Lionel Jokhoe

Kan je jezelf voorstellen?
Mijn naam is Lionel Jokhoe. Ik ben 69  jaar en gepensioneerd. Ik heb 38 jaar bij Parnassia gewerkt, wat vroeger RIAGG heette. Later heb ik daarnaast mijn eigen praktijk gehad als psychotherapeut. De belangrijkste mensen in mijn leven zijn mijn partner Bert met wie ik 44 jaar samen leef, mijn broer, zussen en mijn moeder. Dat zijn de mensen waar ik mij direct mee verbonden voel. Mijn vader is helaas al overleden. Ik ben in Europa een van de eerste mensen die met zwarte homo’s aan de slag is gegaan.

Wanneer wist je van jezelf dat je queer bent?
Toen ik een jaar of 12/13 was voelde ik een hele heftige verliefdheid voor een jongen, met wie ik toentertijd in de padvinderij in Suriname zat. De verliefdheid was serieus, maar ook iets waar ik geen uiting aan kon geven. Verliefdheid tussen een jongen en meisje wordt als iets vanzelfsprekends gezien, maar verliefdheid tussen mensen van hetzelfde geslacht was in de jaren ’70 totaal niet geaccepteerd. Die ongelijkheid heeft een hoop verzet in mij naar boven gebracht en een gevoel van onrechtvaardigheid, omdat de verliefdheid iets was waar ik niets aan kon doen.

In hoeverre ben je uit de kast?
In principe ben ik volledig uit de kast. Soms kies ik er wel voor om mijn geaardheid voor mij te houden, ondanks dat ik nu zoveel jaren verder ben. Soms voel ik een soort ongemak tijdens nieuwe ontmoetingen, waarbij ik onbewust denkt: hoe zullen deze mensen reageren als ze weten dat ik homo ben? Ik vergelijk het met het zwart-bewustzijn: als je als een donker persoon op straat loopt, dan heb je regelmatig het gevoel dat er toch op een andere manier naar je wordt gekeken. Mijn geaardheid is dan wel niet zichtbaar, maar toch is het een vergelijkbaar gevoel. Een gevoel dat ik niet helemaal mezelf kan zijn. Als je als LHBTI’er in contact komt met nieuwe mensen, dan zet je automatisch je radar aan en ben je aan het aftasten hoe men op dit stukje van je zal reageren. Dus dat is niet iets wat over is gegaan bij mij en ik ben bang dat dat ook niet over zal gaan. Vandaag de dag is homoseksualiteit namelijk nog steeds een taboe, wel minder dan destijds in Suriname, maar over de hele wereld is het iets dat nog niet vanzelfsprekend is.


Hoe oud was je toen je uit de kast kwam en hoe reageerde jouw familie daarop?
Mijn zelfacceptatie is in het najaar van 1971 geweest, ik was net 20 geworden. Ik worstelde toen vreselijk met het feit dat ik mij zo anders voelde. Ik was al bij het COC geweest en had daar gezellige feestjes meegemaakt. Ik werd heen en weer geslingerd tussen het openlijke homoseksuele leven dat ik hier in Nederland had ervaren en datgene wat ik achter had gelaten in Suriname. Ook worstelde ik met het gevoel dat homo-zijn en Hindoestaan-zijn niet samen gingen. Dat heeft een innerlijk gevecht in mij teweeg gebracht, waarvan ik niet meer het exacte moment weet, maar wel weet dat het ergens in september of oktober 1971 was. Ik ben toen naar het raam op mijn zolderkamer gelopen. Terwijl ik daar stond dacht ik: ‘als ik nou naar beneden spring, dan ben ik van alles af en hoeft niemand zich verder druk te maken over mij’. Ik hoorde de tram in de verte klingelen en ik zag mensen beneden op straat lopen. Ik herinner mij de mooie herfstzon die die dag scheen. Ik stond daar en dacht ineens: ‘wat voor raar idee is dit nou?! Ik laat dit niet met mij gebeuren!!! Als ik naar beneden spring is iedereen mij morgen vergeten en gaat het leven gewoon door!’ Dat was het moment dat ik voor mezelf besloot: ik ga voor mezelf leven en ik ga leven zoals ík dat wil.

Ik was 22 toen ik het aan mijn ouders vertelde. Zij zouden uit Suriname op vakantie naar Nederland komen. Intussen woonde ik al twee of drie jaar in Nederland. Mijn broer en mijn zus woonden ook in Nederland. Aan hen had ik het al verteld, want ik had toentertijd een vriendje, en zij vonden het geen enkel probleem. De tweede dag na de aankomst van mijn ouders in Nederland, zouden we met het hele gezin gaan kaarten. Die avond zei ik op een gegeven moment tegen iedereen: ‘nu even de kaarten weg, ik wil jullie wat vertellen. De jongen met wie ik ben is mijn vriend, maar niet zomaar een vriend. Ik ben homo en ik val op mannen’. Mijn ouders waren met stomheid geslagen, want ze hadden het nooit verwacht of gedacht. Mijn ouders waren even van slag, maar trokken die avond wel snel bij. Mijn moeder keek op een gegeven moment mijn toenmalige vriend aan en zei: ‘ok, jij bent dus mijn schoondochter?’ Dat was haar eerste reactie. Dat was mijn officiële coming out bij mijn ouders. 

Je bent al sinds de jaren ‘80 actief bezig met emancipatiewerk voor Surinaamse homo’s. Wat heb je allemaal gedaan en waar was of ben je allemaal bij betrokken?
In 1980 studeerde ik af aan de sociale academie. Voor mijn scriptie heb ik onderzoek gedaan naar Surinaamse homo’s in Nederland. De titel van mijn scriptie was: ‘Homofielen uit Suriname. Een vergeten groep in de Nederlandse samenleving?’. Ik voelde als Surinaamse homo een soort dubbele discriminatie, vanuit zowel de Nederlanders als de Surinamers en ik was op zoek naar een oplossing daarvoor. Naar aanleiding van mijn scriptie werd ik gevraagd voor het Surinaams NOS radioprogramma Zorg&Hoop, waarin ik het aanbod kreeg om een bijeenkomst te organiseren voor Surinaamse homo’s. SUHO, wat staat voor Surinaamse Homo’s, is toen opgericht. Een jaar later werd in Suriname de WSH (Werkgroep Surinaamse Homo’s) opgericht. Wij hielden ons bezig met belangenbehartiging, opvang en het geven van voorlichting en trainingen . Verder gaven we een tijdschrift uit en hebben een film gemaakt: Mati Sma. Daarna heb ik via mijn werk bij het RIAGG ook in het werkveld gezeten. Ik was daar hiv- en aidshulpverlener. Ook ben ik een tijdje migrantenhulpverlener geweest. Namens de SUHO heb ik vorig jaar, in 2019 tijdens het Kwakufestival, de Mikel Haman Award in ontvangst mogen nemen.

Kan je wat vertellen over hoe het in de jaren ‘80 was als Surinaams-Hindostaanse homo in NL?
Het was niet veel anders dan hoe het in Suriname was. Het Hindostaans-zijn is verweven met het geloof, of het nou hindoe, moslim of christen is. Van daaruit ervaar ik veel afwijzing over homoseksualiteit. Die afwijzende mentaliteit was vanuit Suriname meegekomen naar Nederland. Er werd geroepen: ‘het is een Hollandse ziekte en komt bij ons niet voor’. Ik was bij een Surinaamse stichting geweest voor informatie over Surinaamse homo’s en de meneer die achter de balie zat zei: ‘homoseksualiteit komt bij ons Surinamers niet voor’. Waarna ik tegen hem zei: ‘hoe komt het dan dat ik tegenover je sta?’ Het was een soort ontkenning van het bestaan van homoseksualiteit. Dat was iets waar ik de hele tijd tegen aan liep.
In Nederland was het uitgaansleven vooral uitgaan in de homodisco. In de jaren ’80 viel ik op met mijn Surinaams-Hindostaanse uiterlijk. Ik werd gezien als exotisch snoepje. Er was steeds wel veel belangstelling, maar het was vooral gericht op het uiterlijk en op het seksuele. Ik werd vooral leuk gevonden om mijn uiterlijk in plaats van om de persoon die ik was.

Wat is er vandaag de dag veranderd t.o.v. de jaren ’80?
De vrijheid die we nu hebben, was iets dat we ons niet konden voorstellen in de jaren ‘80 en daarvoor.  Er is best wel veel veranderd ten opzichte van die tijd. Er zijn nu veel mogelijkheden via internet en sociale media. Ontwikkelingen als vrouwenvoetbal en roze in blauw bij de politie vind ik heel mooi. Ik heb er het volste vertrouwen in dat deze ontwikkelingen door zullen en moeten gaan, maar het gaat niet vanzelf. We zijn er nog lang niet. Zolang het woord homo een scheldwoord is op scholen en voetbalvelden, dan zijn we er nog niet. LHBTI-emancipatie is niet voltooid zolang moeders en vaders schrikken van de vraag: ‘stel dat je kind homo of lesbisch is, wat dan?’

Kan je iets benoemen wat binnen de LHBTI-gemeenschap vandaag de dag nog hetzelfde is als in de jaren ‘80?
De onvoorwaardelijke acceptatie van mensen die anders zijn dan dat jij bent. Dat is niet veel veranderd. Toen de SUHO werd opgericht kregen we de mogelijkheid om bij het COC te vergaderen. De 3e keer dat we er kwamen werd er gevraagd: ‘wat doen die zwarte apen hier?’. Dat heeft er bij ons heel diep ingehakt. Wij waren binnen de Surinaamse gemeenschap nog bezig met het verbreken van taboes, daar was binnen de Nederlandse samenleving weinig begrip voor. We moeten niet afwachten, maar zelf het initiatief nemen om onze eigen dingen op onze eigen manier aan te pakken en vorm te geven. Van groot belang is de eigen Surinaamse LHBTI geschiedenis in Nederland en in Suriname in kaart te brengen en te koesteren!

SUHO vertegenwoordigers (Lionel Jokhoe helemaal links) bij de Surinaamse ambassade in Den Haag om een petitie aan te bieden aan de ambassadeur, ten aanzien van de wetgeving gelijke rechten in Suriname (1983)

Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindostaanse queer mensen t.o.v. queer mensen met een andere etnische achtergrond?
Er is weinig ruimte om breder te denken dan man en vrouw of jongen en meisje. De ongelijkheid daarin speelt nog steeds een grote rol. Als Hindostaan ben je altijd onderdeel van de grotere Hindostaanse gemeenschap. Er heerst een wij-gevoel met de nodige schaamtecultuur, dat blijft nog steeds een grote rol spelen in het jezelf mogen zijn. Ik zie wel veranderingen, namelijk dat mensen de ruimte nemen en krijgen om dat te doorbreken. 

Welke overeenkomsten zie jij tussen queer Hindostanen en queer mensen van andere etnische achtergronden?
Ik denk dat de Turken en Marokkanen vanuit het geloof tegen identieke zaken aan lopen als Hindostanen. In de Creoolse cultuur neemt men naar mijn idee veel meer ruimte om zichzelf te kunnen zijn. Het geloof lijkt minder belemmerend bij hen.

Waar heb je als Hindostaanse queer behoefte aan?
Ik heb behoorlijk wat afstand genomen van mijn Hindostaanse identiteit. Doordat ik heb gekozen om homo te zijn in Nederland, ben ik een stukje beroofd van mijn Surinaams – Hindostaanse identiteit. Dat maakt het voor mij lastig om weer een stap terug te doen, om te kijken wat ik mis. Ik voel mij nu heel gelukkig, zonder dat te moeten ophangen aan een stukje identiteit. Ik voel mij een wereldburger, ik ben wie ik ben BASTA!

Welk advies zou je de jongere versie van Lionel geven?
Dat hij zich vanuit zijn gevoel voor rechtvaardigheid en gelijkheid in zou moeten zetten om verandering voor elkaar te krijgen in de wereld. Als ik terug kijk zou ik hem ook een compliment willen geven, namelijk dat hij zich niet klein heeft laten krijgen. Hij had zich namelijk voorgenomen: ik ben wie ik ben en we hebben allemaal recht op een menswaardig leven en daar gaan we voor.

Sommige mensen kiezen ervoor om nooit uit de kast te komen. Wat zou je tegen deze mensen willen zeggen?
Als ze het gevoel hebben dat ze in de kast willen blijven, dan moeten ze dat doen. Iedereen moet zijn of haar eigen keuzes maken in het leven. Als je gelovig bent: laat het oordelen dan over aan de hogere machten. Wij mensen hoeven ons daar niet mee bezig te houden. Wij hoeven alleen respectvol en gelijkwaardig met elkaar om te gaan. Dat is naar mijn mening het grote goed dat we met elkaar zouden moeten nastreven.

Welk advies heb je voor de jongere generatie Hindostaanse LHBTI’ers?
Mijn advies is niet expliciet gericht aan Hindostaanse LHBTI’ers, maar meer aan jongeren in het algemeen. Zij zullen dat in hun oren moeten knopen vind ik: we zullen mensueel moeten opvoeden, dat betekent regenboog opvoeden. Dan bedoel ik: niet roze of blauw, maar regenboogkleuren. Een kind moet later zelf kunnen bepalen waar het op de regenboog een leven wil leiden. Bij een zwangerschap is er wel begeleiding voor de lichamelijke aspecten, maar niet voor de maatschappelijke en psychische aspect. Ik denk dat we daarin een stap moeten maken.

Ryan Ramharak

Fotograaf: Ton van der Weerden

Kan je jezelf voorstellen?
Mijn naam is Ryan Rafael Raj Ramharak. Ik ben 28 jaar oud en net getrouwd met mijn man David. We wonen samen in Den Haag. Ik ben non binair en queer. Mijn moeder is Nederlands en mijn vader Hindoestaans.

Wat doe je in het dagelijks leven?
Ik ben beleidsmedewerker voor de rijksoverheid in Den Haag en ik ben politiek actief.

Wat zijn je hobby’s?
Ik hou van films en docu’s en muziek. Ook hou ik van zwemmen en hou ik nog het meest van gezelligheid en samenkomen met leuke mensen.

Wie zijn de belangrijkste mensen in jouw leven?
Allereerst mijn man, David. Daarnaast ook mijn zus, nichtjes, broers en ouders. En sinds een poos dus ook mijn schoonfamilie. Naast deze familie zijn ook mijn vrienden een belangrijk deel van mijn leven.

Fotograaf: Ton van der Weerden


Wanneer wist je van jezelf dat je non binair bent en kan je ons wat meer vertellen over wat het inhoudt om een non binaire identiteit te hebben?
Ik kwam er heel geleidelijk eerst achter dat ik geen vrouw ben terwijl ik wel zo werd gezien en opgevoed. Omdat ik dacht dat er alleen mannen en vrouwen bestonden ging ik er van uit dat ik dan dus wel trans man zou zijn. Maar tijdens mijn transitie merkte ik dat het hokje man ook te klein is. Ik voel me dus geen vrouw en ook geen man. Ik zweef een beetje in de ruimte buiten de hokjes. Ik heb zowel vrouwelijke als mannelijke kanten/expressie.

Wat zijn de leuke dingen en wat zijn de dingen waar je tegen aan loopt?
De leuke dingen zijn de vrijheid die ik neem om me zo min mogelijk aan te trekken van de gendernormen die er in onze maatschappij zijn. Hoe ik me als man of als vrouw zou moeten gedragen. Ik probeer gewoon zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven. Het minder leuke is dat mensen het niet altijd leuk vinden dat je afwijkt van de norm.



Hoe oud was je toen je jouw identiteit kenbaar maakte in je omgeving en hoe reageerde ze erop?
Ik was 23 toen ik vertelde dat ik trans ben en heb in periodes verteld dat ik op vrouwen en later ook op mannen en anderen kan vallen. Mijn ouders vonden dat allemaal zeer lastig en moeilijk. Mijn siblings niet echt.

Hoe heeft jouw queer identiteit jouw leven gevormd?
Ik ben streng christelijk opgevoed maar heb me daar door mijn queer identiteit helemaal van los kunnen maken. Mijn anders zijn dan de norm geeft me ontzettend de ruimte om alles te onderzoeken en overal vraagtekens bij te zetten over waarom het moet zoals we vinden dat het moet als maatschappij.

Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindostaanse queer mensen (t.o.v. queer mensen met een andere niet westerse achtergrond)?
Het is heel verschillend in wat voor Hindostaans gezin je opgroeit en hoe cultureel traditioneel je familie is. Omdat ik Nederlands christelijk en deels Hindoestaans ben opgevoed vind ik het altijd lastig deze twee van elkaar te scheiden. Wat hoort nou waar bij? Maar de schaamte die je niet over je familie wil brengen is denk ik wel heel Hindoestaans. En de goedkeuring of afkeuring die oudere familieleden vinden te mogen geven over jouw leven

Zijn er zaken waar jij in de Hindoestaanse gemeenschap tegen aan loopt, met betrekking tot jouw queer identiteit?
De Hindostaanse familieleden waar ik het meest contact mee heb omarmen mij volledig. En dat is denk ik voor veel mensen een mind fuck. Mensen denken dan dat mijn Nederlandse familie vast accepterender zouden zijn dan mijn Hindoestaanse familie maar het is niet zo zwart wit. Het verschilt van persoon tot persoon.

Welke overeenkomsten zie jij tussen queer Hindoestanen en queer mensen van andere etnische achtergronden?
Als je verder terug gaat naar onze roots is er veel meer ruimte voor queer identiteiten. Omdat de Westerse wereld lang erg christelijk is geweest is het binaire en het heteronormatieve perspectief opgelegd. In heel veel niet westerse culturen was vroeger veel meer ruimte voor queer mensen. En daarbij zijn veel niet westere culturen familiegericht en is er niemand zo goed in eigen families oprichten als de queer community.

Waar heb je als Hindostaanse queer behoefte aan?
Meer inzichten in mijn roots en de queers van de hindoestaanse oudheid. En rituelen die we kunnen omzetten naar queer rituelen.

Welk advies zou je de jongere versie van Ryan geven?
Luister goed naar je eigen gevoel. Er is niemand die je beter kent dan jijzelf en niemand die beter weet wat je nodig hebt dan jij zelf!

Heb je nog aanvullingen of dingen die je zou willen zeggen?
Ga onze docu supporten en volg ons op social media @babaenpapa

Fotograaf: Mona van den Berg

Jason Janki

Wie ben je?
Mijn naam is Jason, ik ben 27 jaar oud en woon in Rotterdam. In het dagelijks leven werk ik fulltime als administratief medewerker, daarnaast ben ik ook nog make-up artist. In het weekend ben ik daar heel druk mee, ik wordt vaak gevraagd voor bruiloften of andere feestjes. Mijn hobby’s zijn dansen, socializen, lekker eten en koken. De belangrijkste mensen in mijn leven zijn mijn moeder, broertjes, adjie, vader en mijn best vriendin. Mijn beste vriendin is echt mijn zus.

Sinds wanneer weet je van jezelf dat je queer bent en hoe reageerde jouw familie erop?
Ik weet onbewust al van kleins af aan dat ik queer ben. Ik was zestien toen ik uit de kast kwam. Mijn ouders reageerde daar heel goed op. Ze zeiden het allang al te weten en er helemaal geen moeite mee te hebben. Mijn ouders hebben mij nooit tegen gehouden in wie of wat ik wilde zijn. Als ik als kind met poppen wilde spelen, dan mocht dat. Ik kreeg barbies van mijn ouders, als ik daarom vroeg. Ik herinner mij dat ik als kind een keer samen met mijn broertjes en ouders in de speelgoedwinkel stond om voor ons waterpistolen uit te zoeken. Ik koos voor een roze waterpistool en mijn ouders maakten daar geen enkel punt van. Ik was vroeger ook heel erg fan van de meiden popgroep Spice Girls, mijn hele slaapkamer hing vol met posters van ze. Mijn ouders namen mij mee naar shows van ze. Ze hebben mij nooit in het genderhokje van man proberen te forceren. Ze lieten mij vrij om te zijn wie ik wilde zijn. De rest van mijn familie weet dat ik homoseksueel ben en niemand heeft problemen met mijn geaardheid.


Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindostaanse queer mensen t.o.v. queer mensen met een andere etnische achtergrond?
Hindostanen kunnen nog steeds heel ouderwets zijn. ‘Manai ka boli’ (wat zal men ervan vinden/zeggen) speelt een hele grote rol. Ik heb daar zelf geen problemen mee gehad in mijn familie. Mijn adjie (oma van vaders kant) had er bijvoorbeeld helemaal geen problemen mee, ze had zoiets van: als jij maar gelukkig bent.

Welke voordelen zitten er aan een queer Hindostaanse identiteit?
Het is nog steeds een taboe bij ons Hindostanen. In vergelijking met bijvoorbeeld moslims of christenen wordt het wel eerder geaccepteerd. Een vriend van mij is homo en christen. Hij is niet meer welkom in de kerk waar hij altijd samen met zijn ouders naartoe ging. Bij Hindostanen komt het niet voor dat je niet meer naar een mandir (hindoe tempel) kan gaan wanneer je LHBTI’er bent. De toegang wordt je nooit en door niemand ontzegt.

Welke overeenkomsten zijn er tussen queer Hindostanen en queer mensen met een andere etnische achtergrond?
Het fenomeen van ‘gezichtsverlies lijden’ speelt in alle culturen.

Waar heb je als Hindostaanse queer behoefte aan?
Ik heb niet ergens specifiek behoefte aan. Alles wat ik nodig heb, heb ik om mij heen. Ik heb een neef en een kaka (broertje/neef van vader) die homo zijn en een phoewa (zus/nicht van vader) die lesbisch is. In mijn familie is het heel normaal en geaccepteerd. Ik heb een liefdevolle familie, daarom ben ik supergelukkig.
Wat mij wel echt leuk lijkt is een Hindostaanse gay avond. Met een live band, kan ook een baithak gana band zijn. Gewoon net zoals op feestjes die wij vanuit onze cultuur gewend zijn.


Welk advies zou je de Jason Janki van 13 jaar oud geven?
Doe je best op school en focus je op je toekomst. Blijf vooral jezelf. Toen ik 13 was wist ik al dat ik homo was, maar ik deed alsof ik dat niet was. Ik stopte mijzelf weg, maar daar leed mijn studie onder.

Sommige mensen kiezen ervoor om nooit uit de kast te komen. Wat zou je tegen deze mensen willen zeggen?
Ik vind het heel erg dat ze het niet kunnen en durven. Uit de kast komen zou ze wel helpen. Er valt dan een grote last van je schouder af. Je zult gelukkiger zijn en positiever in het leven staan. Je moet jezelf op de eerste plaats zetten in jouw leven, want alleen dan kan je een ander gelukkig maken.

Heb je nog aanvullingen of dingen die je zou willen zeggen?
Wees vooral jezelf en doe wat je niet laten kan. Hou je vooral niet bezig met wat mensen over je zullen zeggen en van je zullen vinden. Mensen hebben altijd wel een mening over jou of je nu iets goeds of iets slechts doet. Dat hebben mijn ouders aan mij meegegeven en dat wil ik ook aan iedereen meegeven.

Sunny

Kan je jezelf voorstellen?
Mijn naam is Sunny, ik ben 33 jaar oud en van Hindostaanse komaf. Ik heb altijd in de mode gewerkt en heb daar nog steeds ontzettend veel passie voor.  
De belangrijkste mensen in mijn leven zijn mijn moeder, broer, zus, neefje en nichtje. Daarnaast mijn schoonzus en niet te vergeten mijn man. Ik ben ontzettend gelukkig met hem.

Wanneer wist je van jezelf dat je queer bent?
Eigenlijk al heel vroeg. Als kind was ik altijd al verbonden met meisjes dingen. Ik was ongeveer vier jaar oud toen het nummer ‘Lambada’ helemaal in was. Ik stond toen met een rokje aan, te dansen voor de hele familie. Ook kan ik mij nog heel goed herinneren dat ik op de basisschool altijd de moeder wilde zijn als we vader-moedertje speelden. Ik was er denk ik niet heel bewust van, maar ergens in mijn onderbewuste is dat wel de rode draad geweest voor waar ik nu sta.


Hoe gaat jouw familie om met jouw queer identiteit?
Mijn moeder is voor een Hindostaanse vrouw heel bijzonder. Ik heb ontzettend veel respect en ontzag voor haar. Zij accepteert mij volledig zoals ik ben. Zei heeft tegen mij gezegd: ‘het maakt mij niet uit wat je bent, je bent en blijft mijn kind. Ik zal je nooit los laten. Ik zal je nooit in de steek laten en ik zal je er altijd voor je zijn’.
Mijn broer en zus hebben mij ook altijd geaccepteerd. Vroeger stonden ze soms wel even te kijken van mijn klederdracht en zeiden daar dan wat van, maar zij accepteren mij volledig.

Mijn vader is overleden toen ik 16 was. Hij vond het moeilijk om te accepteren dat ik anders was. Tijdens zijn leven is er tussen ons veel strijd geweest. Veelal had te maken met mijn eigen strijd om te zijn wie ik wilde zijn. Daardoor werd mijn gedrag met de jaren steeds radicaler tot ik uiteindelijk fulltime in meisjeskleding en op hoge hakken naar de middelbare school ging. Dit was iets wat ik zo nu en dan al op de basisschool deed, maar op de middelbare school werd het echt een ding voor mij. Elke dag weer een extra tas mee naar school en buiten stiekem omkleden. Dat zorgde er voor dat ik ook op andere plekken kwam dan school en door familieleden werd opgemerkt in de buurt, die hun beklag weer deden bij mijn vader. Ook tijdens een bezoek aan familie die verder weg wonen heb ik een moment bereikt dat ik niet anders dan mezelf kon zijn en een aantal familieleden in vertrouwen nam. Ik vertelde hen wie ik eigenlijk echt wilde zijn. Dit zorgde voor veel telefoontjes nog dezelfde avond dat we thuis kwamen en ik bestempeld werd als iemand die ziek was. Ik moest naar een dokter en worden geholpen. Ik wist wel beter en ook mijn vader wist dat hij mij niet veel meer kon maken, want ik was op den duur niet meer bang voor hem en ging dan ook vaak genoeg de strijd met hem aan. Mijn broer, zus en moeder hebben mij hierin nooit laten vallen en mij gesteund tot de dag van vandaag. Vroeger kreeg ik genoeg klappen, maar op den duur ging ik tegen mijn vader in en hij wist dat klappen geen zin meer hadden bij mij. Uiteindelijk heeft dit een jaar geduurd voordat mijn vader overleed.

De laatste keer dat ik mijn vader in levende lijve zag, brachten mijn broer en ik hem terug naar zijn huis in Rotterdam. Hij vroeg of ik met hem mee de trap op wilde lopen. Bovenaan de trap vroeg hij aan mij: ‘mag ik je een knuffel geven?’ Ik was toentertijd erg tegendraads en vroeg: ‘hoezo wil je mij nou een knuffel geven?’ Hij keek mij toen aan en zei: ‘Sunny, ik weet alles en ik hou van je’. Dat waren de laatste woorden die ik van hem heb gehoord.. Al het negatieve wat ik met hem heb ervaren, viel hierdoor helemaal weg. Hij heeft het voor mij persoonlijk, helemaal goed gemaakt met zijn laatste woorden.

Door de jaren heen heb ik mij voor de rest van de familie een beetje afgesloten, denk ik. Ik krijg niet zoveel mee van wat ze van mij vinden, omdat ik daar niet echt mee bezig ben. Ze laten mij met rust en min of meer dwing ik ook de acceptatie af van de mensen in mijn omgeving. Accepteren ze mij niet, dan verwijder ik mij uit hun cirkel. Ik vraag geen acceptatie, maar ik verwacht het van mensen. Ik ben een open persoon, mensen mogen mij alles vragen. Als mensen daar niet voor kiezen, om wat voor reden dan ook, dan wil ik het ook bewust bij die persoon laten. Ik wil niet de onzekerheid van de ander met mij meedragen.
 


Kan je ons wat vertellen over jouw leven als trans vrouw?
De laatste jaren heb ik een stabiel leven: ik ben gesetteld en heb een goede band met mijn moeder, broer, zus en hun aanhang. Ik heb vrienden die ik regelmatig zie. Ik ervaar mijn leven niet als een trans vrouw. Ik weet dat ik daar misschien iets mee oproep, maar ik voel het gewoon niet zo. Toch denkt de omgeving daar blijkbaar anders over. Tien jaar geleden was ik namelijk de tweede transgender op de Nederlandse televisie en toentertijd ook de enige niet-witte. Ik kreeg heel veel doodsbedreigingen en werd op straat uitgescholden. Toen ervaarde ik pas hoe heftig het was. Het beangstigde mij heel erg. Ik heb mij toen teruggetrokken en verstopt.
Ik wil begrepen worden in plaats van dat mensen mij vertellen wat ik moet doen. Ik wil dat mensen naar mij kijken en luisteren, zonder oordeel. Voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen zijn er veel ontmoetingsplekken om herkenning te kunnen vinden. Dat is er voor transgenders niet op een laagdrempelige manier. Het is als trans vrouw lastig om een plek te vinden waar je kan aarden en iets om je mee te identificeren. Ik heb best wat heftige dingen moeten doorstaan in Amsterdam en met die ervaring hoop ik anderen te kunnen helpen.



Hoe heeft jouw queer identiteit jouw leven gevormd?
Het heeft ervoor gezorgd dat ik kan leven zonder erover na te denken wat andere mensen over mij denken en van mij vinden. Natuurlijk doet het wat met je als mensen een oordeel over je hebben, maar ik ben nu op een punt in mijn leven dat ik er niks meer om geef.
Het heeft mij sterker gemaakt en onafhankelijk van het oordeel van andere mensen.

Hoe vind je dat er binnen de Hindostaanse gemeenschap wordt omgegaan met lhbti’ers?
Persoonlijk vind ik dat het onder het tapijt wordt geveegd. Hindostanen willen het er niet over hebben. Ze willen er geen gesprek over voeren, want eigenlijk begrijpen ze het niet en willen ze het ook niet begrijpen. Die mentaliteit voel ik heel erg om mij heen.


Welke overeenkomsten zie jij tussen queer Hindostanen en queer mensen van andere niet-westerse culturen?
Alle culturen worstelen met het idee wat de gemeenschap er wel of niet van zal vinden. De angst van de familie om verstoten te worden door de gemeenschap, maakt het voor hun lastig om hun naaste te accepteren wanneer deze uitkomt voor de identiteit. Ongeacht religie en cultuur zijn er tussen niet-westerse culturen veel gelijkenissen in de (non-)acceptatie van LHBTI’ers.

Wat denk jij dat Hindostaanse lhbti’ers van de Hindostaanse gemeenschap nodig hebben om zich geaccepteerd te voelen?
‘Don’t hate what you don’t understand’. Geef elkaar de  ruimte om elkaar te begrijpen. Respecteer elkaar en datgene wat je niet kan veranderen. Accepteer de ander voor wie die is.
Als je in een thuissituatie zit waarin een ouder jou niet kan accepteren en jouw leven ondraaglijk maakt, dan moet je hulp zoeken. Wanneer je minderjarig bent, doe het dan via de huisarts en zorg ervoor dat je weg gaat. Ben je volwassen, creëer dan een plan voor jezelf om zo snel mogelijk uit die cirkel te stappen. Ik zeg het heel makkelijk, maar het is heel moeilijk. Als kind wil je liefde van je ouders, maar op een gegeven moment doe je jezelf tekort als je dit niet ontvangt. Hoe langer je blijft hangen in dat leven, des te moeilijker het is om eruit te komen. Dat maakt de psychische nasleep nog langer. Kies altijd voor jezelf, dat is zo belangrijk. Uiteindelijk was je toch wel van plan om uit huis te gaan neem ik aan, alleen in dit geval is de reden niet heel erg leuk. Je slaat jezelf echt over als je het allemaal accepteert. Doe dat niet en creëer voor jezelf meer lucht, door de vrijheid te zoeken.

Welk advies zou je de jongere versie van Sunny geven?
Blijf altijd jezelf. Dat is iets waar ik heel hard voor heb gestreden en ook veel mee heb verloren. Ik zou dat niet willen veranderen. Als ik terug kijk dan denk ik dat ik dingen heb ervaren, die ik niet eens mijn ergste vijand gun, maar nogmaals: het heeft mij gemaakt tot de persoon wie ik nu ben. En als ik ook maar één iemand zou kunnen overtuigen om het leven voor zichzelf mooier te creëren dan waar diegene nu is, dan ben ik al heel gelukkig. Ik hoef geen rolmodel te zijn, ik zou het fijner vinden om als een soort tante gezien te worden.

Londa ke naach


Inleiding

Ik heb mij altijd afgevraagd wat de functie van de ‘londa ke naach’ (londa kì naatj) is en waar deze traditie vandaan komt? Een veelgehoorde verklaring is dat de bruidstoet vroeger in India lange afstanden moest afleggen. Omdat de reis soms lang en gevaarlijk kon zijn, bleven de vrouwen in de familie van de bruidegom thuis. De londa ke naach zorgde onderweg voor vermaak van de bruidstoet.
Ik heb dit altijd een weinig voldoening gevende verklaring gevonden, want waarom zou de bruidstoet zich niet zonder de londa ke naach kunnen vermaken of op een andere manier vermaak kunnen vinden? En waarom een londa ke naach op een moeran-sanskaar? (hindoeïstisch ritueel, waarbij het hoofd van een baby voor het eerst wordt kaalgeschoren)


Wat is londa ke naach?

Londa ke naach betekent letterlijk vertaald ‘dans van de jongen’. De londa ke naach is een dans-performance dat wordt opgevoerd door een man, die verkleed is als vrouw. Het is op vrijwel elk Surinaams-Hindostaans hindoehuwelijk te zien en soms ook op moeran-sanskaars.  De typische londa ke naach kleding bestaat uit felle kleuren: een wijde rok, een blouse, een hoofddoek en een kroon op het hoofd. De londa ke naach is een cultureel erfgoed, meegenomen door de Brits-Indische immigranten. Zij kwamen tussen 1873 en 1916 als contractarbeiders van het voormalige Brits-Indië naar Suriname, om op de suikerplantages te werken.

De londa ke naach is op elk hindoehuwelijk een opvallende verschijning en staat altijd in het middelpunt van de belangstelling. Als aanwezigen het druk hebben of niet opletten, dan zorgt de londa ke naach wel dat hij de aandacht krijgt. De londa ke naach wordt vandaag de dag voornamelijk als vermaak van de gasten gezien. Tijdens het optreden van de londa ke naach, trekt hij de gasten beurtelings op de dansvloer. Eenmaal op de dansvloer daagt de londa ke naach de danspartner uit om zijn of haar beste dansmoves te laten zien. De londa ke naach gaat dichtbij zijn danspartner staan en schud vervolgens als een buikdanseres heel snel de schouders, naar voor en achter. Vaak tot schaamte van veel mannelijke danspartners, omdat deze niet goed raad weten met deze zogenaamde toespelingen van de londa ke naach. Dit leidt tot een vermakelijk schouwspel voor de familie, die vaak in een kring om de londa ke naach heen staan. Veel danspartners geven de londa ke naach geld voor het dansen. Hoe meer danspartners, des te meer geld de londa ke naach krijgt. Als het vermakelijke schouwspel is afgelopen, geeft de londa ke naach zijn zegen voor de speciale gebeurtenis: het huwelijk of de moeran-sanskaar.


Muziek

Het optreden van de londa ke naach wordt altijd opgevoerd op ‘baithak gana-’ of ‘chutney-muziek’. Baithak gana is een muziekstijl, afkomstig uit de Indiase regio’s Utthar Pradesh en Bihar. De muziekstijl en bijbehorende muziekinstrumenten werden door de Brits-Indische migranten naar Suriname meegenomen. Muziekinstrumenten typerend voor de baithak gana zijn de dholak, dhantaal en harmonium. De melodie van de baithak gana wordt door de harmonium geproduceerd en het ritme door de dholak en dhantaal. In Suriname is de baithak gana beïnvloed door andere muziekstijlen zoals calypso en soca, waardoor chutney-muziek is ontstaan.


Onbeantwoorde vragen

Als lezer heb je nu een idee wat de londa ke naach inhoudt en hopelijk ook hoe zo’n performance eruit ziet. Echter zijn de vragen die ik in de inleiding stelde nog niet beantwoord, namelijk: wat is de functie van de londa ke naach en waar vindt de traditie zijn oorsprong? Mogelijk is een antwoord te vinden in de hijra-cultuur (hie-djraa). Hiervoor moeten we terug naar de oude heilige geschriften van de hindoes uit de Vedische tijd.


Derde sekse

De Vedische tijd is een periode in de geschiedenis waarin de hindoeïstische cultuur en religie waren gebaseerd op de verschillende Veda (heilige boeken van de hindoes). In de Vedische tijd was het hindoeïsme nog vrij van christelijke, islamitische en boeddhistische invloeden. De Vedische tijd eindigde volgens historici tussen circa 3000 jaar en 1500 jaar voor Christus (Wilhelm, 2010). In de hindoegeschriften, elf daterend uit de Vedische tijd, worden mensen onderscheiden in drie verschillende seksen: mannen (pums prakriti), vrouwen (stri parkriti) en de derde sekse (tritiya prakriti). Het woord prakriti kan worden vertaald als ‘natuur’ en verwijst naar het geheel van de fysiologische kenmerken, de psychologische eigenschappen en de sociaal-interactieve kenmerken van een persoon (Nanhoe, 2014; Wilhelm, 2010). Onder tritiya prakriti wordt een enorme diversiteit aan mensen geschaard, die volgens heteronormatieve standaarden niet kunnen worden gecategoriseerd. De Kama Sutra, die zijn oorsprong ongeveer 200 na christus in India vindt, benoemt verschillende typen mensen binnen de tritiya prakriti, waaronder homoseksuelen, lesbische vrouwen, biseksuelen, travestieten, transgenders en mensen met een intersekse conditie (Nanhoe, 2014; Wilhelm, 2010).


Hindoemythologie

In de hindoemythologie is er een speciale plaats voor transgendervrouwen, die hijra’s worden genoemd. Er wordt gezegd dat ze halfgoden zijn en dat hun zegeningen en vloeken speciale krachten hebben. Spreken ze een zegen uit, dan wordt dit waarheid. Maar o wee als ze een vloek uitspreken, hiervan wordt ook geloofd dat het waarheid zal worden.


Kolonisatie

In 1858 werd India gekoloniseerd door de Engelsen. Zij brachten hun christelijke normen en waarden mee, die een stuk preutser waren dan de Indiase normen en waarden van die tijd. Zo werd in 1860 de anti-sodomiewet ingevoerd in het gehele Britse rijk, inclusief India. Alle vormen van seksualiteit die niet leiden tot voortplanting werden hiermee strafbaar gesteld. Dit was voor India een grote achteruitgang, omdat homoseksualiteit voor de komst van de Engelsen nooit gecriminaliseerd was. Ook castratie en crossdressing werden verboden, wat tot gevolg had dat hijras werden gedwongen tot een leven als outcast (Wilhelm, 2010).


Wat is er bewaard gebleven?

De hindoetraditie en het geloof in de speciale krachten van hijra’s bleef ondanks de anti-sodomiewet bewaard gebleven. Hijra’s komen vandaag de dag in India en omringende landen gevraagd en ongevraagd langs als er een baby is geboren of als er een huwelijk is. Ze maken muziek, dansen en geven hun zegeningen. In ruil hiervoor krijgen ze geld.


Londa ke naach vandaag de dag

De londa ke naach wordt vandaag de dag als een soort ‘act’ en danceperformance opgevoerd door heteroseksuele mannen en niet door hijra’s. Dat is naar mijn idee het grootste verschil. Het lijkt mij zeer aannemelijk dat de traditie van de londa ke naach afstamt van de hijra’s.
Ik heb de londa ke naach altijd een bijzonder fenomeen gevonden. Ergens vind ik het ook wel mooi om te bedenken waar het mogelijk vandaan komt. Het eeuwenoude India, waar er ruimte en plaats was voor de LHBTI-gemeenschap. Een traditie die vanuit India naar Suriname werd meegebracht en vandaag de dag ook in Nederland stand heeft weten te houden. Een traditie waar we trots op mogen zijn!

Geraadpleegde bronnen:

Nanhoe, A.C., ‘Transcending social constructs’, in: Divali Nagar, 2014, Trinidad&Tobago, National Council of Indian Culture of Trinidad, 2014

Nanhoe, A.C.,& J.J. Omlo, Tussen liefdevolle omarming & resolute verstoting, Stili Novi, 2016

www.thebrowngirldiary.com

VPRO, LAB 3: Halfgoden, documentaire van Valentijn de Hingh

Wilhelm, A.D., Tritiya-Prakriti: people of third sex. Understanding homosexuality, transgender identity and intersex conditions through Hinduism, Bloomington, Xlibris, 2010

Youtube: ‘Coolies: How The British Reinvented Slavery’

Ricky Mohabbat

Kan je jezelf voorstellen?
Mijn naam is Ricky Mohabbat. Ik ben 27 jaar en woon sinds een jaar of zes à zeven in Amsterdam. In het dagelijks leven werk ik als journalist en daarnaast studeer ik Communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In mijn werk probeer ik altijd maatschappelijke en sociale onderwerpen aan te kaarten. Zo heb ik met Keti Koti een reportage gemaakt over het slavernijverleden van Nederland. Ook praat ik openlijk over het gay-zijn. Ik vind het belangrijk om dat soort onderwerpen bespreekbaar te maken. Verder ben ik bezig met een platform, een online magazine, die Lieve Ricky heet. Een onderdeel daarvan is een podcast waarin ik met gasten over het leven, de liefde en grote dromen en doelen praat. De Lieve Ricky-podcast is te vinden op Spotify.

Wat zijn je hobby’s?
Moeilijk, ik heb niet echt hobby’s. Ik vind schrijven en sociale activiteiten heel leuk: tijd doorbrengen met vrienden en familie. Ik vind het fijn om mij te omringen met de mensen waarvan ik hou. Daar word ik het gelukkigst van.

Wie zijn de belangrijkste mensen in jouw leven?
Allereerst mijn ouders en mijn zusje. Zonder twijfel! En het mooie van queer zijn, is dat je je eigen familie kan kiezen. Ik deel lief en leed met mijn beste vrienden, die onderhand ook onderdeel van mijn familie zijn. Ik heb best een druk leven en dan is het fijn om mensen te hebben die het thuis-gevoel symboliseren.

Vanaf wanneer wist je van jezelf dat je queer bent?
Dat heb ik altijd al geweten. Het klinkt heel vreemd. Een van mijn vroegste herinneringen is dat ik als kind ‘The Power Rangers’ op tv zag en merkte dat ik de mannelijke Rangers veel interessanter vond dan de vrouwen. Als je zo jong bent, dan weet je niet waar dat gevoel over gaat. Toen ik iets ouder werd, zag ik een aflevering van ‘Goede Tijden Slechte Tijden’. In die tijd was er een mannelijke acteur in de serie, die worstelde met zijn geaardheid. Ik herkende mij in zijn worsteling en dacht: dit is mijn verhaal!

In hoeverre ben je uit de kast en hoe reageerde jouw familie erop?
Het was in mijn begin jaren 20 dat ik ‘uit de kast’ kwam.  Mijn moeder had er helemaal geen moeite mee. Mijn vader vond het in het begin wel moeilijk, want hij was bang hoe de reacties van de buitenwereld zouden zijn: ‘hoe zal de wereld mijn zoon behandelen?’. Mijn ouders hebben de rest van de familie over mijn geaardheid verteld. Gelukkig reageerden zij daar heel goed op. Dat is het gemak van een familie die al jarenlang in Nederland woont en niet wereldvreemd is.

Hoe heeft jouw queer identiteit jouw leven gevormd?
Volledig! Ik had het er laatst met mijn tante over hoe ik ben veranderd, nadat ik uit de kast ben gekomen. Ik ben mij gaan kleden en gaan gedragen zoals ik dat wil. Dat deed ik daarvoor niet, want ik had eigenlijk een soort masker op. Sinds mijn 21ste woon ik op mezelf en kan ik volledig mijn eigen authentieke ik zijn en dat zie je terug in o.a. mijn kleding. Toen ik nog thuis woonde, dacht ik daar wel over na en hield ik daar ook rekening mee. Ik wilde mijn ouders beschermen tegen oordelen van andere mensen over hun zoon. Nu ik open ben over wie ik ben, gaat het leven op sommige aspecten veel makkelijker. Het is een groot deel van mijn identiteit en ik ben er trots op. Ik word met de tijd ook steeds trotser op wie ik ben en dat durf ik ook steeds meer uit te dragen naar de buitenwereld.

Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindostaanse queer mensen t.o.v. queer mensen met een andere etnische achtergrond?
Ik denk dat we allemaal een beetje tegen dezelfde problemen aan lopen. Wij mogen niet zijn wie we willen zijn, voornamelijk vanuit cultureel en religieus oogpunt. Dat is wat de meeste mensen die niet-wit zijn ervaren. Ik denk dat er voornamelijk overeenkomsten zijn en daarom vind ik het fijn om met niet-witte queer mensen te praten. We snappen van elkaar waar we vandaan komen en we worstelen met dezelfde gevoelens.

Welke voordelen zitten er aan een queer Hindostaanse identiteit?
Of er echt voordelen aan zitten, dat weet ik niet. Ik kan wel zeggen dat ik trots ben op mijn eigen identiteit. En daar is het Hindostaan-zijn een onderdeel van.

Waar heb je als Hindostaanse queer behoefte aan?
Deze vraag wil ik graag wat breder beantwoorden. Binnen de homo-gemeenschap krijgen gekleurde mannen regelmatig te horen dat zij, en ik quote, knap zijn voor een *bevolkingsgroep*. Ik weet niet waar dat vandaan komt en ik vind het uitermate problematisch dat mensen dat durven te zeggen. Ik ben niet ‘knap voor een Hindostaan’. Ik ben een mens. Daten als gekleurde homo is lastig, want de Nederlandse gayscene is over het algemeen een hele witte wereld. Je wordt altijd gezien als een smaakje of als iets exotisch. Daar wil ik van af. De lesbische gemeenschap is, volgens mij, menselijker. De vrouwen hebben respect voor elkaar. De gay-scene daarentegen is heel oppervlakkig. Het gaat vooral over je uiterlijk, lichaam en de grootte van je pik.

Welk advies zou je de jongere versie van Ricky geven?
Wees trots op wie je bent. Het leven kan nu misschien aanvoelen alsof het einde van de regenboog niet in zicht is, maar dat is niet het geval. Heb meer vertrouwen in je familie, want zij zullen je steunen en accepteren. Wees niet bang om jezelf te zijn. En durf gelukkig te zijn.

Sommige mensen kiezen ervoor om nooit uit de kast te komen. Wat zou je tegen deze mensen willen zeggen?
Dat vind ik heel moeilijk. Ik wil niemand opleggen om uit de kast te komen, want dat moet je alleen doen als het goed voor je voelt. Dat gezegd hebbende, je bent het ergens ook naar jezelf verschuldigd om voor je eigen geluk te kiezen. Als jij een stukje van jezelf blijft ontkennen, dan zal je misschien nooit gelukkig worden en nooit kunnenervaren hoe het is om onvoorwaardelijk van iemand te kunnen houden. Ook zal je nooit ervaren wat het betekend om in je eigen waarheid te leven. Nogmaals, doe het alleen als het goed voelt en op je eigen tempo.

Heb je nog aanvullingen of dingen die je zou willen zeggen?
We leven in een wereld waarin wordt gedaan alsof homoseksualiteit iets raars is. Daar moeten we van af. Wij zijn mensen. Punt. We moeten daarom blijven zorgen dat onze stem wordt gehoord. Mensen zoals jij en ik maken het makkelijker voor de volgende generatie om sneller en makkelijker uit te kast te komen. De volgende generatie mag niet tegen dezelfde problemen aan lopen als waar wij mee te maken hebben gehad.

Ricky is via instagram te vinden @ricky.mohabbat en @lievericky.