Patrick Somai

Kan je jezelf voorstellen?
Mijn naam is Patrick Somai (hij/hem) en ik ben 47 jaar. Dertig jaar geleden ben ik uit de kast gekomen als homoman. Momenteel werk ik als docent op de Haagse Hogeschool bij de opleiding Voeding en Diëtetiek. Daarnaast werk ik nog parttime in de ouderenzorg, een andere liefde van mij, waar ik al dertig jaar actief ben.

Hoe ervaar je joy als Hindostaanse queer persoon in jouw leven?
Luisteren naar Baithak Gana muziek (opzwepende, traditionele Hindostaanse muziek) is echt mijn ding, en ook mijn manier van Hindostaanse joy ervaren. De muziek verbindt mij met mijn familie en met andere Hindostanen; een voorliefde die mij met de paplepel is ingegoten. Mijn ouders luisterden vroeger altijd naar AMOR FM, met als gevolg dat ik nu vaak zondagavond luister naar het radioprogramma ‘Baithak Gana Hungama’. Toen ik zeven jaar was, heeft mijn phoewa (zus van vader) mij Baithak Gana leren dansen. Ik ben opgegroeid in een hele grote familie. Mijn ouders waren de eerste in de familie die naar Nederland emigreerden, daarna volgde de rest. Mijn ouders hebben veel van hen bij ons thuis opgevangen. We hadden vaak familiefeesten thuis en natuurlijk werd er Baithak Gana gedraaid en gedanst. 

Baithak Gana is uitbundig, zowel de muziek als de dans. Het is sierlijk en overstijgend. In Baithak Gana kan je onvoorwaardelijk jezelf zijn; het maakt niet uit wie je bent, iedereen danst met z’n heupen: mannen, vrouwen, queers en niet-queers. Het is een universele dans, dat is het mooie ervan. Je mag op het ritme van de muziek met alles schudden en bewegen, het is als het ware bevrijdend.

Wat zijn de belangrijkste bronnen van vreugde in jouw leven als Hindostaanse queer persoon?
Als ik denk aan bronnen van vreugde dan gaat het bij mij voornamelijk over rituelen: uitvaarten en bruiloften. Om met de uitvaarten te beginnen: het gaat over intimiteit en het samen delen. Met bruiloften is het de pracht en de praal van de kleding en de essentie in de maroh, dat zijn rituelen die mij aantrekken. Wij hebben allemaal onze rituelen en ik bekijk de mens graag door een lens van rituelen en gedrag. Het lijkt erop dat de rituelen in de queer community steeds uitgebreider worden en we steeds meer subgroepen hebben. 


Een andere bron van vreugde is mijn eigen onderzoek naar traditionele Hindostaanse kleding; daar haal ik mijn joy vandaan. Ik heb nu een unisex kledingstuk ontwikkeld gebaseerd op het wikkelen van de sari met elementen van de dhoti. 

Hoe heb je uitdagingen gerelateerd aan je identiteit overwonnen en hoe heeft dat bijgedragen aan jouw gevoel van vreugde?

Ik heb veel tijd nodig gehad om dingen te verwerken en in te zien. Zo kwam ik erachter dat ik bepaalde gedragspatronen heb ontwikkeld, met name in relatie tot andere mannen. Daar inzicht en grip op krijgen is voor mij wel een persoonlijke overwinning geweest. Ik ben de laatste jaren vrijer geworden en ook in rustiger vaarwater gekomen. Onlangs stelde ik mijzelf de vraag: hoe kan het dat ik decennia lang zo weinig interactie had met andere mannen? Die verandering maakt het voor mij nu, zowel op fysiek als intiem en relationeel niveau, tot een overwinning.

Wat zou je anderen in de Hindostaanse en queer gemeenschap aanraden over het vinden van vervulling in hun leven?
Het allerbelangrijkst is om geluk bij jezelf te vinden — en ik zou werken aan authenticiteit eraan willen toevoegen. Dat betekent congruent zijn in het denken en doen wat je voelt en zegt. Ook zou ik willen aanvullen om verbinding te zoeken; verbinding zoeken met anderen is net zo belangrijk als authenticiteit zoeken bij jezelf. Ik zou adviseren om het contact met andere Hindostaanse queer mensen aan te gaan, uit je eigen comfortzone treden en risico’s durven nemen. 

Hoe draagt de gemeenschap bij aan jouw gevoel van vreugde en acceptatie van je Hindostaanse en queer identiteit?
Jullie stichting creëert meer zichtbaarheid, dat brengt mij veel plezier. Ik vind het jammer dat ik nooit andere Hindostaanse queer mensen gezien heb, zeker in de tijd dat ik nog in de kast zat en mijn coming out beleefde als begin twintiger. Ik heb ze toen te weinig gezien en nog steeds zijn ze te weinig zichtbaar. Zichtbaarheid is een lastig thema, want niet alle queers willen of durven zichtbaar te zijn. Ik denk dan: zonder zichtbaarheid, geen progressie. Vrijheid is tegelijkertijd ook onzichtbaar mogen zijn. Het zijn lastige discussies die je soms aangaat, niet altijd gelukkig. 


Wat is jouw binding met Den Haag?

Ik ben geboren en getogen Hagenaar en woon en werk in Den Haag. Mijn mensen zitten hier; ik ben redelijk plaats gebonden. Ik ben nu pas echt mijn carrière aan het opbouwen en wil gebruik maken van alle mogelijkheden die Nederland biedt. 

Interview afgenomen door Wedica Premchand

Gepubliceerd door