Geïnterviewd door Maithili Bansie

Mijn naam is Shirodj Raghoenath. In het dagelijks leven gebruik ik de voornaamwoorden hij/hem. Ik heb ook een drag persona: Bipasha Tabu, en zij gebruikt zij/haar. Ik ben 33 jaar, kom uit Tilburg en identificeer mezelf als bi, pan of queer – in ieder geval val ik op meer dan één gender. Welk label ik gebruik hangt af van met wie ik praat. Bij de gemiddelde Nederlander zeg ik bi, omdat dat bekender is, maar in queer kringen gebruik ik eerder pan. Het verschilt per context, maar de kern is dat ik me niet beperk tot één hokje.
Ik ben ZZP’er en geef workshops op het gebied van inclusiviteit, mannelijkheid, grensoverschrijdend gedrag, racisme en discriminatie. Daarnaast treed ik op als mijn dragpersona Bipasha Tabu en doe ik ook aan spoken word. Activisme en performance lopen bij mij door elkaar heen.
Open zijn was niet altijd vanzelfsprekend. Ik kwam eerst uit de kast naar mijn vrienden. Ik woonde op kamers, dus ik had wat vrijheid, maar ik leefde wel een soort dubbelleven; als ik naar mijn ouders ging, moest ik een deel van mezelf verbergen. Op een gegeven moment had ik er genoeg van en ben ik ook thuis uit de kast gekomen. Dat ging hand in hand met mijn politieke betrokkenheid. In het begin zeiden mijn ouders wel manai ka boli (wat zullen de mensen zeggen)? Maar toen ze zagen dat ik bijvoorbeeld uitgenodigd werd op congressen en mocht spreken bij WorldPride in Madrid, begonnen ze het als succes te zien. Langzaam werd het oké. Zelfs meer conservatieve familieleden staan nu open voor Bipasha en boeken haar soms. Door mezelf te blijven, hebben ze geleerd dat dit gewoon is wie ik ben.
Bipasha geeft mij de vrijheid om gendernormen te verbreken bij zowel mezelf als bij andere mensen. Haar looks zijn geïnspireerd door Bollywood en de Indiase cultuur en haar naam is gebaseerd op die van twee Bollywoodactrices: Bipasha, die in de jaren 2000 traditionele verwachtingen rondom vrouwelijkheid en seksualiteit doorbrak, en Tabu, die in de jaren 90 juist bekend stond als de meer traditionele actrice. In de naam zit een woordspeling: ‘bi’ van biseksueel en Tabu als in taboe – het doorbreken van stigma’s. Net als de echte Bipasha wil ik verwachtingen doorbreken met mijn verschijning. Met spoken word kaart ik ook stigma’s aan en maak ik ze bespreekbaar.

Ik heb altijd iets gehad met genderverwachtingen, zeker binnen de Hindostaanse cultuur. Met drag kan ik die loslaten en uitdagen. Ik omarm mijn vrouwelijkheid en kanaliseer dat in een personage. Eigenlijk is ze een stemmetje in mijn hoofd dat ik een lichaam heb gegeven; een alter ego met wie ik in gesprek kan gaan. Het voelt soms bijna therapeutisch, als selfcare.
In mijn performances speel ik graag met meerdere lagen. Zo deed ik een act op Bye Bye Bye van NSYNC. Daarin verwerkte ik vooroordelen over biseksuele mensen. Net voor het refrein hoorde je stemmen met die vooroordelen, en ik reageerde daarop: ‘Oh, heb je deze aannames weer?’ En dan bij het refrein: als je dit denkt, is daar de deur – ‘bye bye bye!’ Het is ook een referentie naar ‘bi’. Ik hou van dat spelen met woorden en dubbele betekenissen.
In een andere performance, met het theatergezelschap ‘Girls won’t be Girls’, breng ik een ode aan de hijra-gemeenschap. Ze hebben het liedje Happy gecovered en er allemaal dingen in verwerkt waar ze tegenaan lopen – maar ondanks dat zijn ze nog steeds happy dat ze zichzelf kunnen uiten zoals ze zijn. Ik doorbreek het met spoken word over de hijra-gemeenschap, om het Nederlandse publiek te laten zien dat de hijra-gemeenschap al eeuwen bestaat en dat queer zijn geen westers fenomeen is. Voor de koloniale tijd was India op veel vlakken vrijer. Ik wil laten zien dat kolonialisme veel heeft onderdrukt en dat we onze identiteit mogen herclaimen; we mogen Hindostaans en queer zijn. De ongemakkelijke gesprekken moeten we aangaan.

Ik kies er bewust voor om zichtbaar te zijn. Toen ik opgroeide in Brabant had ik weinig rolmodellen. De enige Hindostanen die ik kende waren familie en kennissen. Als het ging over queer zijn, had je homo of lesbisch, maar bi of pan hoorde ik bijna niet. Dat was soms eenzaam. Ik probeer nu voor anderen te zijn wat ik zelf nodig had toen ik opgroeide. Als Bipasha laat ik zien dat we bestaan en dat dat normaal is. Ik hoor van andere Hindostaanse queers dat ze het tof vinden dat er een Nederlandse Hindostaanse dragqueen is die ook een chutney-nummer doet in plaats van alleen Bollywood.
Er is wel een verschil tussen zichtbaar zijn als Shirodj en als Bipasha. Als mezelf word ik sneller serieus genomen. Bij drag denken mensen soms dat het alleen entertainment is, en zien ze minder snel de activistische laag. Dat is een balans die ik ook in mezelf voel. Binnen de Hindostaanse gemeenschap moeten sommige mensen eraan wennen, zeker de oudere generatie. Tegelijkertijd krijg ik ook veel steun. Een phoewa gaf me bijvoorbeeld oude bindi’s en kettingen om te gebruiken.
Wat ik nodig heb van de gemeenschappen waar ik deel van uitmaak, is dat mensen hun vooroordelen onderzoeken. Dat ze reflecteren: waarom denk ik dit? Waar komt dat vandaan? Cultuur verandert voortdurend, maar we kunnen het ook zelf claimen en positief beïnvloeden. We moeten onszelf en de gemeenschap dekoloniseren.
Aan iemand die nog niet zichtbaar durft te zijn, wil ik zeggen: je bent goed zoals je bent. Doe het op je eigen tempo. Er is een hele leuke gemeenschap voor je wanneer je er klaar voor bent; je staat er niet alleen voor. Begin met liefde voor jezelf en de liefde van buiten volgt vanzelf.

Dit interview is onderdeel van onze interviewreeks genaamd ‘Humans of Hindostaans & Queer’. Met Humans of Hindostaans & Queer brengen we verhalen van vreugde die de complexe zoektocht naar jezelf zijn laten zien. Je maakt kennis met de vreugde, diversiteit en rijkdom van de Hindostaanse queer gemeenschap door de persoonlijke verhalen. Ben je benieuwd naar de andere ‘Humans of Hindostaans & Queer’? Lees dan de andere interviews via onze website of in het boek ‘Humans of Hindostaans & Queer’.

Gepubliceerd door