiteit kan daarom slechte gevolgen hebben voor het imago van sommigen Hindostanen.

Taboe

De kracht van het boek is dat al de beschreven informatie taboe doorbreekt wat voor queer Hindostanen een gevoel van begrip en herkenning kan geven. Het doorbreekt taboe, omdat zoals in het boek besproken wordt: er rust traditiegetrouween groot taboe op het spreken over seks in de Hindostaanse gemeenschap.

Seksualiteit wordt in de Hindostaanse cultuur aaneengeknoopt met schaamte en eerverlies. Om deze reden is depositieve kijk die de hindoegeschriftenhebben op seksuele diversiteit vrij onbekend onder hindoeïstische Hindostanen, wordt in het boek beschreven. Pandits (hindoe geestelijken) zijn voornamelijk vertrouwd met de hindoegeschriften, en wegens de taboe op seksualiteit wordt er niet veel aandacht besteed aan deze passages.

Doorbreking van taboe dus, omdat seksualiteit en homoseksualiteit in dit boek natuurlijk geen taboe zijn en bespreekbaar worden gemaakt. Meerdere sleutelinformanten geven aan dat Hindostanen vaak geneigd zijn een sociaal wenselijk antwoord te geven om geaccepteerd te worden, waardoor wat ze zeggen niet altijd in overeenstemming staat met hun daadwerkelijke standpunten. Om sociaal geaccepteerd te worden zijn bijvoorbeeld twee vrouwelijke sleutelinformanten getrouwd met een man, ondanks dat zij zich seksueel aangetrokken voelen tot vrouwen en niet tot mannen.

Representatie

Het doel van de auteurs is erachter komen hoe homoseksuele Hindostanen acceptatie binnen de Hindostaanse gemeenschap ervaren. Daarnaast creëren zij, mijns inziens, ook bewustzijn over de vaak lastige – voor sommigen zelfs verstikkende – situatie waar in dit geval homoseksuele Hindostanen zich in bevinden.

Sleutelinformanten geven namelijk aan dat wanneer homoseksualiteit binnen de Hindostaanse gemeenschap bespreekbaarder wordt, het steeds normaler gaat worden voor de gemeenschap om homoseksualiteit te zien, wat er weer voor gaat zorgen dat meer Hindostanen open durven te zijn over hun seksualiteit. De vraag is hoe deze sfeer en omgeving gecreëerd kan worden; een omgeving waar het voor mensen veilig is om uit de kast te komen.

Het onderwerp ‘homoseksualiteit’ niet langer wegstoppen onder voorzichtig gevormde sociaal gewenste uitspraken en vertoningen, maar het juist bespreekbaar maken zoals dit boek doet, is een stap. Ik vraag mij af hoeveel mensen buiten de Hindostaanse queer gemeenschap dit boek zullen oppakken. Het boek wordt overigens gecategoriseerd als ‘studieboek’ en heeft dus een groter doeleinde voor informatieoverdracht dan representatie. Toch biedt de inhoud van dit boek representatie die vrij bescheiden is in de media. Want zoals in de flaptekst van het boek staat: ‘Over homoseksualiteit onder Surinaamse-Hindostanen in Nederland is maar weinig bekend.’ Deze combinatie van informatieoverdracht en representatie met betrekking tot het onderwerp homoseksualiteit in de Hindostaanse gemeenschap is erg waardevol.

Heteroseksuele Hindostanen – met wellicht een LHBTQIA+ familielid –  zouden bijvoorbeeld bereikt kunnen worden als het perspectief van de ouders van de respondenten en sleutelinformanten ook geïncludeerd werd in het onderzoek. Er is bijvoorbeeld een respondent die vanwege haar homoseksualiteit de wens had van Suriname naar Nederland te verhuizen. Haar vader zei: ‘Geen kind van mij gaat naar Nederland, niet alleen. Het hele gezin gaat.’ Hierdoor word je nieuwsgierig naar hoe de vader sociale druk in de familie ervaarde.

Een perspectief zoals dat van deze vader zou een aanvulling kunnen geven, waardoor bijvoorbeeld Hindostaanse ouders met homoseksuele kinderen ook erkenning en herkenning krijgen in hun ervaring, en redenen hebben dit boek op te pakken. Want zoals in het boek genoemd wordt, hecht de Hindostaanse gemeenschap meer waarde aan het collectieve dan het individuele. Sleutelinformanten geven aan: spreek het collectief – de gemeenschap – aan, en zo wordt omgaan met homoseksualiteit makkelijker voor homoseksuele Hindostanen en hun families.

Dr. Anita C. Nanhoe en Dr. Jurriaan J. Omlo: Tussen liefdevolle omarming en resolute verstoting. Uitgeverij Stili Novi, 230 blz. (EURO) 24,50

Maithili Bansie

Fazle Shairmahomed

Foto: Kevitajunior.com

Kan je jezelf voorstellen?
Ik ben Fazle en ben 35 jaar oud, opgegroeid in de Transvaal, Den Haag. Lange tijd heb ik geweigerd om mijzelf te framen binnen in een kader van iets dat ik ben. Daarom vind ik het beter om te formuleren wat ik doe. Ik vind het heel interessant in onze taal dat we aan elkaar vragen: wat doe je eigenlijk in het leven? En dat het antwoord dan automatisch begint met ‘ik ben’. Ik ben in wording, dat is wat ik ben. Ik ben in een constant proces van coming-out en ik verbind graag mensen. Ik versterk graag communities. Healing, kunst, en dans komen voor mij allemaal samen in mijn dagelijkse leven, en ik maak voornamelijk dekoloniserende rituelen waarin ik alle zintuigen activeer.  

Wie zijn de belangrijkste mensen in jouw leven?
Mijn voorouders, omdat ze zowel mijn connectie zijn met het heden, verleden en de toekomst. Ik besef mij ook dat ik een voorouder zal zijn, dat mijn daden ook gevolgen hebben voor de generaties na mij, en hetgeen ik met mij meedraag ook toebehoort aan anderen. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met elkaar. Ik heb geen specifieke namen van mensen die belangrijk voor mij zijn. Ik vind het ook belangrijk om de connectie te maken met datgene wat niet altijd tastbaar is en hetgeen dat we niet altijd hoeven te weten of niet kunnen weten.


Hoe oud was je toen je uit de kast kwam?
Ik was 21 toen ik uit de kast kwam. Vanaf mijn twaalfde was ik al bewust bezig met mijn seksualiteit. Dus vanaf mijn twaalfde tot mijn eenentwintigste is het een heel proces geweest om uit de kast te komen. Een ander belangrijk gegeven is dat er vanaf mijn twaalfde thuis veel geweld was, met name vanuit mijn vader naar mijn moeder toe. Als twaalfjarige was mijn manier van omgaan met die situatie, om niet meer te spreken met mijn ouders. Deze stilte heb ik aangeleerd, en op vele manieren kwam dit terug in mijn opvoeding, en bij anderen in de familie. Ik deed dat vanwege het geweld om mijzelf te beschermen. Mijn coming out was dus heel lastig, want hoe ga je uit de kast komen bij mensen waar je niet mee praat en waar je al jaren niks mee hebt gedeeld? Ik besloot daarom om mijn familie een brief te schrijven van vijf pagina’s. Die brief ging vooral over dat ik geen moslim meer ben, gelukkig realiseerde ik mij later dat de islam mij nooit heeft verlaten. Het was toen noodzakelijk voor mij om te breken met alle verwachtingen die de familie van mij had, bijvoorbeeld dat ik een imam zou worden. In de laatste alinea van de brief sloot ik af door te vertellen dat ik vanaf mijn twaalfde bezig was met de gedachte dat ik homo ben. De brief heb ik eerst naar mijn moeder en zusje gestuurd.


Hoe reageerde jouw familie op je coming-out?
Ik ben binnen de Hindostaanse Ahmadiyya moslim gemeenschap opgegroeid, en mijn familie heeft meerdere moskeeën opgericht. Ik was ervan overtuigd dat mijn familie mij zou afwijzen en verstoten en ik was er helemaal klaar voor. Sterker nog: ik wilde zelfs verstoten worden, want dat was mijn excuus om  te breken met mijn familie en cultuur. Ik was heel erg klaar met alles wat Hindostaans was. Ik voelde mij nooit gehoord in het geweld dat ik bespreekbaar wilde maken bij mijn Hindostaanse vrienden, terwijl ik ervan overtuigd was dat ook zij thuis geweld mee maakten, net als velen anderen in de wijk waar ik opgroeide.

De reactie van mijn moeder op mijn brief was in eerste instantie heel accepterend. Ze zei: ‘je bent mijn zoon en ik zal altijd van je houden’. Wel vroeg ze zich af waarom ik het met de rest van de familie moest delen. Ik had begrepen dat mijn zusje moest huilen toen ze de brief las. Mijn moeder en zusje zeiden dat ze na het lezen van mijn brief dingen beter konden begrijpen. Indirect verwezen ze volgens mij naar mijn stilte. Op dat moment voelde ik mij heel erg onbegrepen. Ik sprak namelijk niet met ze, omdat ik niet accepteerde wie zij waren als mensen en hoe zij functioneerden.

Vervolgens heeft mijn vader de brief gelezen, waarop mijn moeder hem een ultimatum heeft gegeven dat als hij mij niet zou accepteren ze van hem zou gaan scheiden. In die tijd deed dat mij pijn, omdat ik als kind vond dat zij allang al van elkaar moesten scheiden. Tenslotte werd de brief met de rest van de familie gedeeld. Er waren enkele neven en tantes die zeiden dat ze mij accepteerden zoals ik ben. Een oom, die ook voorzitter van de moskee was, reageerde per mail. Hij schreef dat homoseksualiteit alleen tot stand komt door verkrachting, mishandeling, in een gevangenis of in het leger. Er was geen sprake van deze vreselijke vormen van geweld, maar er was wel geweld in ons huis naar mijn moeder, waar werkelijk niemand zich ooit over had uitgesproken of ons vragen over had gesteld. Dus dat deed pijn, en voelde erg hypocriet. In de mail nodigde mijn oom mij ook uit om in de moskee een gesprek te voeren over mijn brief. De mail van mijn oom was echt een klap, maar omdat hij toentertijd een van de mensen was waar ik het meest tegen op keek, ben ik op die uitnodiging in gegaan. Tijdens dat gesprek begon mijn oom mij de vijf zuilen van de Islam uit te leggen, dat is dus de basis van de Islam. Dat voelde beledigend, want op dat moment studeerde ik Arabisch op de universiteit en Islam was mijn minor. In de moskee was ik ook een van de gerespecteerde jongeren, die veel kennis had van de Islam. Na dit gesprek was het respect dat ik voor deze oom had niet veel meer over. Verder was er een tante, de vrouw van mijn moeders broertje, die op een familiefeest naar mij toe is gekomen. Ze zei: ‘Fazle we zullen je altijd accepteren omdat je ons neefje bent, maar je toekomstige partner is niet welkom over de vloer’. Na dit gesprek is de band tussen mij en mijn familie in een versneld proces verslechterd. Als ik familieleden nu toevallig ergens tegen kom, is de relatie in principe wel vriendelijk, maar afstandelijk.

Sinds enkele jaren heb ik meer contact met mijn Nani, maar ik heb nog nooit aan haar verteld dat ik queer ben. Misschien komt dat nog. Via haar verandert de band met enkele familieleden wel. Ze komen ook kijken naar de dekoloniserende rituelen die ik maak, en dat voelt als een vorm van healing. Ik heb denk ik met mijn dans en kunst een diepere manier gevonden om de stilte te breken,  een verhaal te vertellen over wie ik ben en wie wij zijn, en wie wij kunnen zijn. Er zijn ook enkele tantes en nichtjes komen kijken naar UNRAVEL, een theaterstuk gemaakt door Anysha Bharos en Nazrina Rodjan, in samenwerking met Sarnamihuis, en welke we hebben uitgevoerd op 145 jaar migratie van Surinaams-Hindostanen naar Nederland. In dat stuk speelde ik de vader van een dochter die uit de kast kwam, en het was heel bijzonder om de acceptatie van LHBTQIAP+ binnen de Surinaams-Hindostaanse gemeenschap op die manier bespreekbaar te maken.

Ik merk dat ik nog steeds moeite heb om familie meer toe te laten in mijn leven, maar ik ben mij wel bewust van de afstand die ik zelf creëer vanuit zelfbescherming, en vermoeidheid om het verdriet en pijn van anderen te dragen.

Hoe heeft jouw queer identiteit jouw leven gevormd?
Toen ik mij voor het eerst bewust werd van mijn proces van coming out, kwam ik uit de kast als homo. Inmiddels gebruik ik die term niet meer, maar identificeer ik mij als queer. Queerness gaat over veel meer dan alleen mijn seksuele geaardheid. Het gaat over mijn genderidentiteit, seksualiteit, en de manieren waarop verbind met mensen middels liefde. Ik gebruik de term ook in context van: ik heb een queer familie, ik heb een queerdom (kingdom), ik heb een queer community, en ik verbind mij specifiek met queer moslims. Het is veel breder.  

Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindoestaanse queer mensen tov queer mensen met een andere etnische achtergrond?
Ik denk dat het diep geworteld is in een vraagstuk over onze koloniale geschiedenis, waar we vandaan komen en hoe geweld en stilte een hele belangrijke rol hebben gespeeld in de manier waarop wij onszelf vandaag de dag manifesteren. Dat uit zich bijvoorbeeld in de hoge cijfers van zelfmoord en verslavingen binnen onze gemeenschap in het algemeen. Stilzwijgen is ook weer verbonden met de Hindostaanse queer identiteit. Ik denk dat het een behoorlijke uitdaging is voor Hindostaanse queers om dat te doorbreken, maar we worden steeds meer zichtbaar en zoeken steeds meer verbinding met elkaar.

Welke overeenkomsten zie jij tussen queer Hindostanen en queer mensen van andere etnische achtergronden?
Coming out is vooral geworteld in een strijd voor liefde, maar als ik praat over mijn coming out, dan kan ik dat verhaal nooit vertellen zonder te praten over de strijd rondom de stilte en het geweld in mijn familie. Dat is denk ik ook herkenbaar voor anderen queers van kleur, en queer mensen in algemeen. Het feit dat queer zijn een issue is en dat we een concept hebben als coming out toont voor mij hoeveel geweld er is aan gedaan op onze vrijheid. Ik ben ervan overtuigt dat coming out veel meer te maken heeft met je wordingsproces als mens. Coming out als queer is één ding, maar queer mensen weten dat er zoveel andere lagen openen op het moment dat je besluit om uit de kast te komen. Ik wens dat we in deze eeuw het proces van coming out als concept gaan verbreden, zodat we kunnen omarmen dat ook mensen die zich niet identificeren als queer, een proces van coming out hebben. Queer mensen en misschien ook veel specifieker queer mensen van kleur, hebben een bepaalde kracht in zich waarmee deuren kunnen worden geopend voor alles en iedereen. Maar het is echt tijd dat iedereen verantwoordelijkheid neemt voor een individuel en gezamenlijk proces van coming out.


Waar heb je als Hindoestaanse queer behoefte aan?
Meer verbinding en community building met Surinaamse-Hindostanen, Desi’s, Indo-Carribeans, South- Asians en Queer indentures. Door herkenning en erkenning kunnen we tot healing komen.

Welk advies zou je de jongere versie van Fazle geven (de Fazle van ongeveer 10 jaar oud)?
Je hoeft niet de hele wereld op je schouders te dragen en je hoeft je niet verantwoordelijk te voelen voor al hetgeen wat er gebeurd.


Sommige mensen kiezen ervoor om nooit uit de kast te komen. Wat zou je tegen deze mensen willen zeggen?
Wat betekent het proces van coming out voor jou persoonlijk? Ik geef de voorkeur aan de Engelse benaming, omdat daar het woord ‘coming’ in zit wat voor mij zoveel betekent als ‘in wording zijn’. In het Nederlands hebben we het over een kast. Ik heb mij nooit heel erg kunnen verhouden tot die kast. Dat hoeft niet altijd vorm te krijgen door overal en nergens aan te kondigen wie je bent, maar ik denk wel dat het nog belangrijker is om een proces aan te gaan van coming into community. Verbinden met mensen die net als jou behoefte hebben aan een veiligere ruimte, waar je kwetsbaar mag zijn, waar je jezelf kunt zijn, en alle facetten van jezelf mag omarmen, in plaats van altijd in een realiteit te moeten leven waarin je jezelf moet beperken omwille van de ander. Deze twee processen van coming into community en coming out gaan ook heel goed samen.