Cheyenne Smaal


Kan je jezelf voorstellen?
Mijn naam is Cheyenne Smaal en ik ben 39 jaar, dit jaar wordt ik 40.  In het dagelijks leven werk ik als HR-manager bij een waterbedrijf. Ik geef samen met mijn collega leiding aan tachtig mensen binnen de organisatie. En dat allemaal dankzij mijn levenservaring en daar heb ik een hoop van! Ik ben van heel ver gekomen: mishandeling, armoede, misbruik, verslaving, zelfdoding en verwaarlozing heb ik allemaal van dichtbij gezien of meegemaakt in mijn leven.
Naast mijn werk als HR-manager ben ik spreker en inspirator, ik kom op voor de mensheid. Momenteel ben ik bezig om mijn eigen bedrijf op te zetten. Ik wil mensen gaan begeleiden in verandertrajecten. Ik ben namelijk een ervaringsdeskundige en inmiddels ook een expert op het gebied van verandering.

Wie zijn de belangrijkste mensen in jouw leven?
Dat zijn de mensen in mijn inner circle: mijn ouders, zusjes en neefjes, maar ook mijn familiesysteem en mijn afkomst. We moeten niet vergeten waar we wij vandaan komen. Familiesysteem beslaat de mensen die zeven generaties voor ons zijn geweest. De voorouders die heel hard hebben moeten vechten voor onze vrijheid, zodat wij vandaag de dag kunnen zijn wie we zijn en in vrijheid kunnen leven. Verder heb ik een aantal vrienden, die heel belangrijk voor mij zijn. Wanneer je je trauma’s aangaat, leert om te communiceren met jezelf en daadwerkelijk van jezelf kan houden, dan gebeurt er iets magisch: dan ga je mensen tegen komen die van jou als persoon houden, omdat jij bent wie jij bent. En dat zullen mensen zijn die passen bij jouw ‘purpose’ in het leven. Dat is je ‘tribe’.  


Wanneer wist je dat je bestemd was als vrouw?
Toen ik ongeveer 3 of 4 jaar was wist ik het, heel onbewust. Ik ben opgegroeid in Saramacca, een district in Suriname. De kleine kinderen in de familie werden allemaal samen gebaad met regenwater in een grote teil. Tijdens het baden zag ik dat het lichaam van mijn zusje anders was dan dat van mij. Ik begreep niet waarom, want voor mijn gevoel waren we hetzelfde. Ik vroeg mij ook af waarom ik niet op mijn tantes leek, ze hadden hun haar zo mooi en droegen make-up. Ik kon het op die leeftijd niet benoemen voor mezelf, maar ik voelde het wel. Ik voelde ook dat ik er geen uiting aan kon geven, omdat de scheiding tussen man en vrouw binnen de Hindostaanse cultuur heel binair is: een man is een man en een vrouw is een vrouw, er bestaat niks er tussen in. Ik wist dat als ik aandacht zou vragen voor de vrouwelijkheid in mij, dat ik het dan niet zou overleven. Op heel jonge leeftijd had ik al een soort overlevingsmechanisme ontwikkeld om mij aan te passen. Ik had wel een uitlaatklep, namelijk de baithak gana. Een opzwepende Hindostaanse muziekstijl, waar zowel mannen als vrouwen heel sierlijk op dansen. Ik kon in de baithak gana uiting geven aan al mijn vrouwelijkheid.

Hoe oud was je toen je het aan je omgeving vertelde?
Dat is meer dan 20 jaar geleden, ik denk dat ik ongeveer 17 of 18 jaar was. Het was een hele moeilijke tijd. Ik kwam uit Suriname naar Nederland en kon mijn plek niet vinden. Op een gegeven moment heb ik op mijn twintigste een poging gedaan tot zelfdoding. Ik zat in mijn woonkamer en dacht: ‘ik ben klaar met deze ellende. Ik voel alleen maar pijn en ik wil niet meer’. Op dat moment stond de televisie aan en zag ik een aflevering van de Oprah Winfrey show, waarin een gekleurde trans persoon te gast was. Dat was een sleutelmoment in mijn leven. Na het zien van de aflevering dacht ik: ‘ik heb een plek op deze wereld. Ik hoef niet dood en ik ben niet ziek. Er bestaan mensen zoals ik, ik ben niet de enige. Ik kan ervoor kiezen om te leven of ik kan ervoor kiezen om dood te gaan’. En die dag koos ik er bewust voor om te leven. Daarna ben ik ook uit de kast gekomen door aan mijn omgeving te vertellen: ‘ik ben vrouw’.


Hoe reageerde jouw familie op je coming out?
Mijn moeder had in het begin ontzettend veel moeite om mij te accepteren. Ik snap achteraf dat het voor haar heel moeilijk is geweest. Ik ben haar eerstgeboren zoon en als Hindostaanse moeder ben je trots op je eerstgeboren zoon. Zij moest niet alleen haar droom, maar ook haar zoon begraven. Ze moest rouwen en over een hele grote schaamte heen stappen. Ik wist al twintig jaar dat ik vrouw ben, maar mijn moeders proces van rouw en acceptatie begon pas op het moment dat ik het aan haar vertelde. Mijn drie zussen hebben mij altijd geaccepteerd, ook al snapten ze het niet altijd. Mijn vader heeft er nooit een woord over gezegd, ik weet niet waarom. Zijn stilte vond ik misschien nog wel het pijnlijkst.

Mijn omgeving heb ik altijd betrokken in mijn proces en ik ben altijd zacht geweest. Maar het was verdomd moeilijk en eenzaam. Ik weet niet hoe ik het gehele transitie traject met alle onderzoeken en gesprekken in mijn eentje heb gedaan, maar ik wist wat ik wilde. Mijn familie accepteert mij nu helemaal voor wie ik ben. Vorig jaar ben ik volledig in transitie gegaan en heb ik een geslachtsoperatie ondergaan. Ik begon vlogs te maken over mijn transitie proces. Mijn vader heeft ze bekeken en tegen een van mijn zussen gezegd: ‘oh dus zo heeft Cheyenne zich gevoeld!’ Hij kon door de vlogs snappen hoe mijn interne wereld heeft gewerkt. Mijn moeder en zussen hebben mij verzorgd na mijn operatie. Ook mijn vader droeg zijn steentje bij door boodschappen voor mij te doen.  En nu: ik heb super goede band met mijn moeder, zussen en vader.

Vorig jaar ben ik ook na lange tijd terug gegaan naar Suriname. Ik heb al mijn familieleden ontmoet en werd met open armen ontvangen.

Mijn kind-verlangen is om op z’n Hindostaans te trouwen. Met henna op mijn handen en een baraat (bruidstoet van de bruidegom). Drie dagen feest en het liefst wil ik dat mijn moeder en mijn vader mij weg geven aan de man die ooit voor mij bestemd is. Dat zou fantastisch zijn.

Hoe heeft jouw queer identiteit jouw leven gevormd?
Niet echt. Ik heb alleen maar straight-vrienden. Ze houden van mij en mijn trans identiteit heeft nooit iets uitgemaakt. Ze zien mij als vrouw en niet anders. Ik geef mezelf geen label als transgender, want als je jezelf een label geeft ga je ernaar leven. Je gaat leven naar het slachtofferschap en houdt daarmee de identiteit van slachtoffer in stand. Daarmee hou je ook een probleem in stand. En wij LHBTI’ers moeten niet onderdeel van een probleem worden, wij moeten de oplossing zijn. Dat betekend dat wij zeggen: ‘luister, ik ga niet met jou vechten, ik ga geen strijd aan. Ik transcendeer mij als mens en wij gaan elkaar als mens helpen’.



Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindostaanse queer mensen t.o.v. queer mensen met een andere etnische achtergrond?
De man-vrouw verdeling, het hooghouden van een bepaald ideaal en de schaamtecultuur. Vanuit die schaamte zie je heel veel compensatiegedrag. En ook heel veel zelfdoding, omdat je jezelf niet kan zijn. Dat zijn de belangrijkste problemen die ik zie.

Welke overeenkomsten zie jij tussen queer Hindostanen en queer mensen van andere etnische achtergronden?
We zoeken allemaal iemand om verhalen mee te delen en iemand om bij thuis te komen. We willen allemaal emotionele veiligheid voelen. We zoeken rolmodellen en voorbeelden die ons kunnen helpen. En wij zoeken het om gehoord en gezien te worden. We willen allemaal bestaan.

Waar heb je als Hindostaanse queer behoefte aan?
Dansen, elkaar vieren en onze cultuur vieren. Wat ik zoek als Hindostaanse LHTBI’er is dat wij elkaar omarmen en dat we elkaar helpen. Ik zeg tegen iedereen: ‘don’t go and work harder, but play smarter and be smarter’. Dat betekend dat onze generatie ook slimmer moet zijn. Tegenwoordig hebben wij sociale media en scholing. We moeten onze talenten met elkaar delen, elkaar helpen en met elkaar verbinden. Op deze manier kunnen we elkaar upliften.

Welk advies zou je de jongere versie van Cheyenne geven ?
Hou van jezelf en de wereld is daar. Je gaat mensen tegen komen die bij je passen, maar pas eerst bij jezelf, omarm jezelf en accepteer jezelf. Hou vol en weet dat je gemaakt bent voor iets groters. Weet dat het lijden dat je ervaart nodig is om te ontwaken. Je gaat heel veel betekenen voor heel veel mensen. Je gaat houden van mensen en zij gaan van jou houden. Dus hou alsjeblieft van jezelf en hou vol.


Er zijn mensen die ervoor kiezen om nooit uiting te geven aan zichzelf in welke vorm dan ook. Wat zou je tegen deze mensen willen zeggen?
Dan zeg ik tegen deze mensen: je mag jezelf koesteren van binnen. Want je binnenwereld doet ertoe. Doe het in kleine stappen en vind altijd iemand waarmee je het kan delen. Door je verhaal te delen groei je en krijg je bestaansrecht. En als je het niet kan delen, ga dan alsjeblieft schrijven. Ook dan krijgt jouw leven bestaansrecht en komt er een moment in je leven dat je er wel open over kan zijn. Er is iets heel krachtigs aan schrijven of aan delen met iemand: dan erken je het en krijgt het ruimte om te bestaan.

Heb je nog aanvullingen of dingen die je zou willen zeggen?
Het duurde even voordat ik antwoord gaf of ik mee wilde werken aan dit interview. Ik stel mezelf altijd de vraag of het mijn ‘purpose’ dient. Ik wil niet alleen iets betekenen voor de trans gemeenschap, maar ook voor de Hindostaanse gemeenschap. Wij hebben ook iets te helen in de oudheid, in de nieuwigheid en in de tijd die nu is aangebroken. Wat mij persoonlijk raakt is dat de Hindoestaanse gemeenschap nog steeds de hoogste cijfers heeft qua zelfdoding, nog steeds! En onder de LHBTI’ers nog groter. Dat raakt mij enorm. En ik denk: als we daar een verschil ik kunnen maken door zichtbaar te zijn, dan zou dat mooi zijn.

Rocher Koendjbiharie

Kan je jezelf voorstellen?

Mijn naam is Rocher Koendjbiharie en ik ben 28 jaar oud. Binnenkort word ik alweer 29, en het voelt gek aan om een heel levensjaar te hebben doorgebracht in een pandemie.

In het dagelijks leven ben ik hoofdredacteur van Expreszo.nl. Daarnaast doe ik ook nog wat losse klussen erbij. In mijn werk probeer ik maatschappijkritisch te zijn en met mensen in gesprek te gaan over nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Hiermee wil ik een constant geluid zijn voor en door gemarginaliseerde groepen. Kort omschreven zou ik zeggen dat ik een schrijvende activist ben.

De belangrijkste mensen in mijn leven zijn, hoe cliché het ook klinkt, mijn vrienden en familie. Tijdens de pandemie ben ik wel wat hechter geworden met mijn familie omdat een flink aantal van ons besmet raakte met het coronavirus en we daar samen doorheen moesten komen. I


Kan je wat vertellen over je coming-out?

Vanaf mijn veertiende begon ik op te merken dat ik niet op de gebruikelijke manier naar jongens en naar meisjes keek; ik had meer aandacht voor jongens dan voor meisjes.

Als ik erop terugkijk, heb ik twee coming outs gehad. Tijdens de eerste, toen ik een jaar of 15 à 16 was, heb ik als eerst aan een vriendin verteld dat ik dacht dat ik biseksueel was. Diep van binnen wist ik dat ik dat niet was, maar ik koos er toch voor om als biseksueel uit de kast te komen. Ik dacht toen namelijk dat het misschien minder raar zou zijn als ik als jongen op meisjes én jongens zou vallen, en toch voor een deel voldeed aan de heteronormatieve samenleving. Vandaag de dag weet ik dat die gedachtegang bijdraagt aan de uitwissing van bi+ mensen en zou ik het ook zeker anders aanpakken. Bi+ mensen zijn namelijk een essentieel onderdeel van onze gemeenschap en mogen niet vergeten of uitgewist worden.

Mijn tweede coming out, en mijn echte coming out, was toen ik 17 was. Ik vertelde mensen dat ik alleen op mannen val en dus homoseksueel ben. En mensen reageerden nog aardig soepel. Misschien omdat ze al van mij wisten dat ik niet-hetero ben dat het daardoor soepeler werd opgevangen.


Hoe reageerde jouw familie op je coming-out?

Ze moesten erg wennen aan het idee en waren minder open dat ik had gehoopt. Nu kan ik dat veel beter plaatsen; heteronormativiteit zit in iedereen. Daarnaast is het natuurlijk ook zo dat ikzelf zestien jaar de tijd had om mezelf te ontdekken en dit uit te vogelen. Ik kan dan niet verwachten dat mijn familie meteen open en accepterend is met oog op de toch wat conservatieve hoek waar ze uitkomen. Maar over de jaren heen zijn ze heel accepterend geworden en zelfs bondgenoten van de gemeenschap. Zo bezocht mijn vader enkele jaren terug de Pride-optocht in Paramaribo toen hij in Suriname was.

Mijn vader heeft het pas twee jaar later aan mijn adjie (oma van vaders kant) verteld. De rest van de familie wist het allemaal wel, maar mijn vader wilde nog even wachten om mijn adjie te vertellen over mijn seksualiteit. Misschien was hij bang dat het niet goed zou vallen. Ze vroeg mij weleens waarom ik geen vriendin had, terwijl ze eigenlijk niet wist dat dat nooit ging gebeuren. Ik heb toen met mijn vader een gesprek gehad dat het niet helemaal eerlijk was tegenover haar. Toen mijn vader het aan haar vertelde, moest ze eerst wel een beetje huilen. Geen idee waarom eigenlijk.

Uiteindelijk heeft ze het redelijk goed opgepakt, mede dankzij het homoseksuele personage Lukas uit de Nederlandse soapserie Goede Tijden Slechte Tijden. Mijn adjie hield, net als de meeste Hindoestaanse oma’s, van soapseries kijken, zoals GTST, Onderweg naar Morgen en The Bold en the Beautiful. Door Lukas had mijn adjie een aanknopingspunt en in de jaren daarna kon ze het makkelijker plaatsen. Representatie is daarom zo belangrijk en kan dus echt het verschil maken.

Mijn adjie durfde alleen het woord ‘homo’ niet uit te spreken. Misschien dat ze dacht dat het een scheldwoord was, of misschien dat het kwam door de zwijgcultuur. In het boek Drakendochter heeft de auteur Clarice Gargard het over het zwijgisme. Dat is iets wat ook erg heerst in de Hindoestaanse cultuur. Professor Chan Choennie heeft veel onderzoek gedaan naar de Surinaamse contractarbeiders uit India. In zijn onderzoek ontdekte hij dat veel verhalen over de Hindostaanse geschiedenis verloren waren gegaan, omdat het vroeger respectloos was om als jonger persoon vragen te stellen aan iemand van een oudere generatie. Dat was iets wat je in de Hindostaanse cultuur niet deed. Door zwijgisme binnen de Hindostaanse gemeenschap zijn veel verhalen over de geschiedenis van Hindostanen verloren gegaan.

In het verlengde daarvan denk ik dat sommige migrantengroepen soms wat conservatiever zijn. Iets wat ik overigens niet onlogisch vind. Zij nemen de cultuur mee uit die tijd dat ze vertrokken uit het land van herkomst. Vervolgens gaan ze naar een ander land toe en blijven wat betreft hun cultuur bevroren in de tijd, terwijl de cultuur in het land van herkomst zich verder ontwikkeld en met de tijd mee gaat. Zo zie je dat Hindostanen in Suriname soms moderner zijn dan Hindostanen in Nederland. Je ziet het ook bij mensen uit India, dat hun cultuur zich anders is gaan ontwikkelen dan bijvoorbeeld de bevolkingsgroep die de Hindostanen werden.


Hoe heeft jouw queer identiteit jouw leven gevormd?

De eerste twintig jaar van mijn leven heb ik in het oosten van Nederland gewoond. Ik heb vooral op witte scholen gezeten wat een invloed had op mijn ontwikkeling als iemand van kleur: die ontwikkeling was er namelijk gewoon niet. Hierdoor ontwikkel je minder je identiteit van kleur. De eerste marginalisatie die ik dus daadwerkelijk voelde op school maar ook in de samenleving, is mijn queer identiteit. Daar heb ik me dus ook het meest in kunnen ‘ontwikkelen’.

Een klein – maar eigenlijk niet zo klein – feitje over mij, is dat ik altijd al opstandig ben geweest. Ook heb ik altijd een sterk rechtvaardigheidsgevoel gehad. Toen ik bijvoorbeeld ontdekte dat ik queer ben, ben ik mij gaan uitspreken tegen queer marginalisatie en ben ik op gaan komen voor LHBTI-rechten. Mijn queer identiteit is een sneeuwbaleffect geweest voor mijn gehele identiteitsontwikkeling en voor mijn werkzaamheden als activist. Vanuit queer rechten kwam ik op intersectionaliteit en door intersectionaliteit leerde ik dat alle soorten marginalisatie met elkaar verbonden zijn. Daarom probeer ik mij uit te spreken tegen allerlei soorten onderdrukkingen.


Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindostaanse queer mensen t.o.v. queer mensen met een andere etnische achtergrond?

Ik denk een bepaalde vorm van patriotisme (vaderlandsliefde). De Hindostaanse cultuur en identiteit zijn ontstaan in Suriname. Indiase mensen van allerlei verschillende kastes en achtergronden werden op de boot van India naar Suriname samengevoegd. Het was een culturele reset, waaruit een nieuwe bevolkingsgroep is ontstaan. Hindostanen in Nederland zijn daarnaast de ‘twice migrant group’. Zij hebben bloedlijnen die in een relatief korte tijd, om en nabij een eeuw, twee keer zijn gemigreerd. Dat doet wel iets met identiteitsvorming en ik denk dat dat kan leiden tot een bepaalde vorm van patriotisme. Hierdoor ontstaat er een soms wat krampachtige houding met liefde naar de eigen cultuur. Ik merk het bij Hindostanen, maar ook bij Hindostaanse queers: er is een heel onbewust geïnternaliseerd patriotisme aanwezig. Ik begrijp waar het vandaan komt: ook als Hindostaanse queer heb je een Hindostaanse opvoeding gehad, waar dat patriotisme in verweven zit.

Doordat de focus binnen de Hindostaanse gemeenschap wordt gelegd op het behouden van een bepaald idealistisch beeld, val je als queer persoon heel erg buiten de boot. De afkeuring van alles wat niet mainstream Hindostaans is, is iets wat voor extra stress kan zorgen bij Hindostaanse queer personen. Zeker in combinatie met de schaamtecultuur rondom seksualiteit en geïnternaliseerde koloniale denkbeelden kan het voor Hindostaanse queers heel stressvol zijn om uit de kast te komen. Queer zijn wijkt af van het gemiddelde en van het idealistisch beeld dat Hindostanen over zichzelf hebben.

Dat vasthouden aan dat patriotisme merk ik ook persoonlijk. Mijn moeder is wit-Nederlands en mijn vader is Hindostaans. Soms heb ik het gevoel dat Hindostanen scheef naar mij kijken, omdat ik niet compleet Hindostaans ben. Zo ben ik op facebook bijvoorbeeld weleens online communities tegen gekomen waar Hindostaanse mensen met elkaar in discussie gaan over het feit dat Hindostanen niet moeten mixen met andere etniciteiten en dat Hindostaans bloed behouden moet worden. Vanuit een geschiedkundig perspectief kan ik begrijpen waar dit vandaan komt, maar op persoonlijk vlak vind ik het op momenten pijnlijk.

Mijn lichtere huidskleur leidt tot bepaalde privileges, daar ben ik me van bewust. Colorisme is real en het is lelijk. Mijn marginalisaties zijn niet zo erg als die van Hindostanen met een donkerdere huidskleur dan ik, of zwarte personen en personen van kleur met een donkerdere huidskleur. Maar ik vind het soms wel lastig navigeren, want op momenten voelt het alsof mijn pijn er niet toe doet. Daarentegen wil ik mijn eigen ervaring niet boven de ervaring van een ander heen walsen.

Mijn verbinding met de Hindostaanse identiteit is niet zo aanwezig. Zo op het gezicht is niet te zien dat ik Hindostaans ben, maar ook hoe de Hindostaanse gemeenschap mij laat voelen, voel ik me weggeduwd door de jaren heen. Daarom omschrijf ik mezelf ook niet als een queer Hindostaans persoon. Wat betreft mijn huidskleur, omschrijf ik mezelf op een algemene manier als iemand van kleur. Ik denk ook niet dat ik de enige ben met deze ervaringen, en dat is ook de reden dat ik dit interview met Hindostaans & Queer wilde doen.


Welke overeenkomsten zie jij tussen queer Hindostanen en queer mensen van andere etnische achtergronden?

De intersectionaliteit die er zit in onze onderdrukking, dus enerzijds de queer onderdrukking en anderzijds de onderdrukking op basis van racisme. Verder zie ik ook een overeenkomst in de broederschap die we hebben, omdat we allemaal vallen onder de noemer ‘mensen van kleur’.

Waar heb je als Hindostaanse queer behoefte aan?

Meer openheid. Ik heb eerder in dit interview al verteld hoe ik kijk naar zaken binnen de Hindostaanse gemeenschap. Ik denk dat meer openheid binnen de gemeenschap goed zou zijn om meer te kunnen verbinden. Er is natuurlijk niet één soort Hindostaan, dus er is ook niet één soort Hindostaanse queer. Maar ik denk dat meer openheid kan zorgen voor meer solidariteit. Tegenwoordig spreken we over allyship oftewel bondgenootschap. Ik denk dat allyship best wel transactioneel is, het is iets dat je wordt. Je wordt een goede ally, terwijl solidariteit een humaniteitsprincipe is. En ik denk dat we met solidariteit meer kunnen bereiken, dan met een vernieuwd westers individualistisch concept van allyship. Dus gewoon vanuit het feit dat we allemaal mensen zijn.

Solidariteit is iets dat we missen als ik kijk naar de grotere strijd. Op het moment dat we openheid hebben binnen de Hindostaanse queer gemeenschap, dan krijgen we naast een open gemeenschap ook een hele intersectionele gemeenschap. Queer is natuurlijk een breed begrip, er bestaat niet één soort Hindostaanse queer. Om een voorbeeld te noemen: stel je voor dat we een Surinaams trans persoon hebben die half Hindostaans en half Chinees is. Op het moment dat we open zijn als gemeenschap, moeten we meervoudige solidariteit tonen. Ten eerste naar de trans gemeenschap, ten tweede naar de Hindostaanse gemeenschap en ten derde naar de Chinese gemeenschap. Deze persoon belichaamt namelijk al deze identiteiten. In dat opzicht is alles met elkaar verbonden.

Ik denk dat we met openheid, erkenning en solidariteit in de Hindostaanse queer gemeenschap op hele verre plekken kunnen komen. Want dan hebben we een brug van solidariteit en een united front.


Welk advies zou je de jongere versie van Rocher geven

Alle moeilijkheden die ik heb ervaren, hebben mij vandaag de dag gemaakt wie ik ben en daar zou ik niks aan willen veranderen. Als ik dan toch een boodschap zou moeten geven, dan zou het zijn: je bent zoveel sterker dan je denkt of moed is niet de afwezigheid van angst, maar de beslissing dat iets anders belangrijker is dan die angst.


Sommige mensen kiezen ervoor om nooit uit de kast te komen. Wat zou je tegen deze mensen willen zeggen?

Als het met veiligheid te maken heeft, dan hoop ik vooral dat je je ooit op een plek gaat bevinden om je authentieke zelf te zijn en dat je je niet beperkt voelt door anderen. Als het niet een opgelegde druk is, maar een persoonlijke keuze is, dan is dat ook helemaal prima.

Uit de kast komen is een vrij westers concept gericht op het individu. In dit concept wordt er geen rekening gehouden met niet-westerse culturen, waarin collectiviteit of familiaire banden heel erg zwaar wegen. Niet iedereen kan uit de kast komen. Voel je niet onder druk gezet, want wie je bent is oké en jouw queer-zijn is precies dat: van jou. Niemand kan je opleggen hoe je met je queer-zijn kan omgaan en waar je wel of niet uit de kast kan komen.


Lionel Jokhoe

Kan je jezelf voorstellen?
Mijn naam is Lionel Jokhoe. Ik ben 69  jaar en gepensioneerd. Ik heb 38 jaar bij Parnassia gewerkt, wat vroeger RIAGG heette. Later heb ik daarnaast mijn eigen praktijk gehad als psychotherapeut. De belangrijkste mensen in mijn leven zijn mijn partner Bert met wie ik 44 jaar samen leef, mijn broer, zussen en mijn moeder. Dat zijn de mensen waar ik mij direct mee verbonden voel. Mijn vader is helaas al overleden. Ik ben in Europa een van de eerste mensen die met zwarte homo’s aan de slag is gegaan.

Wanneer wist je van jezelf dat je queer bent?
Toen ik een jaar of 12/13 was voelde ik een hele heftige verliefdheid voor een jongen, met wie ik toentertijd in de padvinderij in Suriname zat. De verliefdheid was serieus, maar ook iets waar ik geen uiting aan kon geven. Verliefdheid tussen een jongen en meisje wordt als iets vanzelfsprekends gezien, maar verliefdheid tussen mensen van hetzelfde geslacht was in de jaren ’70 totaal niet geaccepteerd. Die ongelijkheid heeft een hoop verzet in mij naar boven gebracht en een gevoel van onrechtvaardigheid, omdat de verliefdheid iets was waar ik niets aan kon doen.

In hoeverre ben je uit de kast?
In principe ben ik volledig uit de kast. Soms kies ik er wel voor om mijn geaardheid voor mij te houden, ondanks dat ik nu zoveel jaren verder ben. Soms voel ik een soort ongemak tijdens nieuwe ontmoetingen, waarbij ik onbewust denkt: hoe zullen deze mensen reageren als ze weten dat ik homo ben? Ik vergelijk het met het zwart-bewustzijn: als je als een donker persoon op straat loopt, dan heb je regelmatig het gevoel dat er toch op een andere manier naar je wordt gekeken. Mijn geaardheid is dan wel niet zichtbaar, maar toch is het een vergelijkbaar gevoel. Een gevoel dat ik niet helemaal mezelf kan zijn. Als je als LHBTI’er in contact komt met nieuwe mensen, dan zet je automatisch je radar aan en ben je aan het aftasten hoe men op dit stukje van je zal reageren. Dus dat is niet iets wat over is gegaan bij mij en ik ben bang dat dat ook niet over zal gaan. Vandaag de dag is homoseksualiteit namelijk nog steeds een taboe, wel minder dan destijds in Suriname, maar over de hele wereld is het iets dat nog niet vanzelfsprekend is.


Hoe oud was je toen je uit de kast kwam en hoe reageerde jouw familie daarop?
Mijn zelfacceptatie is in het najaar van 1971 geweest, ik was net 20 geworden. Ik worstelde toen vreselijk met het feit dat ik mij zo anders voelde. Ik was al bij het COC geweest en had daar gezellige feestjes meegemaakt. Ik werd heen en weer geslingerd tussen het openlijke homoseksuele leven dat ik hier in Nederland had ervaren en datgene wat ik achter had gelaten in Suriname. Ook worstelde ik met het gevoel dat homo-zijn en Hindoestaan-zijn niet samen gingen. Dat heeft een innerlijk gevecht in mij teweeg gebracht, waarvan ik niet meer het exacte moment weet, maar wel weet dat het ergens in september of oktober 1971 was. Ik ben toen naar het raam op mijn zolderkamer gelopen. Terwijl ik daar stond dacht ik: ‘als ik nou naar beneden spring, dan ben ik van alles af en hoeft niemand zich verder druk te maken over mij’. Ik hoorde de tram in de verte klingelen en ik zag mensen beneden op straat lopen. Ik herinner mij de mooie herfstzon die die dag scheen. Ik stond daar en dacht ineens: ‘wat voor raar idee is dit nou?! Ik laat dit niet met mij gebeuren!!! Als ik naar beneden spring is iedereen mij morgen vergeten en gaat het leven gewoon door!’ Dat was het moment dat ik voor mezelf besloot: ik ga voor mezelf leven en ik ga leven zoals ík dat wil.

Ik was 22 toen ik het aan mijn ouders vertelde. Zij zouden uit Suriname op vakantie naar Nederland komen. Intussen woonde ik al twee of drie jaar in Nederland. Mijn broer en mijn zus woonden ook in Nederland. Aan hen had ik het al verteld, want ik had toentertijd een vriendje, en zij vonden het geen enkel probleem. De tweede dag na de aankomst van mijn ouders in Nederland, zouden we met het hele gezin gaan kaarten. Die avond zei ik op een gegeven moment tegen iedereen: ‘nu even de kaarten weg, ik wil jullie wat vertellen. De jongen met wie ik ben is mijn vriend, maar niet zomaar een vriend. Ik ben homo en ik val op mannen’. Mijn ouders waren met stomheid geslagen, want ze hadden het nooit verwacht of gedacht. Mijn ouders waren even van slag, maar trokken die avond wel snel bij. Mijn moeder keek op een gegeven moment mijn toenmalige vriend aan en zei: ‘ok, jij bent dus mijn schoondochter?’ Dat was haar eerste reactie. Dat was mijn officiële coming out bij mijn ouders. 

Je bent al sinds de jaren ‘80 actief bezig met emancipatiewerk voor Surinaamse homo’s. Wat heb je allemaal gedaan en waar was of ben je allemaal bij betrokken?
In 1980 studeerde ik af aan de sociale academie. Voor mijn scriptie heb ik onderzoek gedaan naar Surinaamse homo’s in Nederland. De titel van mijn scriptie was: ‘Homofielen uit Suriname. Een vergeten groep in de Nederlandse samenleving?’. Ik voelde als Surinaamse homo een soort dubbele discriminatie, vanuit zowel de Nederlanders als de Surinamers en ik was op zoek naar een oplossing daarvoor. Naar aanleiding van mijn scriptie werd ik gevraagd voor het Surinaams NOS radioprogramma Zorg&Hoop, waarin ik het aanbod kreeg om een bijeenkomst te organiseren voor Surinaamse homo’s. SUHO, wat staat voor Surinaamse Homo’s, is toen opgericht. Een jaar later werd in Suriname de WSH (Werkgroep Surinaamse Homo’s) opgericht. Wij hielden ons bezig met belangenbehartiging, opvang en het geven van voorlichting en trainingen . Verder gaven we een tijdschrift uit en hebben een film gemaakt: Mati Sma. Daarna heb ik via mijn werk bij het RIAGG ook in het werkveld gezeten. Ik was daar hiv- en aidshulpverlener. Ook ben ik een tijdje migrantenhulpverlener geweest. Namens de SUHO heb ik vorig jaar, in 2019 tijdens het Kwakufestival, de Mikel Haman Award in ontvangst mogen nemen.

Kan je wat vertellen over hoe het in de jaren ‘80 was als Surinaams-Hindostaanse homo in NL?
Het was niet veel anders dan hoe het in Suriname was. Het Hindostaans-zijn is verweven met het geloof, of het nou hindoe, moslim of christen is. Van daaruit ervaar ik veel afwijzing over homoseksualiteit. Die afwijzende mentaliteit was vanuit Suriname meegekomen naar Nederland. Er werd geroepen: ‘het is een Hollandse ziekte en komt bij ons niet voor’. Ik was bij een Surinaamse stichting geweest voor informatie over Surinaamse homo’s en de meneer die achter de balie zat zei: ‘homoseksualiteit komt bij ons Surinamers niet voor’. Waarna ik tegen hem zei: ‘hoe komt het dan dat ik tegenover je sta?’ Het was een soort ontkenning van het bestaan van homoseksualiteit. Dat was iets waar ik de hele tijd tegen aan liep.
In Nederland was het uitgaansleven vooral uitgaan in de homodisco. In de jaren ’80 viel ik op met mijn Surinaams-Hindostaanse uiterlijk. Ik werd gezien als exotisch snoepje. Er was steeds wel veel belangstelling, maar het was vooral gericht op het uiterlijk en op het seksuele. Ik werd vooral leuk gevonden om mijn uiterlijk in plaats van om de persoon die ik was.

Wat is er vandaag de dag veranderd t.o.v. de jaren ’80?
De vrijheid die we nu hebben, was iets dat we ons niet konden voorstellen in de jaren ‘80 en daarvoor.  Er is best wel veel veranderd ten opzichte van die tijd. Er zijn nu veel mogelijkheden via internet en sociale media. Ontwikkelingen als vrouwenvoetbal en roze in blauw bij de politie vind ik heel mooi. Ik heb er het volste vertrouwen in dat deze ontwikkelingen door zullen en moeten gaan, maar het gaat niet vanzelf. We zijn er nog lang niet. Zolang het woord homo een scheldwoord is op scholen en voetbalvelden, dan zijn we er nog niet. LHBTI-emancipatie is niet voltooid zolang moeders en vaders schrikken van de vraag: ‘stel dat je kind homo of lesbisch is, wat dan?’

Kan je iets benoemen wat binnen de LHBTI-gemeenschap vandaag de dag nog hetzelfde is als in de jaren ‘80?
De onvoorwaardelijke acceptatie van mensen die anders zijn dan dat jij bent. Dat is niet veel veranderd. Toen de SUHO werd opgericht kregen we de mogelijkheid om bij het COC te vergaderen. De 3e keer dat we er kwamen werd er gevraagd: ‘wat doen die zwarte apen hier?’. Dat heeft er bij ons heel diep ingehakt. Wij waren binnen de Surinaamse gemeenschap nog bezig met het verbreken van taboes, daar was binnen de Nederlandse samenleving weinig begrip voor. We moeten niet afwachten, maar zelf het initiatief nemen om onze eigen dingen op onze eigen manier aan te pakken en vorm te geven. Van groot belang is de eigen Surinaamse LHBTI geschiedenis in Nederland en in Suriname in kaart te brengen en te koesteren!

SUHO vertegenwoordigers (Lionel Jokhoe helemaal links) bij de Surinaamse ambassade in Den Haag om een petitie aan te bieden aan de ambassadeur, ten aanzien van de wetgeving gelijke rechten in Suriname (1983)

Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindostaanse queer mensen t.o.v. queer mensen met een andere etnische achtergrond?
Er is weinig ruimte om breder te denken dan man en vrouw of jongen en meisje. De ongelijkheid daarin speelt nog steeds een grote rol. Als Hindostaan ben je altijd onderdeel van de grotere Hindostaanse gemeenschap. Er heerst een wij-gevoel met de nodige schaamtecultuur, dat blijft nog steeds een grote rol spelen in het jezelf mogen zijn. Ik zie wel veranderingen, namelijk dat mensen de ruimte nemen en krijgen om dat te doorbreken. 

Welke overeenkomsten zie jij tussen queer Hindostanen en queer mensen van andere etnische achtergronden?
Ik denk dat de Turken en Marokkanen vanuit het geloof tegen identieke zaken aan lopen als Hindostanen. In de Creoolse cultuur neemt men naar mijn idee veel meer ruimte om zichzelf te kunnen zijn. Het geloof lijkt minder belemmerend bij hen.

Waar heb je als Hindostaanse queer behoefte aan?
Ik heb behoorlijk wat afstand genomen van mijn Hindostaanse identiteit. Doordat ik heb gekozen om homo te zijn in Nederland, ben ik een stukje beroofd van mijn Surinaams – Hindostaanse identiteit. Dat maakt het voor mij lastig om weer een stap terug te doen, om te kijken wat ik mis. Ik voel mij nu heel gelukkig, zonder dat te moeten ophangen aan een stukje identiteit. Ik voel mij een wereldburger, ik ben wie ik ben BASTA!

Welk advies zou je de jongere versie van Lionel geven?
Dat hij zich vanuit zijn gevoel voor rechtvaardigheid en gelijkheid in zou moeten zetten om verandering voor elkaar te krijgen in de wereld. Als ik terug kijk zou ik hem ook een compliment willen geven, namelijk dat hij zich niet klein heeft laten krijgen. Hij had zich namelijk voorgenomen: ik ben wie ik ben en we hebben allemaal recht op een menswaardig leven en daar gaan we voor.

Sommige mensen kiezen ervoor om nooit uit de kast te komen. Wat zou je tegen deze mensen willen zeggen?
Als ze het gevoel hebben dat ze in de kast willen blijven, dan moeten ze dat doen. Iedereen moet zijn of haar eigen keuzes maken in het leven. Als je gelovig bent: laat het oordelen dan over aan de hogere machten. Wij mensen hoeven ons daar niet mee bezig te houden. Wij hoeven alleen respectvol en gelijkwaardig met elkaar om te gaan. Dat is naar mijn mening het grote goed dat we met elkaar zouden moeten nastreven.

Welk advies heb je voor de jongere generatie Hindostaanse LHBTI’ers?
Mijn advies is niet expliciet gericht aan Hindostaanse LHBTI’ers, maar meer aan jongeren in het algemeen. Zij zullen dat in hun oren moeten knopen vind ik: we zullen mensueel moeten opvoeden, dat betekent regenboog opvoeden. Dan bedoel ik: niet roze of blauw, maar regenboogkleuren. Een kind moet later zelf kunnen bepalen waar het op de regenboog een leven wil leiden. Bij een zwangerschap is er wel begeleiding voor de lichamelijke aspecten, maar niet voor de maatschappelijke en psychische aspect. Ik denk dat we daarin een stap moeten maken.

Ryan Ramharak

Fotograaf: Ton van der Weerden

Kan je jezelf voorstellen?
Mijn naam is Ryan Rafael Raj Ramharak. Ik ben 28 jaar oud en net getrouwd met mijn man David. We wonen samen in Den Haag. Ik ben non binair en queer. Mijn moeder is Nederlands en mijn vader Hindoestaans.

Wat doe je in het dagelijks leven?
Ik ben beleidsmedewerker voor de rijksoverheid in Den Haag en ik ben politiek actief.

Wat zijn je hobby’s?
Ik hou van films en docu’s en muziek. Ook hou ik van zwemmen en hou ik nog het meest van gezelligheid en samenkomen met leuke mensen.

Wie zijn de belangrijkste mensen in jouw leven?
Allereerst mijn man, David. Daarnaast ook mijn zus, nichtjes, broers en ouders. En sinds een poos dus ook mijn schoonfamilie. Naast deze familie zijn ook mijn vrienden een belangrijk deel van mijn leven.

Fotograaf: Ton van der Weerden


Wanneer wist je van jezelf dat je non binair bent en kan je ons wat meer vertellen over wat het inhoudt om een non binaire identiteit te hebben?
Ik kwam er heel geleidelijk eerst achter dat ik geen vrouw ben terwijl ik wel zo werd gezien en opgevoed. Omdat ik dacht dat er alleen mannen en vrouwen bestonden ging ik er van uit dat ik dan dus wel trans man zou zijn. Maar tijdens mijn transitie merkte ik dat het hokje man ook te klein is. Ik voel me dus geen vrouw en ook geen man. Ik zweef een beetje in de ruimte buiten de hokjes. Ik heb zowel vrouwelijke als mannelijke kanten/expressie.

Wat zijn de leuke dingen en wat zijn de dingen waar je tegen aan loopt?
De leuke dingen zijn de vrijheid die ik neem om me zo min mogelijk aan te trekken van de gendernormen die er in onze maatschappij zijn. Hoe ik me als man of als vrouw zou moeten gedragen. Ik probeer gewoon zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven. Het minder leuke is dat mensen het niet altijd leuk vinden dat je afwijkt van de norm.



Hoe oud was je toen je jouw identiteit kenbaar maakte in je omgeving en hoe reageerde ze erop?
Ik was 23 toen ik vertelde dat ik trans ben en heb in periodes verteld dat ik op vrouwen en later ook op mannen en anderen kan vallen. Mijn ouders vonden dat allemaal zeer lastig en moeilijk. Mijn siblings niet echt.

Hoe heeft jouw queer identiteit jouw leven gevormd?
Ik ben streng christelijk opgevoed maar heb me daar door mijn queer identiteit helemaal van los kunnen maken. Mijn anders zijn dan de norm geeft me ontzettend de ruimte om alles te onderzoeken en overal vraagtekens bij te zetten over waarom het moet zoals we vinden dat het moet als maatschappij.

Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindostaanse queer mensen (t.o.v. queer mensen met een andere niet westerse achtergrond)?
Het is heel verschillend in wat voor Hindostaans gezin je opgroeit en hoe cultureel traditioneel je familie is. Omdat ik Nederlands christelijk en deels Hindoestaans ben opgevoed vind ik het altijd lastig deze twee van elkaar te scheiden. Wat hoort nou waar bij? Maar de schaamte die je niet over je familie wil brengen is denk ik wel heel Hindoestaans. En de goedkeuring of afkeuring die oudere familieleden vinden te mogen geven over jouw leven

Zijn er zaken waar jij in de Hindoestaanse gemeenschap tegen aan loopt, met betrekking tot jouw queer identiteit?
De Hindostaanse familieleden waar ik het meest contact mee heb omarmen mij volledig. En dat is denk ik voor veel mensen een mind fuck. Mensen denken dan dat mijn Nederlandse familie vast accepterender zouden zijn dan mijn Hindoestaanse familie maar het is niet zo zwart wit. Het verschilt van persoon tot persoon.

Welke overeenkomsten zie jij tussen queer Hindoestanen en queer mensen van andere etnische achtergronden?
Als je verder terug gaat naar onze roots is er veel meer ruimte voor queer identiteiten. Omdat de Westerse wereld lang erg christelijk is geweest is het binaire en het heteronormatieve perspectief opgelegd. In heel veel niet westerse culturen was vroeger veel meer ruimte voor queer mensen. En daarbij zijn veel niet westere culturen familiegericht en is er niemand zo goed in eigen families oprichten als de queer community.

Waar heb je als Hindostaanse queer behoefte aan?
Meer inzichten in mijn roots en de queers van de hindoestaanse oudheid. En rituelen die we kunnen omzetten naar queer rituelen.

Welk advies zou je de jongere versie van Ryan geven?
Luister goed naar je eigen gevoel. Er is niemand die je beter kent dan jijzelf en niemand die beter weet wat je nodig hebt dan jij zelf!

Heb je nog aanvullingen of dingen die je zou willen zeggen?
Ga onze docu supporten en volg ons op social media @babaenpapa

Fotograaf: Mona van den Berg

Jason Janki

Wie ben je?
Mijn naam is Jason, ik ben 27 jaar oud en woon in Rotterdam. In het dagelijks leven werk ik fulltime als administratief medewerker, daarnaast ben ik ook nog make-up artist. In het weekend ben ik daar heel druk mee, ik wordt vaak gevraagd voor bruiloften of andere feestjes. Mijn hobby’s zijn dansen, socializen, lekker eten en koken. De belangrijkste mensen in mijn leven zijn mijn moeder, broertjes, adjie, vader en mijn best vriendin. Mijn beste vriendin is echt mijn zus.

Sinds wanneer weet je van jezelf dat je queer bent en hoe reageerde jouw familie erop?
Ik weet onbewust al van kleins af aan dat ik queer ben. Ik was zestien toen ik uit de kast kwam. Mijn ouders reageerde daar heel goed op. Ze zeiden het allang al te weten en er helemaal geen moeite mee te hebben. Mijn ouders hebben mij nooit tegen gehouden in wie of wat ik wilde zijn. Als ik als kind met poppen wilde spelen, dan mocht dat. Ik kreeg barbies van mijn ouders, als ik daarom vroeg. Ik herinner mij dat ik als kind een keer samen met mijn broertjes en ouders in de speelgoedwinkel stond om voor ons waterpistolen uit te zoeken. Ik koos voor een roze waterpistool en mijn ouders maakten daar geen enkel punt van. Ik was vroeger ook heel erg fan van de meiden popgroep Spice Girls, mijn hele slaapkamer hing vol met posters van ze. Mijn ouders namen mij mee naar shows van ze. Ze hebben mij nooit in het genderhokje van man proberen te forceren. Ze lieten mij vrij om te zijn wie ik wilde zijn. De rest van mijn familie weet dat ik homoseksueel ben en niemand heeft problemen met mijn geaardheid.


Welke problemen denk je dat specifiek zijn voor Hindostaanse queer mensen t.o.v. queer mensen met een andere etnische achtergrond?
Hindostanen kunnen nog steeds heel ouderwets zijn. ‘Manai ka boli’ (wat zal men ervan vinden/zeggen) speelt een hele grote rol. Ik heb daar zelf geen problemen mee gehad in mijn familie. Mijn adjie (oma van vaders kant) had er bijvoorbeeld helemaal geen problemen mee, ze had zoiets van: als jij maar gelukkig bent.

Welke voordelen zitten er aan een queer Hindostaanse identiteit?
Het is nog steeds een taboe bij ons Hindostanen. In vergelijking met bijvoorbeeld moslims of christenen wordt het wel eerder geaccepteerd. Een vriend van mij is homo en christen. Hij is niet meer welkom in de kerk waar hij altijd samen met zijn ouders naartoe ging. Bij Hindostanen komt het niet voor dat je niet meer naar een mandir (hindoe tempel) kan gaan wanneer je LHBTI’er bent. De toegang wordt je nooit en door niemand ontzegt.

Welke overeenkomsten zijn er tussen queer Hindostanen en queer mensen met een andere etnische achtergrond?
Het fenomeen van ‘gezichtsverlies lijden’ speelt in alle culturen.

Waar heb je als Hindostaanse queer behoefte aan?
Ik heb niet ergens specifiek behoefte aan. Alles wat ik nodig heb, heb ik om mij heen. Ik heb een neef en een kaka (broertje/neef van vader) die homo zijn en een phoewa (zus/nicht van vader) die lesbisch is. In mijn familie is het heel normaal en geaccepteerd. Ik heb een liefdevolle familie, daarom ben ik supergelukkig.
Wat mij wel echt leuk lijkt is een Hindostaanse gay avond. Met een live band, kan ook een baithak gana band zijn. Gewoon net zoals op feestjes die wij vanuit onze cultuur gewend zijn.


Welk advies zou je de Jason Janki van 13 jaar oud geven?
Doe je best op school en focus je op je toekomst. Blijf vooral jezelf. Toen ik 13 was wist ik al dat ik homo was, maar ik deed alsof ik dat niet was. Ik stopte mijzelf weg, maar daar leed mijn studie onder.

Sommige mensen kiezen ervoor om nooit uit de kast te komen. Wat zou je tegen deze mensen willen zeggen?
Ik vind het heel erg dat ze het niet kunnen en durven. Uit de kast komen zou ze wel helpen. Er valt dan een grote last van je schouder af. Je zult gelukkiger zijn en positiever in het leven staan. Je moet jezelf op de eerste plaats zetten in jouw leven, want alleen dan kan je een ander gelukkig maken.

Heb je nog aanvullingen of dingen die je zou willen zeggen?
Wees vooral jezelf en doe wat je niet laten kan. Hou je vooral niet bezig met wat mensen over je zullen zeggen en van je zullen vinden. Mensen hebben altijd wel een mening over jou of je nu iets goeds of iets slechts doet. Dat hebben mijn ouders aan mij meegegeven en dat wil ik ook aan iedereen meegeven.

Sunny

Kan je jezelf voorstellen?
Mijn naam is Sunny, ik ben 33 jaar oud en van Hindostaanse komaf. Ik heb altijd in de mode gewerkt en heb daar nog steeds ontzettend veel passie voor.  
De belangrijkste mensen in mijn leven zijn mijn moeder, broer, zus, neefje en nichtje. Daarnaast mijn schoonzus en niet te vergeten mijn man. Ik ben ontzettend gelukkig met hem.

Wanneer wist je van jezelf dat je queer bent?
Eigenlijk al heel vroeg. Als kind was ik altijd al verbonden met meisjes dingen. Ik was ongeveer vier jaar oud toen het nummer ‘Lambada’ helemaal in was. Ik stond toen met een rokje aan, te dansen voor de hele familie. Ook kan ik mij nog heel goed herinneren dat ik op de basisschool altijd de moeder wilde zijn als we vader-moedertje speelden. Ik was er denk ik niet heel bewust van, maar ergens in mijn onderbewuste is dat wel de rode draad geweest voor waar ik nu sta.


Hoe gaat jouw familie om met jouw queer identiteit?
Mijn moeder is voor een Hindostaanse vrouw heel bijzonder. Ik heb ontzettend veel respect en ontzag voor haar. Zij accepteert mij volledig zoals ik ben. Zei heeft tegen mij gezegd: ‘het maakt mij niet uit wat je bent, je bent en blijft mijn kind. Ik zal je nooit los laten. Ik zal je nooit in de steek laten en ik zal je er altijd voor je zijn’.
Mijn broer en zus hebben mij ook altijd geaccepteerd. Vroeger stonden ze soms wel even te kijken van mijn klederdracht en zeiden daar dan wat van, maar zij accepteren mij volledig.

Mijn vader is overleden toen ik 16 was. Hij vond het moeilijk om te accepteren dat ik anders was. Tijdens zijn leven is er tussen ons veel strijd geweest. Veelal had te maken met mijn eigen strijd om te zijn wie ik wilde zijn. Daardoor werd mijn gedrag met de jaren steeds radicaler tot ik uiteindelijk fulltime in meisjeskleding en op hoge hakken naar de middelbare school ging. Dit was iets wat ik zo nu en dan al op de basisschool deed, maar op de middelbare school werd het echt een ding voor mij. Elke dag weer een extra tas mee naar school en buiten stiekem omkleden. Dat zorgde er voor dat ik ook op andere plekken kwam dan school en door familieleden werd opgemerkt in de buurt, die hun beklag weer deden bij mijn vader. Ook tijdens een bezoek aan familie die verder weg wonen heb ik een moment bereikt dat ik niet anders dan mezelf kon zijn en een aantal familieleden in vertrouwen nam. Ik vertelde hen wie ik eigenlijk echt wilde zijn. Dit zorgde voor veel telefoontjes nog dezelfde avond dat we thuis kwamen en ik bestempeld werd als iemand die ziek was. Ik moest naar een dokter en worden geholpen. Ik wist wel beter en ook mijn vader wist dat hij mij niet veel meer kon maken, want ik was op den duur niet meer bang voor hem en ging dan ook vaak genoeg de strijd met hem aan. Mijn broer, zus en moeder hebben mij hierin nooit laten vallen en mij gesteund tot de dag van vandaag. Vroeger kreeg ik genoeg klappen, maar op den duur ging ik tegen mijn vader in en hij wist dat klappen geen zin meer hadden bij mij. Uiteindelijk heeft dit een jaar geduurd voordat mijn vader overleed.

De laatste keer dat ik mijn vader in levende lijve zag, brachten mijn broer en ik hem terug naar zijn huis in Rotterdam. Hij vroeg of ik met hem mee de trap op wilde lopen. Bovenaan de trap vroeg hij aan mij: ‘mag ik je een knuffel geven?’ Ik was toentertijd erg tegendraads en vroeg: ‘hoezo wil je mij nou een knuffel geven?’ Hij keek mij toen aan en zei: ‘Sunny, ik weet alles en ik hou van je’. Dat waren de laatste woorden die ik van hem heb gehoord.. Al het negatieve wat ik met hem heb ervaren, viel hierdoor helemaal weg. Hij heeft het voor mij persoonlijk, helemaal goed gemaakt met zijn laatste woorden.

Door de jaren heen heb ik mij voor de rest van de familie een beetje afgesloten, denk ik. Ik krijg niet zoveel mee van wat ze van mij vinden, omdat ik daar niet echt mee bezig ben. Ze laten mij met rust en min of meer dwing ik ook de acceptatie af van de mensen in mijn omgeving. Accepteren ze mij niet, dan verwijder ik mij uit hun cirkel. Ik vraag geen acceptatie, maar ik verwacht het van mensen. Ik ben een open persoon, mensen mogen mij alles vragen. Als mensen daar niet voor kiezen, om wat voor reden dan ook, dan wil ik het ook bewust bij die persoon laten. Ik wil niet de onzekerheid van de ander met mij meedragen.
 


Kan je ons wat vertellen over jouw leven als trans vrouw?
De laatste jaren heb ik een stabiel leven: ik ben gesetteld en heb een goede band met mijn moeder, broer, zus en hun aanhang. Ik heb vrienden die ik regelmatig zie. Ik ervaar mijn leven niet als een trans vrouw. Ik weet dat ik daar misschien iets mee oproep, maar ik voel het gewoon niet zo. Toch denkt de omgeving daar blijkbaar anders over. Tien jaar geleden was ik namelijk de tweede transgender op de Nederlandse televisie en toentertijd ook de enige niet-witte. Ik kreeg heel veel doodsbedreigingen en werd op straat uitgescholden. Toen ervaarde ik pas hoe heftig het was. Het beangstigde mij heel erg. Ik heb mij toen teruggetrokken en verstopt.
Ik wil begrepen worden in plaats van dat mensen mij vertellen wat ik moet doen. Ik wil dat mensen naar mij kijken en luisteren, zonder oordeel. Voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen zijn er veel ontmoetingsplekken om herkenning te kunnen vinden. Dat is er voor transgenders niet op een laagdrempelige manier. Het is als trans vrouw lastig om een plek te vinden waar je kan aarden en iets om je mee te identificeren. Ik heb best wat heftige dingen moeten doorstaan in Amsterdam en met die ervaring hoop ik anderen te kunnen helpen.



Hoe heeft jouw queer identiteit jouw leven gevormd?
Het heeft ervoor gezorgd dat ik kan leven zonder erover na te denken wat andere mensen over mij denken en van mij vinden. Natuurlijk doet het wat met je als mensen een oordeel over je hebben, maar ik ben nu op een punt in mijn leven dat ik er niks meer om geef.
Het heeft mij sterker gemaakt en onafhankelijk van het oordeel van andere mensen.

Hoe vind je dat er binnen de Hindostaanse gemeenschap wordt omgegaan met lhbti’ers?
Persoonlijk vind ik dat het onder het tapijt wordt geveegd. Hindostanen willen het er niet over hebben. Ze willen er geen gesprek over voeren, want eigenlijk begrijpen ze het niet en willen ze het ook niet begrijpen. Die mentaliteit voel ik heel erg om mij heen.


Welke overeenkomsten zie jij tussen queer Hindostanen en queer mensen van andere niet-westerse culturen?
Alle culturen worstelen met het idee wat de gemeenschap er wel of niet van zal vinden. De angst van de familie om verstoten te worden door de gemeenschap, maakt het voor hun lastig om hun naaste te accepteren wanneer deze uitkomt voor de identiteit. Ongeacht religie en cultuur zijn er tussen niet-westerse culturen veel gelijkenissen in de (non-)acceptatie van LHBTI’ers.

Wat denk jij dat Hindostaanse lhbti’ers van de Hindostaanse gemeenschap nodig hebben om zich geaccepteerd te voelen?
‘Don’t hate what you don’t understand’. Geef elkaar de  ruimte om elkaar te begrijpen. Respecteer elkaar en datgene wat je niet kan veranderen. Accepteer de ander voor wie die is.
Als je in een thuissituatie zit waarin een ouder jou niet kan accepteren en jouw leven ondraaglijk maakt, dan moet je hulp zoeken. Wanneer je minderjarig bent, doe het dan via de huisarts en zorg ervoor dat je weg gaat. Ben je volwassen, creëer dan een plan voor jezelf om zo snel mogelijk uit die cirkel te stappen. Ik zeg het heel makkelijk, maar het is heel moeilijk. Als kind wil je liefde van je ouders, maar op een gegeven moment doe je jezelf tekort als je dit niet ontvangt. Hoe langer je blijft hangen in dat leven, des te moeilijker het is om eruit te komen. Dat maakt de psychische nasleep nog langer. Kies altijd voor jezelf, dat is zo belangrijk. Uiteindelijk was je toch wel van plan om uit huis te gaan neem ik aan, alleen in dit geval is de reden niet heel erg leuk. Je slaat jezelf echt over als je het allemaal accepteert. Doe dat niet en creëer voor jezelf meer lucht, door de vrijheid te zoeken.

Welk advies zou je de jongere versie van Sunny geven?
Blijf altijd jezelf. Dat is iets waar ik heel hard voor heb gestreden en ook veel mee heb verloren. Ik zou dat niet willen veranderen. Als ik terug kijk dan denk ik dat ik dingen heb ervaren, die ik niet eens mijn ergste vijand gun, maar nogmaals: het heeft mij gemaakt tot de persoon wie ik nu ben. En als ik ook maar één iemand zou kunnen overtuigen om het leven voor zichzelf mooier te creëren dan waar diegene nu is, dan ben ik al heel gelukkig. Ik hoef geen rolmodel te zijn, ik zou het fijner vinden om als een soort tante gezien te worden.