Renal Jiawan

Kan je jezelf voorstellen?
Mijn naam is Renaldo Jiawan, 28 jaar oud en ik kom uit Den Haag. In het dagelijks leven werk ik als receptionist bij een beautysalon en kapsalon. Mijn hobby’s zijn fotografie en digital arts. Ik vind het echt superleuk om bezig te zijn met fashion en media, dan heb ik het dus over foto’s en films. Ik hou mij ook bezig met het maken en ontwerpen van kleding. Mijn creativiteit probeer ik in mijn fotografie te verwerken. Verder hou ik van een drankje en films kijken. De belangrijkste mensen in mijn leven zijn drie mensen: mijn moeder, mijn zus en mijn nani. Mijn vader is voor mijn geboorte overleden, dus die heb ik nooit gekend.

Hoe identificeer jij je als je kijkt naar de letters LHBTI?
Ik ben gay en zie mezelf als man. Iedereen in mijn omgeving, dus mijn familie en vrienden, weten eigenlijk wel dat ik gay ben. Het is niet zo dat ik het van de daken schreeuw, maar als mensen er naar vragen dan ben ik er gewoon eerlijk over en maak ik er geen geheim van.


Wanneer wist je van jezelf dat je homoseksueel bent?
Diep van binnen wist ik het misschien altijd al wel. Als kind voelde ik mij anders dan de andere jongens. Ik speelde ook liever met barbies en met mijn meisjes. Ik had ook altijd vriendinnen in plaats van jongens vrienden. In de pubertijd kwam ik erachter dat hoe ik mij voelde ook een naam heeft en toen wist ik het zeker: ik ben homoseksueel en ik val op mannen. Ik had mijzelf voorgenomen dat dit mijn geheim was en dat ik nooit uit de kast zou komen. Ik was bang dat ik dan uit huis zou worden gezet en onterfd zou worden. Op school ben ik heel erg gepest vanwege mijn anders en ook in mijn omgeving hoorde ik mensen altijd negatieve uitlatingen doen over homo’s. Je denkt dan dat iedereen er zo op reageert, dus dat beangstigde mij. Toch heb ik er op mijn 15e voor gekozen om het eerlijk te vertellen. Ik dacht: het is nu of nooit, ik ga er gewoon eerlijk over zijn en wat er gebeurd dat gebeurd.

Hoe reageerden zij?
Het was eerst stil, echt een hele lange stilte voor mijn gevoel. Mijn moeder zei na die stilte meteen: ‘je bent mijn zoon en blijft mijn zoon. Ik zal van je blijven houden en dit is gewoon wie jij bent. Jij kan er niks aan doen’. Mijn zus moest heel even aan het idee wennen, maar die accepteerde het ook vrijwel meteen. Ze reageerden heel goed en ik zou bijvoorbeeld ook met een partner thuis kunnen komen, het is niks raars voor ze. Mijn nani weet het sinds een paar jaar geleden en zij reageerde best wel nuchter eigenlijk. Het was een reactie, maar eigenlijk ook geen reactie. Ze heeft er geen problemen mee, maar ze heeft wel zoiets van: zeg het maar niet tegen andere mensen, want ‘manai ka boli’.


Hoe heeft jouw queer identiteit jouw leven gevormd?
Mijn gay identiteit is onderdeel van mijn identiteit, maar het is niet mijn gehele identiteit. Het leert mij veel over mezelf en het heeft mij gevormd tot de persoon die ik ben. Ik ben erachter gekomen dat ik een sterk persoon ben. Ik was vroeger, en ben ook nog steeds, heel introvert. Ik heb geleerd om voor mezelf op te komen en dat ik veel meer waard ben, dan de negatieve dingen die ik heb meegemaakt omwille van mijn gay identiteit.

Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindostaanse queer mensen t.o.v queer mensen met een andere etnische achtergrond?
Hindostanen vinden de mening van anderen heel erg belangrijk en gaan daar op een gegeven moment ook naar leven. Als Hindostaanse queers eenmaal uit de kast zijn, dan kunnen of durven ze binnenshuis niet echt open en eerlijk te zijn over wat er gebeurd in hun leven. Laten we eerlijk zijn: als queer persoon heb je over het algemeen een zwaarder leven dan een hetero persoon, want je maakt dingen mee. Dat kunnen bijvoorbeeld interne struggles zijn of discriminatie en intimidatie op straat. Als je dat binnenshuis niet kan delen, dan kan dat een geïsoleerd gevoel geven.

Wat ik ook een probleem vind is dat niet veel mensen weten wie Hindostanen zijn. Mensen weten niet hoe ze jou moeten identificeren. Er is weinig representatie van ons in de media en daardoor missen wij rolmodellen. ‘Manai ka boli’ speelt heel erg onder de Hindostanen. We durven onszelf ook niet te laten zien. Door dit alles maken we onszelf ook wel een beetje onzichtbaar als Hindostaanse queers. Er is niet echt iets voor queer Hindostanen en dan mis je een veilige haven.

Welke overeenkomsten zie je tussen queer Hindostanen en queer mensen van andere achtergronden?
Binnen vrijwel alle migrantengroepen is er nog steeds heel veel traditioneel denken en rust er nog steeds een taboe op gay zijn. Er is binnen alle migranten- en religieuze groepen nog een inhaalslag te maken op het gebied van lhbti acceptatie en emancipatie.


Waar heb jij als Hindostaanse queer behoefte aan?
Het zou fijn zijn als er meer representatie komt in de media voor Hindostanen in het algemeen, maar ook voor Hindostaanse queers. Meer platformen om op een educatieve manier in gesprek te gaan, met elkaar en met anderen. Ook zou het bijvoorbeeld leuk zijn als er feesten of festivals zouden komen in het teken van de Hindostaanse queer gemeenschap.

Welk advies zou je de jongere versie van Renal willen geven?
Voor wat er allemaal aan zit te komen: ga er met opgeheven hoofd doorheen, heb vertrouwen in jezelf en zoals je weet: jij komt altijd op je pootjes terecht!


Sommige mensen kiezen ervoor om nooit uit de kast te komen, wat zou je tegen deze mensen willen zeggen?
Lastig, want ik ken wel mensen die daarvoor hebben gekozen. Wat ik tegen ze zou willen zeggen klinkt heel hard, maar: je gaat er nooit gelukkig van worden. Mocht je jezelf later tegen komen, dan heb je niet alleen jezelf ermee, maar ook degene waarmee je bent en hebt gekozen om bijvoorbeeld kinderen te krijgen. Je doet het niet alleen jezelf aan, maar je doet het ook de andere mensen aan.

Heb je nog aanvullingen of dingen die je wil zeggen?
Laten we traditionele trauma’s doorbreken, daardoor beter voor onszelf worden en ook voor elkaar! We worden al zo neergehaald door de wereld, laten we trots zijn op wie we zijn.
Create support for your community!                                     

                                                                                                                                                                                                                              

TERUGBLIK OP TIJDSCHRIFT ASHANTI ’80 DOOR HINDOSTAANSE QUEERS ANNO NU


De LHBTQIA+ gemeenschap is een diverse gemeenschap waar culturele diversiteit ook volop aanwezig is. Zwarte personen en personen van kleur maken een deel uit van onze gemeenschap en de geschiedenis van onze emancipatie. Denk aan Marsha P. Johnson bij de Stonewall Riots, maar denk ook aan Edgar Cairo bij de demonstratie op het Binnenhof in 1969. Vandaag de dag is de zichtbaarheid van zwarte LHBTQIA+ personen en LHBTQIA+ personen van kleur steeds groter en ontstaan er ook meerdere groepen en organisaties die zich hierop focussen, zo ook de groep Hindostaans & Queer.

Hindostaans & Queer heeft dit jaar ook een rol en plek binnen de Indian History Month van het Sarnamihuis, een initiatief gericht op het zichtbaar maken en delen van Hindostaanse geschiedenis. Dit jaar is Ashanti, een vrouwenblad in de jaren ’80 voor en door Surinaamse vrouwen, het thema van Indian History Month. In dat blad zijn seksuele diversiteit en LHBTQIA+ personen meerdere keren aan bod gekomen. Benieuwd naar hoe Surinaamse LHBTQIA+ personen in de jaren ‘80 ervoor stonden, sloegen Hindostaans & Queer, Expreszo en Natasjawrites.com de handen ineen en doken we de verschillende edities van Ashanti in.


‘Homofilie’
In een van de uitgaven van Ashanti is uitgebreid aandacht besteed aan homoseksualiteit. Het eerste wat opviel in het tijdschrift is dat ze spreken over ‘homofilie’. Vandaag de dag is die term niet meer gangbaar, maar toentertijd gebruikten ze het volop om koppels van hetzelfde geslacht (of dezelfde genderidentiteit) te duiden. Ze hebben meerdere alinea’s gewijd aan hoe veel mensen discrimineerden op homoseksualiteit, maar dat het heel normaal is.

Ook schreven ze dat veel LHBTQIA+ personen uit Suriname vluchtten omdat ze een rustiger leven in Nederland dachten te krijgen zonder uitgescholden of gediscrimineerd te worden. Maar ze kwamen thuis van een koude kermis, want in Nederland bleek ook behoorlijk gediscrimineerd te worden.

Ze merkten wel dat dingen anders werden. “Vroeger werden de homo-seksuele of biseksuele mensen die toch voor degene kozen waarvan ze hielden erg onderdrukt. De laatste jaren komt daar enige verandering in,” schreef een redacteur. Maar het gebrek aan acceptatie was wijdverspreid en je moest oppassen met wat je in het openbaar deed. “Nog steeds moet je veel dingen kibri fasi doen, want sma n’afu sabi ju tori”, volgde ze. Vrij vertaald betekent dit dat je veel dingen verschuild moet houden want mensen hoeven niet te weten wat je allemaal doet.


Werkgroep van Surinaamse Homofielen
Lokaal organiseren was toen ook al een gegeven. Surinaamse mannen en vrouwen kwamen samen onder de noemer Werkgroep van Surinaamse Homofielen. Deze activistische groep had duidelijk voor ogen wat ze wilden realiseren. De werkgroep wilde bijvoorbeeld Surinaamse LHBTQIA+’ers begeleiden bij hun strijd om emancipatie, maar ook voorlichting geven aan de Surinaamse gemeenschap van Nederland over homoseksualiteit. Wellicht een van de belangrijkste speerpunten van de werkgroep is dat het zich wilde inzetten voor de emancipatie van alle Surinamers, wat duidt op een vorm van intersectionaliteit. Enerzijds stonden Surinaamse LHBTQIA+’ers voor de emancipatie van homoseksualiteit, anderzijds stonden ze ook voor de emancipatie van alle Surinamers in Nederland.


Jonge Surinaamse LHBTQIA+’ers
De kwetsbaarheid van jonge LHBTQIA+ is een tijdloos probleem en is ook terug te vinden in alle gemeenschappen. Zo vertelt een jonge lesbische vrouw van 20 in Ashanti over dat ze een keer slaaptabletten had ingenomen omdat ze het niet meer zag zitten vanwege de vijandigheid die ze voelde in haar omgeving en de eenzaamheid als gevolg daarvan.

Een andere rake passage gaat over de moeder van een homoseksuele jongen die haar gevoelens en gedachten erover op papier zette. Ze benadrukt dat ze het eigenlijk vreemd vindt dat er niet openlijk gesproken wordt over seksualiteit, en denkt dat dit voortkomt uit ‘verlegenheid’ of ‘valse schaamte’. Ze vertelt over hoe ze van al haar kinderen houdt ongeacht wie ze zijn. “Het doet me geen verdriet dat mijn zoon homofiel is, maar het doet me wel pijn om te zien hoe andere mensen erop reageren,” schrijft ze. “Als ik hoor hoe de meeste ‘ontwikkelde’ mensen over homo’s praten, dan vraag ik me af waar die zogenaamde
ontwikkeling eigenlijk blijft,” vertelt ze later in het stuk.


Biseksualiteit
Vandaag de dag is het soms pijnlijk duidelijk hoe men binnen en buiten de gemeenschap bi+ personen uitwist. Bij Ashanti was dat allesbehalve het geval. Biseksualiteit is ook expliciet en uitgebreid aan bod gekomen in het tijdschrift. Een jonge biseksuele vrouw genaamd Maureen werd geïnterviewd door de redacteuren van Ashanti. Zo spreekt Maureen over hoe ze mannen én vrouwen allebei leuk vindt. Zij had een relatie met een man maar werd ook verliefd op vrouwen, waar ze alle ruimte voor kreeg van haar vriend. Hij hielp haar ook met ‘homo-aktiviteiten’ als zij deze organiseerde of bijwoonde. In datzelfde interview wordt ook duidelijk dat LHBTQIA+ personen van kleur zich niet in dezelfde ruimtes als witte LHBTQIA+ers bevonden. Zo geeft Maureen aan dat ze zich niet op haar gemak voelde bij het COC en blij was met de Suho (Surinaamse Homo-organisatie), een
organisatie waar Tieneke Sumter een belangrijke rol speelde.


Studiedag over de norm van de heteroseksualiteit
Ook heteronormativiteit en met name het herkennen en benoemen van deze norm is tijdloos. Dat blijkt uit de issue Studiedag Over De Norm Van De Heteroseksualiteit. Een brede herkenning dat deze norm overal terug te vinden is, blijkt uit dat ze onderwijs, godsdienst en ‘massamedia’ benoemen als plekken waar die heteronorm herhaald wordt.

De hetero-norm werd ook gekoppeld aan andere fenomenen zoals de slechte positie die vrouwen hebben op de arbeidsmarkt, dat men van vrouwen verwacht met een man te trouwen en kinderen te krijgen, en dat “voornamelijk vrouwen worden opgescheept met de onbetaalde huishoudelijke arbeid en de verzorging van de kinderen.” De heteronorm werkt dus ook genderongelijkheid en de onderdrukking van vrouwen in de hand. De heteronorm ging hand in hand met traditionele genderrollen. Het was duidelijk dat de rollen verschillend waren per geslacht. Wat dit laat zien, is dat de vele vormen van onderdrukking verbonden zijn met elkaar en mensen op meerdere manieren onder de duim gehouden werden.


Continuïteit van de strijd
De dingen waar we nu nog voor strijden zoals acceptatie van seksuele en genderdiversiteit, de zichtbaarheid van bi+ personen, het tegengaan van heteronormativiteit en onderdrukking in het algemeen zijn dus niet nieuw. Wat wel enigszins droevig stemt, is dat het lijkt alsof we relatief weinig stappen hebben gezet in de decennia na deze artikelen, met name in de Hindostaanse gemeenschap. Er is meer acceptatie en bewustzijn voor en over het bestaan van LHBTQIA+ personen in het algemeen, maar veel Hindostanen hebben nog steeds liever niet dat een van hun kinderen ‘het’ zouden zijn.

De vele malen dat LHBTQIA+ personen ter sprake kwamen in Ashanti toont aan dat we vandaag de dag op de schouders staan van zij die voor ons kwamen. Dat geldt voor de zwarte LHBTQIA+ personen en de LHBTQIA+ personen van kleur, en onze gemeenschap in het algemeen. Met oog op het verleden moeten we ons richten op de horizon, het stokje overnemen en verder rennen. Want wij zijn de voorouders van de toekomst.