Essay door Maithili Bansie

Wat zouden gemarginaliseerden mensen zijn zonder een gemeenschap? Hoe zou jij je voelen als je alleen stond tegenover een wereld die jouw bestaan niet erkent?
Waar Christopher Isherwood’s A Single Man voor velen de onvoorspelbaarheid van het leven weergeeft, met de – spoiler! – plotselinge dood van het hoofdpersonage, wat in de laatste alinea van het boek pas duidelijk wordt, illustreert het boek ook het tragische lot van iemand die een leven leidt zonder gemeenschap en de onmogelijkheid van dit leven. Hierop reflecteren vind ik nog steeds relevant in het huidige tijdperk, waarin homoseksualiteit in het Westen weliswaar geaccepteerd is, maar nog steeds, net als bij andere gemarginaliseerde groepen, niet volledig als vanzelfsprekend menselijk wordt erkend.
Een onerkend, onbeschermd bestaan
Het boek A Single Man van Christopher Isherwood schetst een dag in het leven van een rouwende homoseksuele man in de jaren 60 van Californië. George’s partner Jim is recentelijk overleden. In het boek maken we één dag mee uit Georges leven; het begint met een beschrijving dat hij wakker wordt en eindigt met dat hij in slaap valt. Gedurende de dag ondergaat George zijn gewoonlijke activiteiten: hij geeft les op de universiteit, bezoekt een vriendin en gaat in de avond naar een bar.
In de loop van de dag vindt er meerdere malen een splitsing plaats tussen George’s gedachten en zijn lichaam; zijn gedachten worden als het ware gescheiden van de acties die zijn lichaam ondergaat. Verdergaande op de automatische piloot ontstaat er een zekere afstand tussen George en zijn omgeving. Dit komt doordat George heel de dag van binnen aan het rouwen is, maar dit niet kan uiten waardoor de afstand tussen hem en zijn omgeving groter wordt. Dit is waarom het boek erg beschrijvend leest; zelfs wij als lezers blijven op afstand van George en kunnen hem niet volledig bereiken. Dit stuk poogt de positie van zijn personage juist vanuit die afstand te analyseren, omdat die afstand eigenlijk heel veelzeggend is.
Volgens filosoof Judith Butler maakt verlies mensen bewust van hun afhankelijkheid van anderen; rouw laat zien dat ons leven altijd verweven is met dat van anderen.1 George kan deze rouw echter niet delen. Hij staat er alleen voor en mist daarmee het sociale, menselijke aspect van rouw: het gezamenlijk erkennen van verlies. Hij wordt dus geconfronteerd met het realiseren van zijn afhankelijkheid, terwijl hij tegelijk geen gemeenschap heeft waarin die afhankelijkheid kan worden opgevangen. Maar, het tekort aan sociale ondersteuning maakt de levens van George en Jim onbeschermde levens, waardoor zij binnen de maatschappij überhaupt niet beschouwd worden als levens die het waard zijn om over te rouwen.2 Hier ontstaat een paradox: rouw maakt mensen dus bewust van hun afhankelijkheid van anderen, maar voor George is rouw maatschappelijk uitgesloten. George en Jim worden als homoseksuelen nooit volledig erkend, waardoor George’s verlies geen plaats binnen een gemeenschap krijgt. Rouw is zowel de bevestiging van zijn menselijkheid en, door de ontzegging hiervan, dat wat hem zijn menselijkheid ontneemt.
Connectie
Gedurende de dag ervaart George enkele korte momenten waarin hij zich minder alleen voelt. Zo ontstaat er een subtiele connectie met zijn student Kenny, die oprechte interesse in hem toont en na de les tijd met hem spendeert. Ze eindigen de dag plezierig met zwemmen in de zee na een avond in de bar.
Een mensenleven heeft connectie nodig om de volledige ervaring als erkend mens in de maatschappij mee te maken. In George’s geval blijft deze erkenning echter gedeeltelijk; hij zal altijd een gedeelte van zichzelf weg moeten stoppen onder de sociale normen van zijn tijd, waardoor hij beperkt is in het leggen van oprechte, volledige connecties met anderen. Dit zien we bijvoorbeeld wanneer George’s hart sneller gaat kloppen wanneer hij vermoedt dat zijn Kenny hem een vraag gaat stellen nadat zij hebben gesproken over het feit dat George nogal ‘cagey’ is, waarop George insinueert dat hij niet alles kan delen; hij houdt afstand met een hunkering voor meer. George’s hunkering naar connectie is ook merkbaar wanneer Kenney een puntenslijper voor hem koopt. George gaat ervan blozen; het voelt alsof iemand hem een roos geeft. Ondanks het onvermogen volledig open te zijn, laten deze momenten zien waar George naar verlangt.
Het boek verrast ons met het einde. Plots wordt beschreven dat George in zijn slaap overlijdt aan een hartaanval. De verteller insinueert dat hij een bloedprop begon te ontwikkelen bij de ontmoeting met Jim; dit duidt erop dat George’s leven gedoemd was vanaf het moment dat hij toegaf aan zijn homoseksualiteit. Zijn homoseksualiteit heeft zijn positie in de maatschappij bepaalt en beperkt. De hoop die George voelde toen hij ging slapen had geen toegevoegde waarde voor zijn leven; een leven dat geen kans maakt op enige vorm van waarde in de maatschappij.
Het belang van gemeenschap
Het tragische van George’s dood ligt niet alleen in de abruptheid ervan, maar ook in het feit dat zijn leven eindigt wanneer er een kans tot connectie wordt gepresenteerd. Het onvermogen van George’s lichaam om in leven te blijven in zijn positie, suggereert dat gemeenschap een voorwaarde voor een leefbaar en erkend leven is.
Wat als George een gemeenschap had van mensen die hem accepteerden, die hem zagen voor wie hij was. Wat als hij deel uitmaakte van een gemeenschap van andere outcasts? Andere LHBTI’ers?
Vandaag de dag, in een wereld waar het bestaan van gemarginaliseerde individuen nog steeds als een bedreiging en gevaar wordt gezien, ligt er een verantwoordelijkheid bij ons allemaal om actief gemeenschappen te creëren. Laten we dit doen voor onszelf en zij die ons voorgingen – zij die dit wilden maar tegen werden gehouden door een samenleving die hen nooit als mens erkende. Op het eerste gezicht vond ik A Single Man heel beschrijvend en triest, maar de kritische lezer kan dit zien als een oproep tot samenkomst en connectie.
Want uiteindelijk bepaalt niet alleen hoe we zelf leven, maar ook hoe we anderen erkennen, welke levens kunnen bestaan en welke onzichtbaar blijven.
- ‘Neoliberalism, Precarity, and Precariousness’, Niels Springveld, pagina 34. Frame – Journal of Literary Studies no. 32.3, 2017.
- ‘Precarious Life: the Powers of Mourning and Violence’, Judith Butler, pagina 32. Verso, 2004.

Gepubliceerd door